Jaarrekening 2019

1. Geconsolideerde balans per 31 december 2019

Activa

(Bedragen x € 1.000, voor resultaatbestemming)

Activa
 Ref. ACTIVA 12/31/2019 12/31/2018
  VASTE ACTIVA    
M1102 Vastgoedbeleggingen    
M11028 DAEB vastgoed in exploitatie 712.868 679.339
M11020 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 385.230 334.017
M11024 Onroerende zaken – Kopen naar Wens 64.511 61.981
M11021 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 557 22.501
    1.163.166 1.097.838
M1102 Materiële vaste activa    
M11022 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 9.599 9.769
    9.599 9.769
M1103 Financiële vaste activa    
M11033 Andere deelnemingen 2 2
M11035 Latente belastingvordering(en) 4.285 4.553
M11036 Leningen u/g 3.418 3.466
M11038 Te vorderen BWS-subsidies - 17
M11039 Overige vorderingen 25.242 5.136
    32.947 13.174
       
    1.205.712 1.120.761
       
  VLOTTENDE ACTIVA    
M1111 Onderhanden projecten - -
       
M1112 Vorderingen    
M11120 Huurdebiteuren 379 401
M11126 Overige vorderingen 960 8.513
M11127 Overlopende activa 155 130
    1.494 9.044
M1114 Liquide middelen 31.924 34.574
       
    33.418 43.618
       
  TOTAAL 1.239.130 1.164.399

Passiva

(Bedragen x € 1.000, voor resultaatbestemming)

Passiva
 Ref. PASSIVA 12/31/2019 12/31/2018
Ref. VERMOGEN LANG    
M1105 Eigen vermogen    
M11053 Herwaarderingsreserve 602.466 534.027
M11053 Overige reserve 249.867 198.261
M11054 Resultaat boekjaar 81.804 120.045
    934.137 852.333
       
M1107 Voorzieningen    
M11073 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 1.454 -
M11074 Overige voorzieningen 349 410
    1.803 410
       
M1108 Langlopende schulden    
M11081 Schulden/leningen kredietinstellingen 217.713 233.554
M11084 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken - Kopen naar Wens 38.612 40.337
M11083 Overige schulden 14.972 10.543
    271.297 284.434
       
    1.207.237 1.137.177
  VERMOGEN KORT    
M1116 Kortlopende schulden    
M11160 Schulden aan kredietinstellingen 22.965 17.881
M11162 Schulden aan leveranciers 2.426 2.538
M11164 Belastingen en premies sociale verzekeringen 1.422 1.297
M11110 Onderhanden projecten - 147
M11167 Overige schulden 645 575
M11168 Overlopende passiva 4.435 4.784
    31.893 27.222
       
  TOTAAL 1.239.130 1.164.399

2. Geconsolideerde winst- en verliesrekening over 2019

  2019 2018
EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE    
Huuropbrengsten 47.948 47.217
Opbrengsten servicecontracten 1.700 1.605
Lasten servicecontracten -1.700 -1.605
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -4.221 -4.906
Lasten onderhoudsactiviteiten -15.224 -13.644
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -5.916 -6.187
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 22.587 22.480
     
VERKOOP VASTGOEDPORTEFEUILLE    
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 16.632 19.977
Toegerekende organisatiekosten -1.179 -1.075
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -12.336 -13.852
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 3.117 5.050
     
NIET-GEREALISEERDE WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE    
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -7.094 -279
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 68.688 105.753
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarde 9.261 1.751
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop -72 -1.254
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 70.783 105.971
     
OVERIGE ACTIVITEITEN    
Opbrengst overige activiteiten 105 407
Kosten overige activiteiten -100 -369
Netto resultaat overige activiteiten 5 38
     
Overige organisatiekosten -1.649 -1.481
Leefbaarheid -537 -316
FINANCIELE BATEN EN LASTEN    
Waardeveranderingen financiële vaste activa en effecten - -
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 487 1.031
Rentelasten en soortgelijke kosten -12.454 -9.736
Saldo financiële baten en lasten -11.967 -8.705
     
RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING VOOR BELASTINGEN 82.339 123.037
Belastingen -535 -2.992
Resultaat deelnemingen - -
RESULTAAT NA BELASTINGEN 81.804 120.045
Rechtstreekste mutaties in het eigen vermogen van de rechtspersoon - -
TOTAALRESULTAAT VAN DE RECHTSPERSOON 81.804 120.045

3. Geconsolideerd kasstroomoverzicht 2019

  2019 2018
KASTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN    
Ontvangsten    
Huren 48.487 47.833
Vergoedingen 2.096 1.987
Overheidsontvangsten - 299
Renteontvangsten 190 209
Overige bedrijfsontvangsten 322 585
  51.095 50.913
Uitgaven    
Erfpacht -2 -2
Personeelsuitgaven -5.788 -5.470
Onderhoudsuitgaven -11.836 -11.416
Overige bedrijfsuitgaven -9.835 -9.126
Renteuitgaven -8.459 -9.436
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -63 -498
Verhuurderheffing -4.133 -4.362
Leefbaarheid (externe uitgaven niet investerings­gebonden) -214 -133
Vennootschapsbelasting - -
  -40.328 -40.443
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN 10.765 10.470
     
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN    
Materiële vaste activa - ingaande kasstroom    
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden 14.926 18.216
Verkoopontvangsten na inkoop (verkocht onder voorwaarden) - -
Verkoopontvangsten nieuwbouw, woon- en niet woongelegenheden 3.042 4.424
Verkoopontvangsten grond en overig - 175
  17.968 22.815
Materiële vaste activa - uitgaande kasstroom    
Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden -4.673 -14.012
Nieuwbouw koop, woon- en niet woongelegenheden -1.055 -4.161
Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden -4.938 -4.412
Aankoop woongelegenheden (inclusief VOV) -2.758 -736
Investeringen overig -161 -97
  -13.585 -23.417
Financiële vaste activa - in en -uitgaande kasstroom    
- Ontvangsten verbindingen en overig 118 37
- Uitgaven verbindingen en overig -71 -92
  47 -55
     
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN 4.430 -657
     
FINANCIERINGSACTIVITEITEN    
Opgenomen door WSW geborgde leningen 25.000 15.000
Opgenomen niet door WSW geborgde leningen - -
Aflossing door WSW geborgde leningen -48.176 -22.082
Aflossing niet door WSW geborgde leningen -770 -752
     
KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN -23.946 -7.835
     
MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN -8.750 1.978
WIJZIGING KORTGELDMUTATIES (Collateral (margin call verplichting)) 6.100 200
     
Liquide middelen begin periode 34.574 32.396
Liquide middelen eind periode 31.924 34.574
MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN -2.650 2.178

4. Algemene toelichting

4.1. Toegelaten instelling

Stichting Dudok Wonen (KvK-nummer 32023773), statutair gevestigd te Hilversum, Larenseweg 32, is een stichting met de status van toegelaten instelling conform artikel 19 eerste lid van de Woningwet. Zij is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet en het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV).

4.2. Toegepaste standaarden

Conform de in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 geformuleerde eisen voor toegelaten instellingen is de jaarrekening opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek behoudens enige uitzonderingen van specifieke aard, alsmede in overeenstemming met de beleidsregels Wet normering bezoldiging topfunctionarissen. In de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving is Richtlijn 645 Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting opgenomen die nadere interpretatie geeft aan de in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen voorschriften. In deze richtlijn zijn onder meer specifieke modellen voor de balans en winst-en-verliesrekening opgenomen. Richtlijn 645 geeft uitsluitend regels voor sectorspecifieke aangelegenheden. Voor de overige aangelegenheden zijn de algemeen geldende richtlijnen van toepassing.

4.3. Continuïteit

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

Dudok Wonen wordt in haar bedrijfsvoering geconfronteerd met diverse regeringsmaatregelen, waar het beleid op is en wordt aangepast.

Dudok Wonen blijft voldoen aan kengetallen zoals die door sectorinstituten en relevante externe partijen gehanteerd worden en relevant zijn voor het behouden van toegang tot de kapitaalmarkt. Dit doet zij doordat een meerjarenbeleid is vastgesteld met extra aandacht voor onderhoud, waaronder veiligheidsaspecten van het vastgoed en verduurzaming op korte- en lange termijn. Een kritische Prestatie Indicator is: Alle woningen zijn en blijven veilig, schoon en heel, op ieder moment in de Levenscyclus’. Hierdoor zal ook op de lange termijn de waarde van het vastgoed behouden blijven.

Conclusie:

Bovenstaande betekent dat het de verwachting van het bestuur is dat Dudok Wonen zal kunnen blijven voldoen aan de in de sector gebruikelijke (financiële) kengetallen. Op grond hiervan is de jaarrekening opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

4.4. Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling

De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten of op actuele waarde. Voor zover niet anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Dudok Wonen zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

In de jaarrekening worden naast juridische verplichtingen tevens feitelijke verplichtingen verantwoord, die kunnen worden gekwantificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvorming- en communicatieproces rondom projectontwikkeling en renovatie.

Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer op de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer op de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Opbrengst wordt verantwoord indien alle belangrijke risico’s met betrekking tot de transactie zijn overgedragen aan de koper.

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s (bedragen x € 1.000). Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal, tenzij anders vermeld.

4.4.1 Gebruik van schattingen

De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen:

  • Vastgoedbeleggingen, marktwaarde in verhuurde staat: DAEB vastgoed in exploitatie en het niet-DAEB vastgoed in exploitatie worden gewaardeerd tegen marktwaarde in verhuurde staat met inachtneming van de relevante feiten en omstandigheden van de markt waarop de toegelaten instelling actief is. De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van Dudok Wonen die rusten op het vastgoed. De overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de toegelaten instelling actief is. Dudok Wonen hanteert het waardebegrip van de marktwaarde in verhuurde staat: Het bedrag dat het waarderingscomplex bij complexgewijze verkoop naar schatting zal opbrengen nadat de verkoper het complex na de beste voorbereiding op de gebruikelijke wijze in de markt heeft aangeboden en waarbij de koper de onroerende zaak aanvaardt onder gestanddoening van de lopende huurovereenkomsten met alle daaraan verbonden rechten en plichten. In de waardering is een groot aantal schattingselementen opgenomen. Voor de woningen en parkeerplaatsen zijn de aannames en uitgangspunten van de basiswaardering in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2019 gehanteerd. Voor de gehanteerde aannames en uitgangspunten (inclusief de disconteringsvoet) bij de waardering van het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed is door een externe taxateur een taxatierapport met betrekking tot de marktconformiteit afgegeven.
  • Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie: bepaling van het moment van aangaan van de feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw, woningverbetering en renovatie ten behoeve van het bepalen en treffen van een voorziening voor onrendabele investeringen. Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Dudok Wonen zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw-, woningverbetering of renovatieprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van Dudok Wonen. De financiële impact van voornoemde feitelijke verplichtingen kan afwijken bij daadwerkelijke realisatie. De realisatie kan onder meer wijzigen als gevolg van wettelijke procedures, aanpassingen in voorgenomen bouwproductie en in prijsniveau van leveranciers.
  • Aannames en veronderstellingen gehanteerd bij de bepaling van de belastingpositie (inclusief latente belastingpositie). Dit betreft met name de uitgangspunten en veronderstellingen met betrekking tot de voor de waardering van de belastingpositie gehanteerde prognose van toekomstige verwachte fiscale resultaten.

4.5. Grondslagen voor consolidatie

De geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële gegevens van Dudok Wonen en haar groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend dan wel waarover de centrale leiding bestaat. Groepsmaatschappijen zijn deelnemingen waarin Dudok Wonen een meerderheidsbelang heeft, of waarin op een andere wijze een beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Bij de bepaling of beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend, worden financiële instrumenten die potentiële stemrechten bevatten en direct kunnen worden uitgeoefend, betrokken.

Nieuw verworven deelnemingen worden in de consolidatie betrokken vanaf het tijdstip waarop beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Afgestoten deelnemingen worden in de consolidatie betrokken tot het tijdstip van beëindiging van deze invloed.

In de geconsolideerde jaarrekening zijn de onderlinge schulden, vorderingen en transacties geëlimineerd, evenals de binnen de groep gemaakte winsten en verliezen.

De groepsmaatschappijen zijn integraal geconsolideerd.

In de consolidatie worden deelnemingen tegen nettovermogenswaarde opgenomen voor zover eenzelfde invloed op het beleid kan worden uitgeoefend als door elk der overige participanten (joint venture accounting).

De in de consolidatie begrepen rechtspersonen en vennootschappen zijn:

 

Geconsolideerde entiteiten

 (D = direct belang, I = indirect belang)

Geconsolideerde entiteiten
Volledig geconsolideerd Statutaire zetel (Indirect) kapitaalbelang
Goois Wonen B.V. Hilversum 100% (D)
Dudok Ontwikkeling B.V. Hilversum 100% (D)

De geconsolideerde entiteiten hebben de volgende activiteiten:

  • Goois Wonen B.V.: het beleggen van vermogen en beheer en verhuur van onroerend goed.
  • Dudok Ontwikkeling B.V.: het realiseren van (huur)woningen.

Voorts heeft Goois Wonen B.V. (als rechtsopvolger van Dudok Wonen B.V.) naast bovengenoemde belangen een verbinding met Stichting Woonzorg Theodotion-Dudok. Deze verbinding komt niet in aanmerking voor consolidatie daar er geen sprake is van een economische eenheid, doch slechts sprake is van een duurzame financiële band door middel van een lening van € 3,5 miljoen. Het complex telt 26 luxe appartementen en wordt beheerd door de Stichting Woonzorg Theodotion-Dudok. Het tehuis is gespecialiseerd in zorg voor bewoners en heeft een verbinding met het verzorgingshuis naast het complex.

De Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) waarin Dudok Wonen participeert zijn niet geconsolideerd. Voor de VvE’s waarin Dudok Wonen met 50% of meer participeert wordt er een beroep gedaan op artikel 407 lid 1a ‘gezamenlijke betekenis te verwaarlozen is op het geheel’. Consolidatie van de belangen in de VvE’s heeft overigens geen gevolgen voor het eigen vermogen van Dudok Wonen.

Dudok Wonen of haar groepsmaatschappijen participeren in 95 actieve VvE’s (98 actieve VvE’s in 2018). Deze participaties vloeien voort uit het gevoerde beleid om woningen uit de bestaande voorraad te verkopen.

4.6. Presentatiewijzigingen

Er hebben in 2019 geen presentatiewijzigingen plaatsgevonden.

4.7. Schattingswijzigingen

In de jaarrekening 2018 is de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie bepaald volgens het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (hierna: Handboek) zoals dat is opgenomen in de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2016 (gepubliceerd in de Staatscourant op 16 december 2016), waarbij Dudok de full-versie van het handboek modelmatig waarderen heeft gehanteerd. In 2019 is overgegaan naar de basisversie van het Handboek, vanwege de beperkte mogelijkheid om conform het interne aanbestedingsbeleid een gedegen aanbesteding te kunnen uitvoeren voor een nieuwe taxateur. Conform de richtlijnen voor de jaarverslaggeving is het effect van deze schattingswijziging prospectief verwerkt. Het effect van de schattingswijziging op het resultaat en vermogen is niet materieel. Gezien de prospectieve verwerking zijn de vergelijkende cijfers over 2018 hierop niet aangepast.

4.8. Stelselwijzigingen

In 2019 heeft een stelselwijziging plaatsgevonden. De wijziging heeft betrekking op de aanpassing door de Raad voor de Jaarverslaggeving van de bepalingen van RJ 272, 'Belastingen naar de winst'. In RJ 272.405 is toegevoegd dat in het geval dat het zeer waarschijnlijk is dat voor het betreffende actief of passief geen fiscale afwikkeling gedurende de levensduur plaats zal vinden, rekening dient te worden gehouden met de fiscale afwikkeling gebaseerd op de voorgenomen wijze van realisatie na afloop van de levensduur.

Op grond van deze aanpassing wordt er niet langer een latentie gevormd voor vastgoed bestemd voor verkoop omdat het zeer waarschijnlijk is dat de boekwinst fiscaal niet tot afwikkeling komt door het gebruik van de herinvesteringsreserve.

Effect stelselwijziging latentie verkopen

Effect stelselwijziging latentie verkopen
Balans per 1-1-2018 Jaarrekening 2018 Na stelselwijziging Effect stelselwijziging
Activa:
Latente belastingvordering
8.784 7.545 -1.239
Passiva:
Eigen vermogen: Overige reserves
197.481 196.242 -1.239

Winst- en verliesrekening over 2018 Jaarrekening 2018 Na stelselwijziging Effect stelselwijziging
Belastingen resultaat uit gewone bedrijfsvoering -6.079 -2.992 3.087
Effect stelselwijziging op het resultaat over 2018      

Balans per 31-12-2018 Jaarrekening 2018 Na stelselwijziging Effect stelselwijziging
Activa:
Latente belastingvordering
2.705 4.553 1 848
Passiva:
Eigen vermogen: Resultaat boekjaar
116.958 120.045 3.087

4.9. Financiële instrumenten

Financiële instrumenten omvatten investeringen in aandelen en obligaties, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te bepalen posten.

Financiële instrumenten omvatten tevens in contracten besloten afgeleide financiële instrumenten (derivaten).

Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde.

In contracten besloten financiële instrumenten die niet worden gescheiden van het basiscontract, worden verwerkt in overeenstemming met het basiscontract.

Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd.

4.9.1 Gekochte leningen en obligaties

Gekochte leningen en obligaties waarvan Dudok Wonen de intentie heeft deze tot het einde van de looptijd aan te houden, en hiertoe ook in staat is, worden gewaardeerd tegen geamorti­seerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​4.9.2 Verstrekte leningen en overige vorderingen

Verstrekte leningen en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderings­verliezen.

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​4.9.3 Investeringen in eigenvermogensinstrumenten zonder beursnotering

Beleggingen in aandelen zonder beursnotering worden na eerste opname tegen kostprijs of lagere marktwaarde gewaardeerd.

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​4.9.4 Dividenden

Dividenden worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord op het moment dat deze betaalbaar zijn gesteld.

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​4.9.5 Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode.

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​4.9.6 Afgeleide financiële instrumenten

Afgeleide instrumenten worden gewaardeerd op kostprijs of lagere marktwaarde, tenzij hedge accounting onder het kostprijs hedge model wordt toegepast.

Indien afgeleide instrumenten niet langer voldoen aan de voorwaarden voor ‘hedge accounting’, aflopen of worden verkocht of wanneer de onderneming niet langer kiest voor hedge accounting wordt hedge accounting beëindigd.

Indien kostprijs hedge accounting wordt toegepast vindt eerste waardering plaats tegen reële waarde. Zolang het afgeleide instrument betrekking heeft op afdekking van het specifieke risico van de toekomstige transactie die naar verwachting zal plaatsvinden, vindt geen herwaardering van dit instrument plaats. Zodra de verwachte toekomstige transactie leidt tot verantwoording in de winst-en-verliesrekening, wordt de met het afgeleide instrument samenhangende winst of het met het afgeleide instrument samenhangende verlies eveneens in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Indien afgeleide instrumenten aflopen of worden verkocht, worden de afdekkingsrelaties beëindigd. De cumulatieve winst die of het cumulatieve verlies dat tot dat moment nog niet in de winst-en-verliesrekening was verwerkt, wordt als overlopende post in de balans opgenomen totdat de afgedekte transacties plaatsvinden. Indien de transacties naar verwachting niet meer plaatsvinden, wordt de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies overgeboekt naar de winst-en-verliesrekening.

Dudok Wonen documenteert de hedge relaties in specifieke hedge documentatie en toetst periodiek de effectiviteit van de hedge relaties door vast te stellen dat er sprake is van een effectieve hedge respectievelijk dat er geen sprake is van overhedges.

Op elke balansdatum bepaalt Dudok Wonen de mate van ineffectiviteit van de combinatie van het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie (de hedge relatie). De mate van ineffectiviteit van de hedge relatie wordt vastgesteld door het vergelijken van de kritische kenmerken van het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie in de hedge relatie. Dudok Wonen hanteert voor deze vergelijking de volgende kritische kenmerken, omvang, looptijd, afgedekt risico en de wijze van afrekening van het afdekkingsinstrument en afgedekte positie. Indien de kritische kenmerken, beoordeeld in de context van de hedge relatie, aan elkaar gelijk zijn (geweest), is geen sprake (geweest) van ineffectiviteit.

Indien de kritische kenmerken niet aan elkaar gelijk zijn (geweest), is sprake (geweest) van ineffectiviteit. In dat geval vindt de effectiviteitstest plaats door vergelijking van de cumulatieve verandering in reële waarde van een op afsluitdatum gedefinieerd hypothetisch afgeleid instrument, met een reële waarde van nihil op afsluitdatum (als proxy van de afgedekte positie), met de cumulatieve waardeverandering van het werkelijke afgeleide instrument. Indien de laatste een hogere negatieve waarde heeft dan het hypothetisch afgeleide instrument, wordt het verschil als ineffectiviteit in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​4.9.7 Derivaten aangehouden voor hedging doeleinden

De rentevoet van lopende en in de toekomst te verwachten zeer waarschijnlijke financieringen is variabel van aard en gebaseerd op 3-maands Euribor. In de analyse van de financiële risico’s heeft de Groep het risico van renteschommelingen onderkend en geconcludeerd dit risico niet zelf te willen dragen doch af te dekken door middel van derivaten.

Voor deze derivaten past Dudok Wonen kostprijshedge accounting toe op basis van generieke documentatie met vastlegging van:

  • de algemene hedgestrategie, hoe de hedgerelaties passen in de doelstellingen van risicobeheer en de verwachting aangaande de effectiviteit van deze hedgerelaties;
  • de in het soort hedgerelatie betrokken hedge-instrumenten en afgedekte posities.

Op het moment van de eerste verantwoording worden deze derivaten gerubriceerd als “Derivaten met toepassing van kostprijshedge-accounting”.

De waardering en resultaatbepaling is als volgt:

  • Op moment van eerste waardering wordt de reële waarde van het derivaat bepaald; over het algemeen is de uitkomst daarvan een nihil-waarde en wordt geen actief- of passiefpost op de balans opgenomen.
  • De vervolgwaardering geschiedt tegen kostprijs of lagere marktwaarde waarbij een lagere waarde in geval van een effectieve hedge relatie voor de waardering en resultaatbepaling niet in aanmerking wordt genomen.
  • Op moment van eerste waardering alsmede tussentijds bij aanpassing van de contractuele afspraken met betrekking tot het derivaat en/of het afgedekte renterisico van de betreffende lening wordt bepaald of sprake is van ineffectiviteit. Daartoe wordt beoordeeld of het referentiebedrag van het derivaat niet groter is dan de omvang van de lening alsmede dat de kritische kenmerken zoals omvang, looptijd, renteherzieningsdata, momenten van betaling van rente en aflossing, basis voor de rentevoet en dergelijke van het derivaat en het afgedekte renterisico aan elkaar gelijk zijn.

Indien de kritische kenmerken niet aan elkaar gelijk zijn of zijn geweest, is dit een indicatie dat de hedge relatie een ineffectief deel bevat dat door middel van de dollar offset methode wordt berekend.

Indien en voor zover de ineffectiviteit per balansdatum op cumulatieve basis in een verlies resulteert, wordt de ineffectiviteit verwerkt in de winst-en-verliesrekening van het betreffende boekjaar. Blijkt op een later moment dat het cumulatieve verlies wegens ineffectiviteit is afgenomen dan wordt deze afname ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Kostprijshedge-accounting wordt beëindigd indien:

  • Het hedge-instrument afloopt, wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend. Het cumulatieve gerealiseerde resultaat op het hedge-instrument dat nog niet in de winst-en-verliesrekening is verwerkt toen er sprake was van een effectieve hedge, wordt afzonderlijk in de overlopende posten in de balans verwerkt tot de afgedekte transactie plaatsvindt.
  • De hedge-relatie niet meer voldoet aan de criteria voor hedge accounting. Indien de afgedekte positie een in de toekomst verwachte transactie betreft, vindt de verwerking van de hedgeresultaten als volgt plaats:
    • Indien de verwachte transactie naar verwachting nog plaatsvindt, wordt hedge accounting vanaf dat moment stopgezet. Het hiermee samenhangende cumulatieve resultaat op het hedge-instrument dat in de periode waarin de hedge effectief was buiten de winst-en-verliesrekening of off-balance was gehouden, blijft afhankelijk van de situatie off balance of op de balans.

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​4.9.8 Bijzondere waardeverminderingen financiële activa

Ook voor financiële vaste activa, waaronder financiële instrumenten beoordeelt Dudok Wonen op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt Dudok Wonen de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen, en verwerkt dit direct in de winst-en-verliesrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs, wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument.

Een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking. De terugname wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs op het moment van de terugname, als geen sprake geweest zou zijn van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt.​​​​​​​

5. Verdere uitwerking grondslagen voor waardering activa en passiva

5.1. Classificatie vastgoed naar typologie

De onroerende zaken in exploitatie worden op objectniveau geclassificeerd naar DAEB en niet-DAEB vastgoed op basis van het in 2017 door de Autoriteit woningcorporaties goedgekeurd definitief scheidingsvoorstel, aangepast voor transacties nadien tussen de DAEB respectievelijk de niet-DAEB tak.

5.2. Vastgoedbeleggingen

5.2.1 DAEB vastgoed in exploitatie & Niet-DAEB vastgoed in exploitatie

DAEB vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie worden gewaardeerd tegen actuele waarde. De actuele waarde betreft voor dit doel de marktwaarde in verhuurde staat.

Marktwaarde in verhuurde staat:

De marktwaarde in verhuurde staat is gebaseerd op beschikbare marktgegevens met inachtneming van de relevante feiten en omstandigheden van de markt waarop Dudok Wonen actief is. De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van Dudok Wonen die rusten op het vastgoed. De overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop zij actief is.

Onder paragraaf 9.1 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie en DAEB vastgoed in exploitatie zijn de gehanteerde veronderstellingen en uitgangspunten nader toegelicht.

Kasstroomgenererende eenheid:

Het interne beleid en de bedrijfsvoering van Dudok Wonen is gericht op sturing van de waarde van het vastgoed in exploitatie op basis van waarderingscomplexen.

Eerste waardering:

Bij de eerste verwerking wordt het vastgoed in exploitatie gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten en verminderd met eventuele investeringssubsidies. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van de bestede externe kosten en de direct hieraan toerekenbare kosten. De in de toekomst te maken kosten voor sloop worden ten laste van het resultaat verantwoord in het jaar dat de exploitatie door sloop wordt beëindigd.

Uitgaven na eerste verwerking:

Uitgaven na eerste verwerking die voldoen aan de algemene activeringscriteria worden geactiveerd tegen kostprijs en vervolgens getoetst aan het verschil in marktwaarde van het complex vóór en na deze uitgaven. Het marktwaardeverschil wordt in het actief verwerkt als een waardevermindering of -vermeerdering en in het resultaat verantwoord als ‘Overige waardeveranderingen vastgoedbeleggingen’. Onderhoudsuitgaven en uitgaven voor renovatiewerkzaamheden worden slechts geactiveerd indien er sprake is van een waardeverhoging van het actief. De overige onderhoudslasten worden rechtstreeks ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Waardering na eerste verwerking

Na eerste verwerking wordt het vastgoed in exploitatie gewaardeerd tegen actuele waarde, overeenkomstig artikel 35 lid 2 van de Woningwet. Onder actuele waarde wordt in dit verband verstaan de marktwaarde overeenkomstig het marktwaardebegrip “onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat”. Voortvloeiend uit artikel 14 van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV) is deze marktwaarde bepaald conform het “Handboek modelmatig waarderen marktwaarde – Actualisatie peildatum 31 december 2019”, derhalve de marktwaarde in verhuurde staat. Dudok Wonen past hiervoor ultimo 2019 de basiswaardering toe voor de woningen en parkeerplaatsen en de “full-variant” voor het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed. In 2018 werd de gehele vastgoedportefeuille volgens de “full-variant” gewaardeerd. De marktwaarde in verhuurde staat is benaderd door de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen te bepalen (discounted cash flow methode). Na eerste verwerking wordt een waardevermindering of – vermeerdering als gevolg van de waardering tegen actuele waarde bepaald op complexniveau. De waardevermindering of - vermeerdering wordt in het resultaat verantwoord als ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’.

Jaarlijks vindt in de zomer na afloop van het jaarrekeningtraject een landelijke validatie van de basisversie plaats. Daarbij wordt door vergelijking met de full-versie achteraf aangegeven of de basisversie een marktwaarde uitkomst heeft gegeven die binnen acceptabele bandbreedte van de full-versie uitkomst ligt. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. Deze inzichten zijn vanzelfsprekend nog niet bekend en niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.

Complexindeling

Om de marktwaardewaardering van het vastgoed in exploitatie te bepalen, zijn alle verhuureenheden opgedeeld in waarderingscomplexen. Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel in verhuurde staat aan een derde partij kan worden verkocht. Alle verhuureenheden maken deel uit van een waarderingscomplex of zijn een afzonderlijk waarderingscomplex.

Doorexploiteer- en uitpondscenario

De geschatte toekomstige kasstromen worden bepaald op basis van de discounted cash flow (‘DCF’) methode. Voor woon- en parkeergelegenheden vindt de bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen plaats aan de hand van enerzijds het doorexploiteer scenario en anderzijds het uitpondscenario, mede op basis van artikel 31 van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV). De marktwaarde in verhuurde staat is op waarderingscomplex niveau bepaald op basis van de hoogste waardering van het doorexploiteer- of uitpondscenario, beide berekend op basis van de contante waarde van inkomende en uitgaande kasstromen.

Het doorexploiteerscenario veronderstelt dat verhuureenheden worden doorverhuurd, waarbij elk jaar bij een deel van de verhuureenheden de huurder verhuist. Bij de leegkomende verhuureenheden wordt verondersteld dat die eenheid opnieuw wordt verhuurd, waarbij de huur na mutatie wordt aangepast naar de potentiële huur op basis van de markthuur of de maximale huur op basis van het woningwaarderingstelsel. Aan het einde van een 15-jarige DCF-periode wordt een eindwaarde opgenomen. De kasstromen in de 15-jarige DCF-periode en deze eindwaarde worden vervolgens contant gemaakt naar balansdatum en opgeteld. De eindwaarde wordt bepaald op basis van de veronderstelling van doorexploiteren met een voortdurende looptijd, waarbij de afzonderlijke kasstromen zich ontwikkelen met de eigen groeivoet.

Voor bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed alsmede voor studentencomplexen, parkeergelegenheden en intramuraal zorgvastgoed is alleen het doorexploiteerscenario van toepassing.

Het uitpondscenario veronderstelt dat verhuureenheden bij mutatie leeg worden verkocht. In tegenstelling tot het doorexploiteerscenario wordt de huur voor deze verhuureenheden niet aangepast, maar wordt daarvoor in de plaats de verwachte verkoopkasstroom opgenomen. Aan het einde van een 15-jarige DCF-periode wordt een eindwaarde van de nog niet verkochte verhuureenheden opgenomen. De kasstromen in de 15-jarige DCF-periode en deze eindwaarde worden vervolgens contant gemaakt naar balansdatum en opgeteld. De eindwaarde wordt bepaald op het verder uitponden van de aan het eind van het 15e jaar nog niet verkochte woongelegenheden, waarbij de mutatiekans met 50% wordt gehalveerd ten opzichte van de mutatiekans in het doorexploiteerscenario en wordt gerekend met een verouderingstoeslag van 100% voor het instandhoudingsonderhoud.

Herwaardering

Jaarlijks wordt op balansdatum de actuele waarde van het vastgoed in exploitatie opnieuw bepaald. (Ongerealiseerde) winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de actuele waarde worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Wanneer op complexniveau de actuele waarde de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs (kostprijs) overtreft, wordt een herwaarderingsreserve gevormd die wordt toegelicht bij het eigen vermogen. De boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs betreft de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs (derhalve niet verminderd met cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen).

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​5.2.2 Toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten en kasstromen aan de DAEB-tak en de niet-DAEB-tak

Het vastgoed in exploitatie wordt op basis van het in 2017 door de Autoriteit woningcorporaties goedgekeurd definitief scheidingsvoorstel plus eventuele verkopen binnen de Toegelaten Instelling tussen de DAEB- en niet-DAEB-tak geclassificeerd naar DAEB- en niet-DAEB-vastgoed. Voor de toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen aan deze DAEB-tak of niet-DAEB-tak is de volgende methodiek toegepast:

  • Wanneer activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen volledig toezien op DAEB- of niet-DAEB-activiteiten, zijn deze volledig aan de DAEB-tak respectievelijk niet-DAEB-tak toegerekend;
  • Wanneer deze toezien op zowel DAEB- als niet-DAEB activiteiten, zijn deze op basis van een verdeelsleutel toegerekend. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aandeel DAEB-verhuureenheden ten opzichte van het aandeel niet-DAEB-verhuureenheden.
  • Vorderingen, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen uit hoofde van vennootschapsbelasting worden toegerekend aan de DAEB- of niet-DAEB-tak op basis van op basis van de relatieve verdeling qua aantal verhuureenheden.

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​5.2.3Beleidswaarde

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Dudok Wonen en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  1. Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
  2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie.
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van de corporatie en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjaren onderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt.
  4. Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ in de resultatenrekening. Voor zover afwijkend van de voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie - zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie - afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTiV artikel 15.

Dudok Wonen heeft hierbij uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde.

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​5.2.4 Onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “oude” contracten (eigendomsparticipaties)

De onroerende zaken inzake Kopen naar Wens betreffen eigendomsparticipaties, die omvatten het bloot eigendom van de grond en van de opstal van het verkoopproduct “Kopen naar Wens”. Hierbij stelt Dudok Wonen de Koper in staat om op termijn, tegen geïndexeerde uitgestelde betaling, een Woning in (vol) eigendom te verwerven. De koper verwerft daarom in eerste instantie het recht van erfpacht op de grond en het recht van erfpacht op de opstal. De “oude” contracten betreffen de contracten welke voor 2013 zijn afgesloten.

De eigendomsparticipaties worden jaarlijks op basis van nominale waarde (uitgestelde betaling) geïndexeerd met de prijsindex bestaande koopwoningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De waardering voor de jaarrekening vindt plaats tegen actuele waarde op basis van een Discounted Cash Flow-methode (DCF). De waarde van de eigendomsparticipatie is verbonden aan de tijdsverwachting dat de Koper eventuele tussentijdse afkoop en de koopsom voor het verwerven van het bloot eigendom heeft voldaan.

De ontvangen koopsommen zijn tevens als ‘vooruitontvangen Koopsom Kopen naar Wens’ onder verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken – Kopen naar Wens bij de langlopende schulden opgenomen.

Waardemutatie:

De waardemutaties in onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “oude” contracten worden in de winst-en-verliesrekening in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verantwoord.

​​​​​​​​​​​​​​5.2.5 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie betreffen ingrijpende investeringen in bestaande complexen en investeringen in nieuwe verhuureenheden. Waardering vindt plaats tegen bestede kosten en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering onder aftrek van de per project geschatte noodzakelijk geachte voorziening voor niet-gedekte kosten en risico’s op basis van de marktwaarde in verhuurde staat. Het zogeheten onrendabele deel wordt ten laste van de winst-en-verliesrekening verantwoord onder de post ‘overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille’.

Voorts wordt rente tijdens de bouw toegerekend aan kwalificerende activa. De geactiveerde rente wordt berekend tegen de gewogen gemiddelde rentevoet van de aangetrokken leningen.

De noodzakelijk geachte voorziening wordt bepaald op het moment van aangaan van de feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering. Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Dudok Wonen zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw-, woningverbetering of herstructureringsprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het uitvoeringsbesluit in het besluitvormingsproces van Dudok Wonen.

Indien op projectniveau de opgenomen voorziening de geactiveerde kosten overschrijdt, wordt het project per saldo opgenomen onder de post voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen aan de creditzijde van de balans.​​​​​​​

In het geval de geschatte marktwaarde in verhuurde staat van het project op een hoger niveau ligt dan de geschatte totale projectkosten vindt de toerekening van deze waardemutatie plaats naar rato van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het project (‘percentage of completion’-methode) per balansdatum op basis van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Deze waardemutaties worden rechtstreeks ten gunste of ten laste van de winst-en-verliesrekening in de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’ verantwoord.

5.3. Materiële vaste activa

​​​​​​5.3.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen.

De afschrijvingen op kantoorgebouwen, inventaris, automatisering en vervoermiddelen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur rekening houdend met de restwaarde bij einde gebruik. Op bedrijfsterreinen wordt niet afgeschreven.

De volgende economische levensduur in jaren wordt gehanteerd:

  • Kantoorgebouwen:        40
  • Inventaris:                         8
  • Automatisering:               5
  • Vervoermiddelen:            5

Onderhoudsuitgaven bij kantoorgebouwen worden geactiveerd indien zij de gebruiksduur van het object verlengen. Indien er geen sprake is van verlenging van de gebruiksduur worden de onderhoudsuitgaven ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Bijzondere waardeverminderingen

Vaste activa met een lange levensduur worden beoordeeld op bijzondere waardeverminderingen wanneer wijzigingen of omstandigheden zich voordoen die doen vermoeden dat de boekwaarde van een actief niet terugverdiend zal worden. De terugverdienmogelijkheid van activa die in gebruik zijn, wordt bepaald door de boekwaarde van een actief te vergelijken met de geschatte contante waarde van de toekomstige netto kasstromen die het actief naar verwachting zal genereren.

Wanneer de boekwaarde van een actief hoger is dan de geschatte contante waarde van de toekomstige kasstromen, worden bijzondere waardeverminderingen verantwoord voor het verschil tussen boekwaarde en de realiseerbare waarde.

5.4. Financiële vaste activa

​​​​​​​5.4.1 Deelnemingen

Deelnemingen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde.

Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde worden de waarderingsgrondslagen van Dudok Wonen gehanteerd. Deelnemingen met een negatieve nettovermogenswaarde worden op nihil gewaardeerd.

Wanneer Dudok Wonen garant staat voor de schulden van de betreffende deelneming wordt een voorziening gevormd. Deze voorziening wordt primair ten laste van de vorderingen op deze deelneming gevormd en voor het overige onder de voorzieningen ter grootte van het aandeel in de door de deelneming geleden verliezen, dan wel voor de verwachte betalingen door Dudok Wonen ten behoeve van deze deelneming.

Deelnemingen waarin geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of duurzaam lagere waarde.

De leningen aan niet-geconsolideerde deelnemingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De grondslagen voor overige financiële vaste activa zijn opgenomen onder het hoofd Financiële instrumenten.

Dividenden worden verantwoord in de periode waarin zij betaalbaar worden gesteld. Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Eventuele winsten of verliezen worden verantwoord onder financiële baten en lasten.​​​​​​​

​​​​​​​​​​​​​​5.4.2 Latente belastingvordering(en)

Zie toelichting bij ‘5.9.2 Latente belastingvorderingen en- verplichtingen’.

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​5.4.3 Te vorderen BWS-subsidies

De vordering uit hoofde van binnen het Besluit Woninggebonden Subsidies toegezegde bedragen (contante waarde van de uitbetalingen) wordt jaarlijks verminderd met de door de subsidieverstrekker beschikbaar gestelde bedragen. De uitbetalingstermijn is afhankelijk gesteld van de disconteringsvoet en beloopt vanaf de vaststelling van de subsidie maximaal 30 jaar.

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​5.4.4 Overige vorderingen

Onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “nieuwe” 102% contracten (eigendomsparticipaties)

Onroerende zaken inzake Kopen naar Wens hebben betrekking op de koopproducten Kopen naar Wens.

Onder de onroerende zaken inzake Kopen naar Wens opgenomen eigendomsparticipaties omvatten het bloot eigendom van de grond en van de opstal van het verkoopproduct Kopen naar Wens, waarbij Dudok Wonen de Koper in staat stelt op termijn tegen geïndexeerde uitgestelde betaling een Woning in (vol) eigendom te verwerven. De koper verwerft daarom in eerste instantie het recht van erfpacht op de grond en het recht van erfpacht op de opstal.​​​​​​​

De eigendomsparticipaties worden jaarlijks op basis van nominale waarde (uitgestelde betaling) geïndexeerd met de prijsindex bestaande koopwoningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De waardering vindt plaats tegen actuele waarde op basis van een Discounted Cash Flow-methode (DCF). De waarde van de eigendomsparticipatie is verbonden aan de tijdsverwachting dat de Koper eventuele tussentijdse afkoop en de koopsom voor het verwerven van het bloot eigendom heeft voldaan.

5.5. Voorraden

​​​​​​​5.5.1 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop betreft investeringen in bouwterreinen en bouwwerken voor eigen rekening en risico bestemd voor de verkoop. De investeringen worden bij de start als vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop geclassificeerd. Wanneer eenheden verkocht zijn wordt dat deel van de investering als onderhanden projecten geclassificeerd.

In de waardering van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop worden de kosten die direct betrekking hebben op het project (zoals personeelskosten voor werknemers direct werkzaam aan het project, kosten van grond en terreinen), de kosten die toerekenbaar zijn aan projectactiviteiten in het algemeen en toewijsbaar zijn aan het project (onder meer verzekeringskosten, kosten van ontwerp en technische assistentie en rente op schulden over het tijdvak dat aan het project kan worden toegerekend) en andere kosten die contractueel aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend, begrepen. Verwachte verliezen op vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop worden onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening als last verwerkt.

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​5.5.2 Overige voorraden

De voorraad grond- en ontwikkelposities wordt gewaardeerd tegen aanschafwaarde en bijkomende kosten. Op het moment dat grond- en ontwikkelposities daadwerkelijk in ontwikkeling worden genomen vindt overheveling plaats naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie/vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop/onderhanden projecten. Als de grond- en ontwikkelposities een zodanige waardevermindering ondergaan dat de opbrengstwaarde lager is dan de geactiveerde kosten, dan wordt deze waardevermindering ten laste van het resultaat verantwoord. Hiertoe wordt de waarde van de grond- en ontwikkelposities periodiek getoetst aan de marktwaarde.

5.6. Onderhanden projecten

In de waardering van onderhanden projecten worden de kosten die direct betrekking hebben op het project (zoals personeelskosten voor werknemers direct werkzaam aan het project, kosten van grond en terreinen), de kosten die toerekenbaar zijn aan projectactiviteiten in het algemeen en toewijsbaar zijn aan het project (onder meer verzekeringskosten, kosten van ontwerp en technische assistentie en rente op schulden over het tijdvak dat aan het project kan worden toegerekend) en andere kosten die contractueel aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend, begrepen.

De toerekening van opbrengsten, kosten en winstneming op onderhanden projecten geschiedt naar rato van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het werk (‘percentage of completion’-methode) per balansdatum, op basis van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Uitgaven die verband houden met projectkosten die na de balansdatum tot te verrichten prestaties leiden, worden als activa verwerkt indien het waarschijnlijk is dat ze in een volgende periode zullen leiden tot opbrengsten.

Verwachte verliezen op onderhanden projecten worden onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening als last verwerkt.

De gedeclareerde termijnen worden in mindering gebracht op het onderhanden project. Indien op projectniveau de gedeclareerde termijnen de geactiveerde kosten overschrijden, wordt het project per saldo opgenomen onder de kortlopende schulden aan de creditzijde van de balans.

5.7. Vorderingen en effecten

De grondslagen voor de waardering van vorderingen en effecten zijn beschreven bij paragraaf 4.9 Financiële instrumenten.

5.8. Eigen Vermogen

Financiële instrumenten die op grond van de economische realiteit worden aangemerkt als eigenvermogensinstrumenten, worden gepresenteerd onder het eigen vermogen.

Financiële instrumenten die op grond van de economische realiteit worden aangemerkt als een financiële verplichting, worden gepresenteerd onder schulden. Rente, dividenden, baten en lasten met betrekking tot deze financiële instrumenten worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord als kosten of opbrengsten.

Waardevermeerderingen van activa die worden gewaardeerd tegen actuele waarde worden opgenomen in het eigen vermogen als ongerealiseerde waardeveranderingen. De ongerealiseerde waardeverandering wordt gevormd per individueel actief en is niet hoger dan het verschil tussen de boekwaarde op basis van historische kostprijs en de actuele waarde. Als een actief wordt vervreemd, valt een eventueel aanwezige ongerealiseerde waardeverandering met betrekking tot dat actief vrij ten gunste van de overige reserves. Bij de bepaling van de ongerealiseerde waardeverandering is een bedrag voor latente belastingverplichtingen in mindering gebracht, berekend tegen het actuele belastingtarief.

5.9. Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte betrouwbaar kan worden geschat.

Voorzieningen worden, voor zover niet anders vermeld, tegen nominale waarde opgenomen.

5.9.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Voor de toelichting van de waarderingsgrondslag voor het bepalen van de voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen wordt verwezen naar paragraaf 5.2.5 ‘vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie’.

De voorziening voor onrendabele investeringen is gewaardeerd tegen nominale waarde.

​​​​​​​​​​​​​​5.9.2 Latente belastingvorderingen en -verplichtingen

Een voorziening voor latente belastingvorderingen en –verplichtingen wordt getroffen voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van de activa en verplichtingen en hun belastinggrondslag. Hierbij wordt rekening gehouden met het feit in hoeverre er sprake is van (voorwaartse) verrekenbare verliescompensatie. De berekening van de latente belastingvorderingen en –verplichtingen geschiedt tegen de op het einde van het boekjaar geldende belastingtarieven of tegen de in komende jaren geldende tarieven, voor zover reeds bij wet vastgelegd.

Latente belastingvorderingen en –verplichtingen binnen dezelfde fiscale eenheid worden alleen gesaldeerd indien daartoe een afdwingbaar recht aanwezig is en het voornemen is om op netto basis af te rekenen.

Latente belastingvorderingen, met inbegrip van die voortvloeiend uit voorwaartse verliescompensatie, worden in de balans opgenomen indien het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee verliezen kunnen worden gecompenseerd en verrekeningsmogelijkheden kunnen worden benut, alsmede wanneer realisatie waarschijnlijk wordt geacht. Belastinglatenties worden op contante waarde gewaardeerd, waarbij discontering plaatsvindt tegen de netto-rente.

Latente belastingvorderingen (met een looptijd langer dan 1 jaar) zijn opgenomen onder financiële vaste activa; latente belastingverplichtingen zijn opgenomen onder de voorzieningen.

​​​​​​​​​​​​​​5.9.3 Overige voorzieningen

Hieronder is onder meer de contractuele verplichting uit hoofde van de aangekochte woningen in het kader van de regeling ‘Verzilverd Wonen’ opgenomen. De verplichting bestaat uit het levenslange vruchtgebruik van de bewoner alsmede de hier aan gekoppelde onderhoudsverplichting. De verplichting is opgenomen tegen contante waarde van het verschil tussen de aankoopprijs bij vrije verkoop en de betaalde aankoopprijs. De vrijval vindt overeenkomstig de voorgecalculeerde exploitatie plaats.

De woning is juridische en economisch eigendom van Dudok Wonen en zij draagt daarom alle risico’s en is verantwoordelijk voor het onderhoud. Bij leegkomen wordt de woning verkocht. Op moment van verkoop (transportdatum) wordt het verkoopresultaat verantwoord. Het resultaat wordt berekend door de aankoopsom plus de niet ontvangen (fictieve) markthuur, gedurende de periode dat de woning bewoond werd, in mindering te brengen op de verkoopprijs.​​​​​​​

Verder is er een voorziening voor te verwachte kosten in verband met claims van oud-medewerkers.

5.10. Langlopende schulden

De waardering van langlopende schulden is toegelicht onder paragraaf 4.9 Financiële instrumenten.

Voor de post verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken – Kopen naar Wens wordt verwezen naar paragraaf 9.8.2 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken – Kopen naar Wens “oude” contracten.

5.11. Kortlopende schulden

De waardering van kortlopende schulden is toegelicht in de paragraaf 4.9 Financiële instrumenten.

6. Verdere uitwerking grondslagen voor bepaling resultaat

6.1. Huuropbrengsten

Hieronder zijn opgenomen de opbrengsten voortvloeiend uit de met huurders gesloten huurovereenkomsten. Huuropbrengsten worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen gedurende de looptijd van de huurovereenkomst. De huren worden jaarlijks binnen de wettelijke kaders verhoogd in overeenstemming met het huurbeleid van Dudok Wonen. De huuropbrengsten worden toegerekend aan de periode waarop het contract betrekking heeft.

6.2. Opbrengsten en lasten servicecontracten

De opbrengsten betreffen ontvangen bedragen van huurders ter dekking van gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke kosten. Deze kosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten. De opbrengsten servicecontracten worden toegerekend aan de periode waarop het contract betrekking heeft.

6.3. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Hier worden zowel de directe lasten voor de verhuur en beheeractiviteiten als de indirecte lasten via de kostenverdeelstaat verantwoord.

6.4. Lasten onderhoudsactiviteiten

De onderhoudskosten voor dagelijks- en mutatieonderhoud en planmatig onderhoud worden ten laste van de exploitatie gebracht. Het dagelijks- en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in de kosten van derden en de kosten van eigen dienst. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare uitgaven wanneer geen sprake is van waardevermeerdering van het actief.

Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.

Reeds aangegane verplichtingen, waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum, worden verwerkt onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen.

6.5. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Hieronder worden de exploitatiekosten verantwoord die niet tot een meer specifieke kostensoort behoren.

6.6. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

De post Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de toerekenbare verkoop- en organisatiekosten en de geactiveerde waarde met betrekking tot het vastgoed.

Opbrengst uit verkoop van vastgoed wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt als alle belangrijke rechten op economische voordelen alsmede alle belangrijke risico’s met betrekking tot de activa zijn overgedragen aan de koper, het bedrag van de opbrengst op betrouwbare wijze kan worden bepaald en ontvangst van de opbrengst waarschijnlijk is.

Op basis van deze criteria wordt onder deze post verantwoord:

  • de verkoopopbrengst van vastgoed in exploitatie onder aftrek van verkoopkosten en de boekwaarde verantwoord. De boekwaarde is op basis van de marktwaarde.
  • de opbrengstwaarde van verkocht vastgoed bestemd voor de verkoop (koopwoningen voor derden) onder aftrek van de gemaakte direct toerekenbare verkoopkosten en de vervaardigingsprijs en daaraan toegerekende directe kosten, dan wel de lagere opbrengstwaarde.
  • verkoopopbrengst van onroerende zaken Kopen naar Wens onder aftrek van de boekwaarde.

6.7. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Hieronder zijn begrepen de waardeveranderingen met betrekking tot de vastgoedportefeuille bestaande uit vastgoed in exploitatie, vastgoed in ontwikkeling, onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “oude” en “nieuwe” contracten en vastgoed bestemd voor verkoop. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille betreffen winsten of mogelijke verliezen, die ontstaan door een wijziging in de waarde van het vastgoed in het verslagjaar.

6.8. Netto resultaat overige activiteiten

Hieraan zijn de opbrengsten en kosten voor beheer voor derden, VvE-beheer en overige opbrengsten toegerekend.

6.9. Leefbaarheid

Onder deze post zijn leefbaarheidsuitgaven inzake sociale activiteiten en fysieke activiteiten opgenomen.

De uitgaven inzake sociale activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor ondersteuning van bewonersinitiatieven, gebiedsgericht personeel (zoals leefbaarheidscoördinator, wijkbeheerder, huismeester), leefbaarheidsonderzoeken en uitgaven voor activiteiten zoals welkomstbijeenkomsten nieuwe bewoners, bestrijding woonoverlast, buurtbemiddeling, opvang van dak- en thuislozen, schuldsaneringen, tweede kansbeleid et cetera.

De uitgaven inzake fysieke activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor buurtcentra, bijzondere gebouwen (zoals wijksteunpunten, buurtposten, HOED), onderhoud groenvoorziening, speeltoestellen, beveiliging openbare ruimte, cameratoezicht, schoonmaakacties et cetera en uitgaven voor activiteiten zoals inbraakbeveiliging, brandpreventie, verlichting achterpad, afsluiting portieken et cetera.

6.10. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

Voor de uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) heeft Dudok Wonen zich gehouden aan de Beleidsregel toepassing WNT.

6.11. Pensioenen

Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies.

Dudok Wonen heeft voor al haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers bouwen jaarlijks een pensioenrecht op over het loon van dat jaar (middelloonregeling). Naar de stand van ultimo december 2019 was de dekkingsgraad van het pensioenfonds (SPW) 113,1% (2018: 115,9%).

De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). Dudok Wonen betaalt hiervoor premies waarvan een deel op het salaris van de werknemers wordt ingehouden.

6.12. Leasing

Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet bij Dudok Wonen ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden op lineaire basis verwerkt in de winst-en-verliesrekening over de looptijd van het contract.

6.13. Belastingen

Dudok Wonen is met ingang van 1 januari 2008 integraal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn sindsdien verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Een en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO). In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van resultaatneming.

Belastingen over de resultaten omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelastingen en latente belastingen. De belastingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking hebben op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in het eigen vermogen wordt verwerkt.

De over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belasting is de naar verwachting te betalen belasting over de belastbare winst over het boekjaar, rekening houdend met de fiscale faciliteiten en de vaststellingsovereenkomst (VSO), berekend aan de hand van belastingtarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten, en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting.

Voor latente belastingen wordt een vordering dan wel een voorziening getroffen voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen ten behoeve van de financiële verslaggeving en de fiscale boekwaarde van die posten.

Er wordt uitsluitend een latente belastingvordering opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst belastbare winsten beschikbaar zullen zijn die voor de realisatie van het tijdelijke verschil dan wel compensabele verliezen kunnen worden aangewend. Latente belastingvorderingen worden per iedere verslagdatum herzien en verlaagd voor zover het niet langer waarschijnlijk is dat het daarmee samenhangende belastingvoordeel zal worden gerealiseerd.

Latente belastingvorderingen zijn opgenomen onder vlottende activa of onder de financiële vaste activa indien de verwachte looptijd langer is dan een jaar. De latente belastingverplichtingen zijn opgenomen onder de voorzieningen.

Latente belastingen worden verantwoord tegen de contante waarde tegen een disconteringsvoet na belasting die de actuele marktrente van Dudok Wonen weerspiegelt.

Saldering van latenties vindt plaats indien en voor zover Dudok Wonen bevoegd is tot saldering en simultane afwikkeling en tevens het stellige voornemen heeft om dit te doen.

6.14. Aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen

Het aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen omvat het aandeel van Dudok Wonen in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties, waarbij overdracht van activa en passiva tussen Dudok Wonen en de niet-geconsolideerde deelnemingen en tussen niet-geconsolideerde deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn niet verwerkt voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd.

De resultaten van deelnemingen die gedurende het boekjaar zijn verworven of afgestoten worden vanaf het verwervingsmoment respectievelijk tot het moment van afstoting verwerkt in het resultaat van Dudok Wonen.

7. Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. Bij deze methode zijn alle ontvangsten en uitgaven direct gekoppeld aan de activiteiten.

De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen.

In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele-, investerings- en financieringsactiviteiten.

De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en rente-uitgaven (opgenomen onder operationele activiteiten).

8. Bepaling reële waarden financiële instrumenten

Een aantal grondslagen en toelichtingen in de jaarrekening van Dudok Wonen vereist de bepaling van de reële waarde van zowel financiële als niet-financiële activa en verplichtingen. Ten behoeve van waarderings- en informatieverschaffingsdoeleinden is de reële waarde op basis van de hierna genoemde methoden bepaald. Indien van toepassing wordt nadere informatie over de uitgangspunten voor de bepaling van de reële waarde vermeld bij het onderdeel van deze toelichting dat specifiek op het betreffende actief of de betreffende verplichting van toepassing is.

8.1. Handels- en overige vorderingen

De reële waarde van handels- en overige vorderingen benadert de contante waarde van de toekomstige kasstromen tegen actuele rentes vermeerderd met een gewogen gemiddelde opslag voor kredietrisico’s.

8.2. Derivaten

De reële waarde van rente derivaten wordt bepaald door discontering van de rentekasstromen, tegen actuele rentes waarin een opslag is opgenomen voor de relevante risico’s.

9. Toelichting op de geconsolideerde balans

9.1. Vastgoedbeleggingen (M1102)

9.1.1 DAEB vastgoed in exploitatie (M11028) en niet-DAEB vastgoed in exploitatie (M11020)

9.1.1 DAEB vastgoed in exploitatie (M11028) en niet-DAEB vastgoed in exploitatie (M11020)
VASTGOEDBELEGGINGEN 12/31/2019 12/31/2018
DAEB vastgoed in exploitatie    
Marktwaarde per 1 januari 679.339 598.425
     
Mutaties    
- Investeringen 3.759 3.077
- Desinvesteringen -11.808 -13.266
- Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling -3.134 -
- Overboeking gereedgekomen activa ontwikkeling 15.383 3.978
- Overboeking DAEB vastgoed - niet-DAEB vastgoed 362 1.144
- Aankopen 4.332 2.959
- Overige mutaties - -
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 24.635 83.022
Totaal mutaties 33.529 80.914
     
Marktwaarde per 31 december 712.868 679.339
DAEB vastgoed in exploitatie (aantal)    
Aantal per 1 januari 5.541 5.543
     
Toe- of afname 14 -2
Aantal per 31 december 5.555 5.541

VASTGOEDBELEGGINGEN 12/31/2019 12/31/2018
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie    
Marktwaarde per 1 januari 334.017 312.124
     
Mutaties    
- Investeringen 1.432 720
- Desinvesteringen -2.201 -3.550
- Overboeking gereedgekomen activa ontwikkeling 8.145 2.884
- Overboeking DAEB vastgoed - niet-DAEB vastgoed -362 -1.144
- Aankopen en overig - 235
- Overige mutaties - -
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 44.199 22.748
Totaal mutaties 51.193 21.893
     
Marktwaarde per 31 december 385.230 334.017
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie (aantal)    
Aantal per 1 januari 2.825 2.860
     
Toe- of afname 17 -35
Aantal per 31 december 2.842 2.825

Algemeen

De actuele waarde van het DAEB vastgoed en niet-DAEB vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de marktwaarde in verhuurde staat en bedraagt respectievelijk € 713 miljoen en € 385 miljoen. Het totaal van de waardering van het vastgoed in exploitatie bedraagt € 1.098 miljoen.

De marktwaarde in verhuurde staat is gebaseerd op beschikbare marktgegevens met inachtneming van de relevante feiten en omstandigheden van de markt waarop Dudok Wonen actief is. De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van Dudok Wonen die rusten op het vastgoed. De overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop zij actief is.

De actuele waarde is berekend met het taxatiemanagementsysteem van Ortec TMS. De marktwaardewaarderingen zijn tot stand gekomen met inachtneming van het waarderingsprotocol, de procesrichtlijnen en uitvoeringsrichtlijnen die door Dudok Wonen zijn opgesteld.

Voor de woningen en parkeerplaatsen is voor 2019 de basiswaardering gehanteerd conform het Handboek marktwaardering 2019 (2018: “full-variant”). Het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed in exploitatie is, net als in 2018, getaxeerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT – www.nrvt.nl).

Onder marktwaarde in verhuurde staat wordt verstaan: het bedrag dat het complex bij complexgewijze verkoop naar schatting zal opbrengen nadat de verkoper het complex na de beste voorbereiding op de gebruikelijke wijze in de markt heeft aangeboden en waarbij de koper de onroerende zaak aanvaardt onder gestanddoening van de lopende huurovereenkomsten met alle daaraan verbonden rechten en plichten. Om de uiteindelijke netto open marktwaarde in verhuurde staat te bepalen worden de kopers kosten in mindering gebracht. De kopers kosten betreffen overdrachtskosten (overdrachtsbelasting, notariskosten en advieskosten) en zijn genormeerd op 3% van de waarde voor de woningportefeuille en 7% van de waarde voor BOG, Intramuraal zorgvastgoed en overig vastgoed).

Voor het bepalen van de marktwaarde maakt het rekenmodel gebruik van een Discounted Cash Flow-methode (DCF). Dit betekent dat voor een beschouwingsperiode van 15 jaar zo goed mogelijk de inkomsten en uitgaven worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet ‘contant’ worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar.

Het inschatten van de inkomsten en uitgaven wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s; doorexploiteren en uitponden, mede op basis van artikel 31 van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV).

Parameters

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de woningportefeuille zijn:

  • disconteringsvoet gemiddeld van 6,48% (2018: 5,82%).
  • exit yield uitponden na 15 jaar gemiddeld van 4,80% (2018: 6,06%).
  • exit yield doorexploiteren na 15 jaar gemiddeld van 6,54% (2018: 5,58%).
  • vrije verkoopwaarde gemiddeld per eenheid € 235.159,- (2018: € 193.690,-).
  • contracthuur per eenheid gemiddeld per maand € 618,- (2018: € 601,-).
  • markthuur per eenheid gemiddeld per maand € 992,- (2018: € 870,-).

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de BOG/MOG-portefeuille zijn:

  • disconteringsvoet gemiddeld van 7,01% (2018: 6,41%).
  • exit yield gemiddeld van 11,26% (2018: 9,05%).
  • contracthuur gemiddeld per m2 per jaar € 114,- (2018: € 101,-).
  • markthuur gemiddeld per m2 per jaar € 110,- (2018: € 100,-).

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de parkeerplaatsen:

  • disconteringsvoet gemiddeld 6,35% (2018: 6,89%).
  • exit yield gemiddeld 4,05% (2018: 5,17%).
  • contracthuur gemiddeld per maand € 53,- (2018: € 54,-).

Opbouw disconteringsvoet

De disconteringsvoet is de marktconforme rendementseis waartegen de verwachte inkomsten en uitgaven contant worden gemaakt. Deze disconteringsvoet wordt gebruikt om de huidige waarde van inkomsten en uitgaven in de toekomst te bepalen. Het waarderingshandboek bouwt de disconteringsvoet op in 3 onderdelen:

  • De risicovrije rentevoet. De hoogte van de risicoloze rentevoet wordt bepaald aan de hand van het 24-maands historisch gemiddelde van de 10-jaar EURO area yield curve gebaseerd op AAA rated staatsobligaties zoals gepubliceerd door de E.C.B. (Europese Centrale Bank) genomen. Voor 2019 bedraagt de basis-IRS 0,26% (2018: 0,44%).
  • De vastgoedsector specifieke opslag. De vastgoed sectorspecifieke opslag is een vastgoedsector gebonden risico-opslag, welke dient ter compensatie voor het extra risico dat wordt gelopen voor het investeren in vastgoed, ten opzichte van de risicovrije rente. De opslag bedraagt in 2019 5,54% (2018: 5,52%).
  • De opslag voor het markt- en objectrisico. Deze gecombineerde opslag is afhankelijk gesteld van bouwjaar, type verhuureenheid en regio.

De disconteringsvoeten van de woningen en parkeerplaatsen zijn bepaald op basis van het handboek marktwaardering 2019. Voor het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed zijn deze per complex individueel bepaald.

De bandbreedte voor de disconteringsvoeten van Dudok Wonen is als volgt:

  • voor woningen: tussen 5,74% en 6,80% (2018: 4,50% en 8,50%);
  • voor BOG: tussen 3,21% en 10,79% (2018: 3,19% en 12,04%);
  • voor parkeerplaatsen: tussen 6,28% en 6,37% (2018: 1,11% en 8,36%);

Eindwaarde

Voor de woningen en parkeerplaatsen wordt de eindwaarde berekend op basis van het handboek. Deze eindwaarde is de marktwaarde van het complex aan het einde van het 15e jaar en is gelijk aan de contante waarde van de verwachte kasstromen die van het 16e exploitatiejaar worden verwacht. Deze waarde wordt vervolgens contant gemaakt met de gehanteerde disconteringsvoet naar de waardepeildatum en is zo onderdeel van de marktwaarde.

Exit Yield

Voor het bepalen van de eindwaarde van het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed wordt de Exit Yield gebruikt. Het Exit Yield percentage bepaalt de eindwaarde van een complex aan het einde van de 15-jarige cashflow berekening. De eindwaarde wordt contant gemaakt tegen de gehanteerde disconteringsvoet. De Exit Yield moet feitelijk gezien worden als het aanvangsrendement over 15 jaar. Deze is daarmee dan ook afhankelijk van de status van het complex aan het eind van de beschouwde periode. Op individueel complexniveau zijn aspecten als huurpotentie, leeftijd en omvang van het complex aan het einde van de 15- jarige DCF periode bepaald. De Exit Yields zijn individueel ingeschat op complexniveau.

Overig

De op de markt, waarop Dudok Wonen actief is, gebaseerde aannames en uitgangspunten zijn voor het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed tot stand gekomen in samenwerking met een extern taxateur. Voor de woningen en parkeerplaatsen is de basiswaardering conform het Handboek gehanteerd.

Bij het bepalen van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • inflatie: voorgeschreven volgens het Handboek en gebaseerd op de meest recente prognoses van het Centraal Planbureau (CPB) en de Europese Centrale Bank (ECB);
  • vrije verkoopwaarde: afgeleid van de WOZ-waarde en berekend volgens het Handboek;
  • markthuur:  afgeleid van de vrije verkoopwaarde en extern marktadvies en berekend volgens het handboek;
  • exploitatiekosten: ontleend aan het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (versie 2019);
  • mutatiegraad: gebaseerd op 5-jaars voortschrijdend gemiddelde binnen een bandbreedte;
  • ontwikkeling vrije verkoopwaarde en markthuur van de woningen op basis van de economische parameters in het Handboek;

Bij de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat is ook expliciet rekening gehouden met bestaande beklemmingen. Beklemmingen zijn beperkende afspraken die rechtstreeks rusten op het vastgoed, van invloed zijn op de marktwaarde in verhuurde staat en bij een eventuele overdracht naar een derde mee overgaan. Deze afspraken kunnen betrekking hebben op gemeentelijke afspraken, maar ook op wettelijke bepalingen.

De volgende vrijheidsgraden zijn toegepast bij de BOG-portefeuille:

  • markthuur: deze is bepaald aan de hand van recente verhuurtransacties.

Disconteringsvoet

De disconteringsvoet uit het handboek toont slechts een beperkte variatie en houdt geen rekening met enkele belangrijke aspecten in de waardering van de vastgoedportefeuille. De disconteringsvoeten van de complexen zijn individueel bepaald waarbij rekening is gehouden met aspecten als vastgoedtype, het bouwjaar, de lengte van het huurcontract, een overhuur- of onderhuursituatie, locatieaspecten en de omvang van het object.

Exit Yield

De Exit Yield is afhankelijk van de status van het complex aan het eind van de beschouwde periode. Hiertoe zijn op individueel complexniveau aspecten als huurpotentie, leeftijd en omvang van het complex aan het einde van de 15- jarige DCF periode bepaald. De Exit Yields zijn individueel per complex ingeschat.

Waardeveranderingen op basis van marktwaarde in verhuurde staat:

De marktwaarde in verhuurde staat is in 2019 met € 84,7 miljoen toegenomen van € 1.013,4 miljoen naar € 1.098,1 miljoen. Deze waardeontwikkeling is opgebouwd uit:

  • investeringen van € 5,1 miljoen;
  • desinvesteringen (verkopen) van € 14,0 miljoen;
  • Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling van € 3,1 miljoen;
  • aankopen en opleveringen van € 27,9 miljoen;
  • niet gerealiseerde waardeveranderingen van € 68,8 miljoen positief.

De herwaarderingen ad € 68,8 miljoen positief zijn het gevolg van nadere inschattingen van parameters en uitgangspunten bij de waardering op marktwaarde.

Bij de post vastgoedbeleggingen zijn 8.397 eenheden (2018: 8.366) opgenomen. De geschatte actuele waarde is gebaseerd op basis van de WOZ-beschikkingen (peildatum 1 januari 2018) van het vastgoed en bedraagt circa € 1,1 miljard (2018: 1,0 miljard).

De woningen zijn verzekerd tegen herbouwwaarde. Het bedrijfsonroerend goed is verzekerd tegen taxatiewaarde.

Hypothecaire zekerheden:

Het sociaal vastgoed in exploitatie gekwalificeerd als vastgoedbelegging bij Dudok Wonen is (nagenoeg) geheel gefinancierd met leningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft hierbij het recht van eerste hypotheek. Dudok Wonen heeft hiervoor een volmacht aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw verstrekt. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw kan indien het dit noodzakelijk acht hypotheek op het onderpand leggen. Als gevolg hiervan zijn de onroerende en roerende zaken in exploitatie die met geborgde leningen zijn gefinancierd niet met hypothecaire zekerheden bezwaard.

Voor het bezit in Goois Wonen BV zijn hypothecaire zekerheden en aanvullende zekerheden afgegeven. Deze zekerheden worden in paragraaf 9.9.1 nader toegelicht.

De som van de herwaarderingen bedraagt per balansdatum € 602 miljoen (2018: € 534 miljoen).

Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie

Per 31 december 2019 is in totaal € 602 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in de overige reserves begrepen (2018: € 534 miljoen) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Dudok Wonen. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en/of maatschappelijke overwegingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie. Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst zal worden gerealiseerd.

Dudok Wonen heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit en bedraagt voor 2019 € 497 miljoen. Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2019 bestaat uit de volgende onderdelen:

VASTGOEDBELEGGINGEN 12/31/2019 12/31/2018
Van marktwaarde naar beleidswaarde    
Marktwaarde verhuurde staat  1.098.076   1.013.355 
     
Beschikbaarheid (doorexploiteren)  -49.803   -26.818 
Betaalbaarheid (huren)  -231.879   -202.045 
Kwaliteit (onderhoud)  -147.116   -86.703 
Beheer (beheerskosten)  -68.277   -57.703 
     
Beleidswaarde  601.002   640.086 

Dit impliceert dat circa 53% van het totale eigen vermogen niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Gezien de volatiliteit van (met name) de beleidswaarde, is dit aan fluctuaties onderhevig.

Sensitiviteitsanalyse:

Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten (gemiddeld per woning teruggerekend) als volgt:

VASTGOEDBELEGGINGEN 12/31/2019 12/31/2018
Uitgangspunt voor:    
Disconteringsvoet doorexploiteren 6,14% 6,48%
Streefhuur per maand DAEB € 634 per woning € 622 per woning
Streefhuur per maand Niet DAEB € 998 per woning € 905 per woning
Streefhuur per maand Totaal € 727 per woning € 694 per woning
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 3.347 per woning € 3.115 per woning

In onderstaande tabellen wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:

VASTGOEDBELEGGINGEN    
Effect op beleidswaarde:  Mutatie t.o.v.  Effect op
  uitgangspunt beleidswaarde
Disconteringsvoet 0,5% hoger € 53 mln lager
Streefhuur per maand € 25 lager € 13 mln lager
Lasten onderhoud per jaar € 100 hoger € 17 mln lager
Lasten beheer per jaar € 100 hoger € 17 mln lager

9.1.2 Onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “oude” contracten (M11024)

9.1.2 Onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “oude” contracten (M11024)
VASTGOEDBELEGGINGEN 12/31/2019 12/31/2018
Eigendomsparticipaties (bedrag)    
Nominale waarde per 1 januari 54.846 51.373
     
Mutaties in het boekjaar:    
- herrubricering - -
- Nieuw - -
- Afkoop -2.010 -1.860
- Indexering 5.900 5.332
Nominale waarde per 31 december 58.736 54.846
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen -32.837 -33.055
Stand per 31 december 25.899 21.541
Vooruit ontvangen bedragen ‘Kopen Naar Wens’ 38.612 40.441
Stand per 31 december 64.511 61.981
Eigendomsparticipaties (aantal)    
Stand per 1 januari 406 420
     
Mutaties in het boekjaar:    
- herrubricering - -
- Nieuw - -
- Afkoop -17 -14
Stand per 31 december 389 406

De actuele waarde van de eigendomsparticipaties is gebaseerd op de marktwaarde v.o.n. (vrij op naam). De waardering vindt plaats tegen actuele waarde op basis van een netto contante waarde berekening en bedraagt € 25,9 miljoen (2018: € 21,5 miljoen). Het totaal van de waardering van de eigendomsparticipaties inclusief de ‘vooruitontvangen bedragen’ bedraagt daarmee € 64,5 miljoen (2018: € 62,0 miljoen).

De actuele waarde is berekend met een eigen rekenmodel. De marktwaardewaarderingen zijn tot stand gekomen met inachtneming van het waarderingsprotocol, de procesrichtlijnen en uitvoeringsrichtlijnen die door Dudok Wonen zijn opgesteld.

Voor het bepalen van de marktwaarde maakt het rekenmodel gebruik van de netto contante waarde van de toekomstige kasstromen.

Voor de gehele verwachte looptijd worden de inkomsten en uitgaven, zo goed mogelijk geschat en aan de hand van een disconteringsvoet ‘contant’ gemaakt naar het heden.

Het inschatten van de inkomsten en uitgaven wordt gedaan aan de hand van het scenario uitponden. De waarde van de eigendomsparticipatie is verbonden aan de tijdsverwachting dat de Koper eventuele tussentijdse afkoop en de koopsom voor het verwerven van het bloot eigendom heeft voldaan.

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de eigendomsparticipaties zijn:

  • disconteringsvoet van 5,50% (2018: 5,50%);
  • indexering van uitgestelde betalingen op basis van prijsindex bestaande koopwoningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS);
  • tussentijdse bijkopen is ingeschat op 1%;
  • de tijdsverwachting voor een tussentijdse afkoop is ingeschat op basis van inkomensstijging en discrepantie tussen regio index en de daadwerkelijke waardestijging;
  • jaarlijkse beheerkosten van € 143,- euro per participatie (2018: €140,-).

9.1.3 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie (M11021)

9.1.3 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie (M11021)
VASTGOEDBELEGGINGEN 12/31/2019 12/31/2018
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie    
Aanschafprijs 26.926 18.702
Cumulatieve waardeverminderingen -4.425 -2.757
Boekwaarde per 1 januari 22.501 15.945
Verantwoord als voorziening onrendabele investeringen - -
Boekwaarde onder aftrek van voorziening per 1 januari 22.501 15.945
     
Mutaties    
- Investeringen 5.896 13.596
- Overboeking naar DAEB vastgoed in exploitatie -12.251 -4.080
- Overboeking naar niet-DAEB vastgoed in exploitatie -11.254 -2.884
- Overboeking onrendabel in ontwikkeling bestemd voor vastgoed in exploitatie 3.189 1.141
- Waardeveranderingen -8.978 -1.217
Totaal mutaties -23.398 6.556
     
Aanschafprijs 7.684 26.926
Cumulatieve waardeverminderingen -8.581 -4.425
Balanswaarde per 31 december -897 22.501
Verantwoord als voorziening onrendabele investeringen 1.454 -
Boekwaarde onder aftrek van voorziening per 31 december 557 22.501

In het boekjaar werd ter zake van het vastgoed in ontwikkeling een bedrag ad € 296 aan bouwrente geactiveerd (2018: € 804). Bij niet specifiek gefinancierde projecten werd een gemiddelde rentevoet gehanteerd van 3,50% (2018: 3,71%).

Het verloop van de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen is als volgt:

VASTGOEDBELEGGINGEN 12/31/2019 12/31/2018
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen    
Beginwaarde per 1 januari - -
Mutaties in het boekjaar:    
Toevoeging 1.454 -
Eindwaarde per 31 december 1.454 -

9.2. Materiële vaste activa (M1102)

9.2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie (M11022)

9.2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie (M11022)
MATERIELE VASTE ACTIVA Kantoor-gebouw Inventaris Automatisering Vervoer-middelen Totaal
Onroerende zaken en roerende zaken ten dienste van de exploitatie          
Verkrijgingsprijzen 11.114 54 1.313 12 12.493
Cumulatieve afschrijvingen -1.568 -34 -1.110 -12 -2.724
           
Boekwaarde per 1 januari 9.546 20 203 0 9.769
Mutaties in het boekjaar:          
- Investeringen 0 22 174 0 196
- Overboeking naar commercieel vastgoed in exploitatie 0 0 0 0 0
- Desinvesteringen (aanschafwaarde) 0 0 0 0 0
- Desinvesteringen (gecorrigeerde afschrijving) 0 0 6 0 0
- Afschrijvingen -251 -5 -110 0 -366
Totale mutaties -251 17 64 0 -170
           
Verkrijgingsprijzen 11.115 76 1.487 12 12.689
Cumulatieve afschrijvingen -1.819 -39 -1.220 -12 -3.090
Boekwaarde per 31 december 9.295 37 267 0 9.599

De WOZ-waarde van de onroerende zaken ten dienste van de exploitatie bedraagt € 1,8 miljoen.

9.3. Financiële vaste activa (M1103)

9.3.1 Andere deelnemingen (M11033)

9.3.1 Andere deelnemingen (M11033)
FINANCIELE VASTE ACTIVA 12/31/2019 12/31/2018
Andere deelnemingen    
Aandeel WoningNet N.V.    
Beginwaarde per 1 januari 2 2
- Mutaties in boekjaar - -
Eindwaarde per 31 december 2 2

Dudok Wonen heeft een belang in WoningNet NV. Dit betreft een 75% storting op een aandeel in WoningNet. WoningNet werd in 2001 opgericht om corporaties optimaal te ondersteunen bij het verhuren van hun woningen.

9.3.2 Latente belastingvordering(en) (M11035)

9.3.2 Latente belastingvordering(en) (M11035)
FINANCIELE VASTE ACTIVA 12/31/2019 12/31/2018
Latente belastingvordering    
Beginwaarde per 1 januari 4.553 7.545
     
Mutaties in het boekjaar:    
- Vrijval ten laste van winst- en verliesrekening -268 -2.992
     
Eindwaarde per 31 december 4.285 4.553

De belasting latenties zijn berekend over tijdelijk verrekenbare verschillen uit hoofde van waardering van vastgoedbeleggingen, onroerende zaken – kopen naar wens, leningen, alsmede de herinvesteringsreserve en de voorwaartse verliescompensatie. De post latente belastingvorderingen betreft:

  • de tot waardering gebrachte beschikbare voorwaartse verliescompensatie ad € 0,2 miljoen (2018: € 1,7 miljoen)
  • en de tot waardering gebrachte verrekenbare tijdelijke verschillen ad € 3,5 miljoen (2018: € 3,8 miljoen).
  • verschil in waardering als gevolg van het te verrekenen renteoverschot als gevolg van de invoering van de ATAD ad € 0,5 miljoen (2018: € 0 miljoen)

De latente belastingvordering is contant gewaardeerd. De contante waarde van deze vordering bedraagt € 4,3 miljoen (2018: € 4,5 miljoen), gebaseerd op een disconteringsvoet na belasting (die de rente van de leningenportefeuille vertegenwoordigd) van 2,60% (2018: 2,6%).

Van deze vorderingen is een bedrag ad € 241 (2018: € 115) naar verwachting verrekenbaar binnen 1 jaar.

Nadere toelichting per onderdeel van de belastinglatentie inzake tijdelijke verschillen:

  • De beschikbare voorwaartse verliescompensatie bedraagt nominaal € 1,0 miljoen en wordt gewaardeerd tegen contante waarde, gebaseerd op een disconteringsvoet na belasting (die de rente van de leningenportefeuille vertegenwoordigd) van 2,60% (2018: 2,6%). De contante waarde bedraagt € 0,9 miljoen. Op grond van de meerjarenbegroting 2020-2024 is het waarschijnlijk dat er in de toekomst voldoende fiscale winst beschikbaar is om de verliezen te compenseren. De latente belastingvordering bedraagt € 0,2 miljoen. Het bedrag met een looptijd kleiner dan 1 jaar bedraagt € 0,2 miljoen.
  • Het tijdelijke verschil inzake de extendible lening bedraagt nominaal € 3,0 miljoen (2018: € 2,3 miljoen). Het waarderingsverschil wordt nominaal gewaardeerd omdat het onzeker is hoe de renteontwikkeling zal lopen en hoe lang de looptijd zal zijn.
  • Het tijdelijke verschil inzake de leningenportefeuille bedraagt nominaal € 2,3 miljoen (2018: € 2,7 miljoen) en is gewaardeerd tegen contante waarde, De latente belastingvordering bedraagt € 0,5 miljoen (2018: € 0,7 miljoen) en is verwerkt in de balans. De gemiddelde gewogen looptijd van dit tijdelijke verschil bedraagt 18 jaar (2018: 19 jaar). Het bedrag met een looptijd kleiner dan 1 jaar bedraagt € 0,1 miljoen.
  • Met ingang van 1 januari 2019 is de ATAD-richtlijn van toepassing waardoor voor de bepaling van het fiscaal belastbaar bedrag de renteaftrek beperkt is. De aftrekbeperking ziet toe op het meerdere van 30% van de fiscale EBITDA met een ondergrens van € 1 miljoen (ATAD-norm). Indien in toekomstige jaren de rente daalt onder de hiervoor genoemde ATAD-norm is de eerder niet in aftrek genomen rente alsnog aftrekbaar. Hierdoor ontstaat een tijdelijk verschil. Voor het saldo niet aftrekbare rente ultimo 2019 is ingeschat of deze redelijkerwijs binnen 10 jaar wordt verrekend. Voor dat deel van de rente wat verrekend wordt is een actieve belastinglatentie gevormd. Ultimo 2019 bedraagt het saldo niet aftrekbare rente € 7,1 miljoen. Hiervan wordt naar verwachting € 3,0 miljoen binnen 10 jaar verrekend. De contante waarde tegen de netto rente van 2,6% bedraagt € 2,5 miljoen. De latente belastingvordering bedraagt € 0,5 miljoen.
  • Vastgoedbeleggingen die in de komende jaren naar verwachting blijvend zullen worden verhuurd en waarvan de commerciële waarde per complex verschilt van de fiscale waarde. Het verschil bedraagt € 149 miljoen (2018: € 78 miljoen). Er wordt voor dit verschil geen latentie gevormd omdat dit vastgoed fiscaal niet afwikkelt. De fiscale waarde van dit vastgoed betreft een bedrag van € 887 miljoen (2018: € 897 miljoen). De commerciële waarde van dit vastgoed betreft een bedrag van € 1.036 miljoen (2018: € 820 miljoen). De nominale latente belastingvordering bedraagt € 32 miljoen (2018: € 19 miljoen), zijnde 21,7% over het verschil tussen fiscale waarde en boekwaarde.
  • Het verschil inzake de vastgoedbeleggingen in exploitatie waarvan verwacht wordt dat deze in de komende vijf jaar worden verkocht bedraagt € 5,5 miljoen (2018: € 8,9 miljoen). De nominale waarde van de latente belastingverplichting bedraagt € 1,2 miljoen. Omdat bij verkoop gebruik wordt gemaakt van de herinvesteringsreserve, er sprake is van fiscale boekwinst bij verkoop, en wordt voldaan aan RJ272.405 wordt voor dit verschil geen latentie gevormd.
  • Het tijdelijke verschil inzake onroerende zaken - Kopen naar Wens bedraagt € 28,9 (2018: € 30,6) miljoen. De fiscale waarde is hoger dan de boekwaarde. Gelet op het ontbreken van de beschikkingsmacht bij Dudok Wonen inzake het moment van uitkoop is dit tijdelijke verschil niet in de balans gewaardeerd. De nominale latente belastingverplichting bedraagt € 6,3 miljoen.

9.3.3 Leningen u/g (M11036)

9.3.3 Leningen u/g (M11036)
FINANCIELE VASTE ACTIVA 12/31/2019 12/31/2018
Leningen u/g    
Beginwaarde per 1 januari 3.466 3.504
Mutaties in het boekjaar:    
- Aflossingen -48 -38
Eindwaarde per 31 december 3.418 3.466

FINANCIELE VASTE ACTIVA 12/31/2019 12/31/2018
Leningen u/g    
Lening Stichting Woonzorg Theodotion-Dudok 3.418 3.466
Stand per 31 december 3.418 3.466

Stichting Woonzorg Theodotion-Dudok

Aan de Stichting Woonzorg Theodotion-Dudok te Laren is op 1 augustus 1997 een lening verstrekt met een looptijd van 50 jaar. De eerste 10 jaar was fixe, daarna annuïtair op basis van 40 jaar. Op 1 augustus 2018 heeft er een renteherziening plaatsgevonden naar 5,5%. De schuldenaar heeft te allen tijde het recht de lening – hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk- vervroegd af te lossen. Als zekerheid is er een volmacht gegeven tot het vestigen van hypotheek en/of pandrecht op het complex met 26 luxe appartementen voor een bedrag van € 6,35 miljoen.

9.3.4 Overige vorderingen (M11039)

9.3.4 Overige vorderingen (M11039)
FINANCIËLE VASTE ACTIVA 12/31/2019 12/31/2018
Overige vorderingen    
Vorderingen Kopen naar Wens “Nieuwe” 102% contracten 12.129 5.136
Amortisatie leningen 13.113 -
Stand per 31 december 25.242 5.136

Vorderingen Kopen naar Wens “Nieuwe” 102% contracten

FINANCIËLE VASTE ACTIVA 12/31/2019 12/31/2018
Vorderingen Kopen naar Wens (bedrag)    
Nominale waarde per 1 januari 9.984 5.793
Mutaties in het boekjaar:    
- Nieuw 4.915 3.808
- Afkoop -813 -287
- Indexering 924 670
Nominale waarde per 31 december 15.010 9.984
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen -2.881 -4.848
Stand per 31 december 12.129 5.136
Vorderingen Kopen naar Wens (aantal)    
Stand per 1 januari 102 71
Mutaties in het boekjaar:    
- Nieuw 43 34
- Afkoop -5 -3
Stand per 31 december 140 102

De actuele waarde van de vorderingen Kopen naar Wens is gebaseerd op de marktwaarde v.o.n. (vrij op naam). De waardering vindt plaats tegen actuele waarde op basis van een netto contante waarde berekening en bedraagt € 12,1 miljoen.

De actuele waarde is berekend met een eigen rekenmodel. De marktwaardewaarderingen zijn tot stand gekomen met inachtneming van het waarderingsprotocol, de procesrichtlijnen en uitvoeringsrichtlijnen die door Dudok Wonen zijn opgesteld.

Voor het bepalen van de marktwaarde maakt het rekenmodel gebruik van de netto contante waarde van de toekomstige kasstromen.

Voor de gehele verwachte looptijd worden de inkomsten en uitgaven, zo goed mogelijk geschat en aan de hand van een disconteringsvoet ‘contant’ gemaakt naar het heden.

Het inschatten van de inkomsten en uitgaven wordt gedaan aan de hand van het scenario uitponden. De waarde van de eigendomsparticipatie is verbonden aan de tijdsverwachting dat de Koper eventuele tussentijdse afkoop en de koopsom voor het verwerven van het bloot eigendom heeft voldaan.

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de eigendomsparticipaties zijn:

  • disconteringsvoet van 2,25% (2018: 3,85%);
  • indexering van uitgestelde betalingen op basis van prijsindex bestaande koopwoningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS);
  • tussentijdse bijkopen is ingeschat op 1,3% (2018: 1,3%);
  • de tijdsverwachting voor een tussentijdse afkoop is ingeschat op basis van inkomensstijging en discrepantie tussen regio index en de daadwerkelijke waardestijging;
  • Jaarlijkse beheerkosten van € 143,- euro per participatie (2018: € 140,-).

Amortisatie leningen

Amortisatie leningen
FINANCIËLE VASTE ACTIVA 12/31/2019 12/31/2018
Amortisatie leningen    
Nominale waarde per 1 januari - -
Mutaties in het boekjaar:    
- toevoegingen 13.357 -
- Aflossing/afschrijving -244 -
Stand per 31 december 13.113 -

In 2019 heeft Dudok Wonen besloten tot de doorzak van derivaat in een vastrentende lening. Hierdoor is een vervangende lening ontstaan met een hogere rente dan de op dat moment geldende marktrente. Zodoende ontstond een verschil tussen marktwaarde en de nominale waarde. Dit verschil is als geamortiseerde kostprijs onder overige vordering opgenomen.

9.4. Vorderingen (M1112)

9.4.1 Huurdebiteuren (M11120)

9.4.1 Huurdebiteuren (M11120)
VORDERINGEN 12/31/2019 12/31/2018
Huurdebiteuren    
Huurdebiteuren 547 653
Voorziening dubieuze huurdebiteuren -168 -252
Stand per 31 december 379 401

De vorderingen zijn opgenomen tegen nominale waarde, rekening houdend met een voorziening voor mogelijke oninbaarheid. De voorziening is gebaseerd op een ouderdomsanalyse van de openstaande vorderingen.

9.4.2 Overige vorderingen (M11126)

9.4.2 Overige vorderingen (M11126)
VORDERINGEN 12/31/2019 12/31/2018
Overige vorderingen    
Overige debiteuren 474 2.397
Collateral (margin call verplichting) - 6.100
Waarborgsommen 262 12
Overige vorderingen 224 4
Stand per 31 december 960 8.513

Overige debiteuren

De overige debiteuren bestaan voornamelijk uit vorderingen met betrekking tot nieuwbouw verkoop.

Overige vorderingen

Onder de overige vorderingen zijn geen posten opgenomen met een looptijd langer dan een jaar.

​​​​​​​9.4.3 Overlopende activa (M11127)

Onder de overlopende activa zijn geen posten opgenomen met een looptijd langer dan een jaar.

9.5. Liquide middelen (M1114)

LIQUIDE MIDDELEN 12/31/2019 12/31/2018
Liquide middelen    
Vrij opneembare banktegoeden 31.924 34.574
Stand per 31 december 31.924 34.574

9.6. Eigen Vermogen (M1105)

Voor de toelichting op het eigen vermogen wordt verwezen naar paragraaf 14.4 Eigen vermogen.

9.7. Voorzieningen (M1107)

9.7.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen (M11073)

Voor de toelichting van de voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen wordt verwezen naar paragraaf 9.1.3 ‘vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie’.

De voorziening onrendabele investeringen heeft een looptijd van langer dan 1 jaar.

​​​​​​​​​​​​​​9.7.2 Overige voorzieningen (M11074)

In 2019 heeft Dudok Wonen één verzilverde woning verkocht. In totaal heeft Dudok Wonen ultimo 2019 12 verzilverde woningen in haar bezit.

Onder de overige voorzieningen is een bedrag van € 100 opgenomen inzake claims van oud-medewerkers. Het bedrag van de voorziening dat naar verwachting binnen 1 jaar afwikkelt bedraagt € 0. Het bedrag van de voorziening dat naar verwachting na meer dan 5 jaar afwikkelt bedraagt € 0.

9.8. Langlopende schulden (M1108)

​​​​​​​​​​​​​​9.8.1 Schulden/leningen overheid (M11080) en kredietinstellingen (M11081)

​​​​​​​​​​​​​​9.8.1 Schulden/leningen overheid (M11080) en kredietinstellingen (M11081)
LANGLOPENDE SCHULDEN 12/31/2019 12/31/2018
Leningen kredietinstellingen    
Balans per 1 januari 251.435 259.197
Mutaties:    
- Af: effect stelselwijziging - -
- Bij: nieuwe leningen (initieel gewaardeerd tegen reële waarde, 38.356 15.000
vervolgwaardering tegen geamortiseerde kostprijs)    
- Af: contract aflossingen -48.946 -22.835
- Bij: geamortiseerde rente 76 73
- Af: afschrijving agio -244  
Sub totaal 240.678 251.435
     
Af: aflossingsverplichting komend jaar -22.965 -17.881
Balans per 31 december 217.713 233.554
TOTAAL 217.713 233.554

De aflossingsverplichting (totaal € 23,0 miljoen) binnen 12 maanden na afloop van het jaar is opgenomen onder kortlopende schulden.

In de mutaties is een doorzak van een derivaat met een onderliggende leningwaarde van € 25 miljoen verwerkt. Hiervoor is een bestaande lening vervangen door een lening met dezelfde kenmerken, maar met een vaste rente. Deze rente is hoger dan de op dat moment geldende marktrente. Het agio is vrijwel gelijk aan de negatieve waarde van het beëindigde derivaat. De reële waarde van de nieuwe lening bedraagt derhalve € 38,4 miljoen (nominaal € 25 miljoen).

De kenmerken van de leningenportefeuille zijn als volgt:

  • De gewogen gemiddelde rentevoet van het totale bestand aan leningen bedraagt 3,32% (2018: 3,47%).
  • De gewogen gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille excl. rollover leningen bedraagt 17 jaar (2018: 15 jaar) en incl. rollover leningen 18 jaar (2018: 17 jaar).
  • De duration van de leningenportefeuille excl. rollover leningen bedraagt 10 jaar (2018: 7,4 jaar) en incl. rollover leningen 9,3 jaar (2018: 5,4 jaar).
  • De leningen van de overheid en kredietinstellingen zijn volledig ter financiering van vastgoed en zijn voor € 217,6 miljoen (2018: voor € 240,8 miljoen) geborgd door het WSW en zijn voor € 10,2 miljoen (2018: voor € 10,9 miljoen) niet geborgd.

Zekerheden behorende bij leningen kredietinstellingen verstrekt aan Goois Wonen BV

  • Voor het bezit zijn hypothecaire zekerheden afgegeven ter waarde van € 13 miljoen.
  • Bij het complex Entrada zijn verpand:
    • huurpenningen;
    • verklaring van no-change-of-ownership;
    • verklaring van no further debt clause;
    • verklaring van negative pledge;
    • verklaring van pari passu.

LANGLOPENDE SCHULDEN - Leningen kredietinstellingen    
Looptijd 12/31/2019 12/31/2018
< 1 jaar 22.965 17.881
1-5 jaar 18.846 38.420
> 5 jaar 199.116 195.458
Balans per 31 december 240.926 251.759

LANGLOPENDE SCHULDEN - Leningen kredietinstellingen        
Soorten leningen Aantal Bedrag Aantal Bedrag
  12/31/2019 12/31/2019 12/31/2018 12/31/2018
Vastrentende leningen 26 177.926 28 158.759
Variabel rentende leningen 4 38.000 6 68.000
Extendible leningen 1 25.000 1 25.000
Balans per 31 december 31 240.926 35 251.759

Vastrentende leningen

De rente van de vastrentende leningen is of voor de gehele looptijd gefixeerd of tot het renteherzieningsmoment.

Variabel rentende leningen

Ultimo 2019 zijn er 4 variabel rentende leningen (zogeheten roll-over leningen) met in totaal een hoofdsom van € 38 miljoen. Hiervan is per 31 december 2019 € 38 miljoen opgenomen. Voor deze roll-over leningen geldt een variabele rente gebaseerd op 3-maands of 6-maands Euribor plus opslag. Met het doel het renterisico op deze leningen te beperken is een renteswap afgesloten ter dekking van nominaal € 25 miljoen. Deze afgeleide financiële instrumenten worden in paragraaf 9.12.2 nader toegelicht.

Extendible lening

De extendible moet worden gezien als twee afzonderlijke instrumenten: de ‘kale’ lening en de geschreven receiver swaption. Voor alle financiële instrumenten geldt dat de eerste waardering gelijk is aan de reële waarde. Op grond hiervan is eerst de reële waarde van de swaption bepaald. Het restant met de reële waarde van de extendible lening als geheel wordt vervolgens geacht de reële waarde van de lening te zijn.

De initiële reële waarde van de swaption is gelijk aan de impliciet (te) ontvangen premie voor de swaption. Doorgaans komt dit bij een extendible lening tot uitdrukking in een lager dan marktconform rentepercentage (te zien als rentekorting) in de eerste periode van de lening. De reële waarde is dus gelijk aan de contante waarde van deze rentekorting.

De initiële reële waarde van de swaption op het afsluitmoment is bepaald op € 974 negatief. Dit betekent dat de reële waarde van de lening € 24,03 miljoen bij afsluiten bedroeg. Het totaalbedrag bedroeg nominaal € 25,0 miljoen.

De waardering van de lening bedraagt ultimo 2019 op balansdatum € 24,75 miljoen (2018: € 24,67 miljoen) en de waarde van de swaption bedraagt ultimo 2019 op balansdatum € 14,25 miljoen negatief (2018: € 9,86 miljoen negatief). Hierdoor ontstaat een totale waardering (schuld) van € 39,00 miljoen (2018: € 34,52 miljoen).

De rentelast in de winst- en verliesrekening met betrekking tot de extendible in 2019 bedraagt € 1.109 (2018: € 1.106). Dit bedrag bestaat uit € 76 aan geamortiseerde rente en € 1,03 miljoen aan betaalde rente. De geamortiseerde rente wordt bijgeschreven op de lening, die daardoor per ultimo boekjaar 2019 een waarde kent van € 39,00 miljoen.

Als gevolg van de gedaalde rentecurve ultimo 2019 is de negatieve waarde van de embedded swaption toegenomen tot een bedrag van € 14,25 miljoen negatief (2018: € 9,86 miljoen negatief). Het verschil ten opzichte van de waardering ultimo 2019 bedraagt € 4,39 miljoen negatief en wordt ten laste van het renteresultaat 2019 gebracht.

Renterisico bij herfinanciering

Het rente- en looptijdenbeleid is erop gericht jaarlijks niet meer dan 15% renterisico bij herfinanciering te lopen. Het renterisico (in % van de restant hoofdsom aan het begin van het jaar) wordt berekend als de som van:

  • het bedrag aan aflossingen van leningen in een jaar, vermeerderd met
  • de restant hoofdsom van rentetypisch langlopende financiering die in een jaar een renteaanpassing krijgen, én.
  • de hoofdsom van rentetypisch kortlopende financiering (zijnde variabel rentende leningen) die in een jaar minimaal één renteaanpassing krijgen.

Op basis van de bestaande leningenportefeuille in de toegelaten instelling ziet het renterisico er per ultimo 2019 als volgt uit:

Uit de grafiek blijkt, dat de renterisiconorm van 15% over het uitstaande schuldenrestant in een aantal jaren wordt overschreden. De verhouding tussen omvang van de schuldpositie en de mutaties daarop spelen een grote rol. Als gevolg van de doorzak van het rentederivaat en de lager dan verwachte ontwikkeling van de financieringsbehoefte is de totale schuldpositie in 2019 gedaald. Dit is van invloed op het relatieve renterisico, dat uitsluitend als gevolg van de lagere schuldenpositie is toegenomen. Het absolute renterisico is niet toegenomen. Bij een toename van de schuldpositie zal het renterisico dalen. Dudok Wonen ziet daarom geen aanleiding op korte termijn het renterisico te verlagen.

De grafiek ‘Rente-exposure bestaande leningenportefeuille’ geeft de langjarige ontwikkeling weer. De WSW-renterisiconormering van 15% inzake het maximaal toegestane rente-exposure is vanaf 2017 niet meer van toepassing verklaard op het niveau van de individuele woningcorporatie. WSW monitort deze norm wel op sectorniveau en hanteert deze norm bij de weging van de business risks bij de individuele woningcorporatie.

LANGLOPENDE SCHULDEN - Leningen kredietinstellingen    
Partijen 12/31/2019 12/31/2018
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 178.617 186.535
Nederlandse Waterschapsbank N.V. 13.000 14.113
Overige bankinstellingen (alleen Nederlands) 39.340 40.633
Financiële instellingen (niet zijnde banken) 9.969 10.478
Balans per 31 december 240.926 251.759

Reële waarde

De reële waarde van de leningen wordt gedefinieerd als de contante waarde van de leningenportefeuille waarbij een disconteringsvoet gebaseerd op de rentecurve van de 6-maands Euribor. In paragraaf 9.10.5 is de reële waarde van de leningenportefeuille opgenomen.

Kredietinstellingen

In het verslagjaar werd één nieuwe lening aangetrokken met een looptijd van meer dan één jaar.

​​​​​​​9.8.2 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken – Kopen naar Wens “oude” contracten (M11084)

​​​​​​​9.8.2 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken – Kopen naar Wens “oude” contracten (M11084)
LANGLOPENDE SCHULDEN 2019 2018
Overige schulden - Vooruit ontvangen bedragen ‘Kopen Naar Wens’    
Stand per 1 januari 40.337 41.388
Mutaties in het boekjaar:    
- Afkoop -1.725 -1.050
     
Stand per 31 december 38.612 40.337

KOPEN NAAR WENS 2019 2018
Aantal mutaties in het jaar:    
Stand per 1 januari 406 420
     
Mutaties in het boekjaar:    
- Afkoop -17 -14
Stand per 31 december 389 406

Hier zijn de vooruit ontvangen bedragen ‘Kopen naar Wens’ opgenomen. Deze dienen in relatie gezien te worden met de eigendomsparticipaties (paragraaf 9.1.2).

Nagenoeg alle ‘Kopen naar Wens’ koopproducten zijn door de kopers gefinancierd met een hypothecaire lening onder voorwaarde van Nationale Hypotheekgarantie (NHG). Het Waarborgfonds Eigen Woningen garandeert dat NHG van toepassing is onder voorwaarde dat Verkoper (Dudok Wonen) bij dreigende executie de woning terugkoopt tegen de dan geldende marktwaarde, onder verrekening van de eigendomsparticipatie.

​​​​​​​9.8.3 Overige schulden (M11083)

​​​​​​​9.8.3 Overige schulden (M11083)
LANGLOPENDE SCHULDEN 12/31/2019 12/31/2018
Overige schulden - Waarborgsommen    
Stand per 1 januari 686 578
Mutaties in het boekjaar:    
- Toevoegingen 149 191
- Onttrekkingen -108 -83
Stand per 31 december 727 686
Overige schulden - Embedded    
Stand per 1 januari 9.857 9.268
Mutaties in het boekjaar:    
- Toevoegingen 4.388 589
Stand per 31 december 14.245 9.857
TOTAAL 14.972 10.543

De overige schulden betreffen de van huurders ontvangen waarborgsommen uit hoofde van huurovereenkomsten en dienen als eerste zekerheid voor de voldoening van eventueel verschuldigde achterstallige huur en mutatiekosten. De waarborgsommen zijn inclusief rente en worden bij beëindiging van de huurovereenkomst verrekend.

De waarborgsommen hebben een looptijd langer dan een jaar.

Daarnaast is onder de post “embedded” opgenomen de negatieve marktwaarde van de in 9.8.1 vermelde receiver swaption, behorende bij de extendible lening (zie ook paragraaf 9.8.1).

9.9. Kortlopende schulden (M1116)

9.9.1 Schulden aan kredietinstellingen (M11160)

9.9.1 Schulden aan kredietinstellingen (M11160)
KORTLOPENDE SCHULDEN 12/31/2019 12/31/2018
Schulden aan kredietinstellingen    
Kortlopend deel van de langlopende leningen 22.965 17.881
Stand per 31 december 22.965 17.881

Dudok Wonen heeft daarnaast ultimo 2019 bij de Bank Nederlandse Gemeenten een rekening courantfaciliteit ter grootte van € 10 miljoen (2018: € 10 miljoen). Zie ook paragraaf 9.10.2.

9.9.2 Belastingen en premies sociale verzekeringen (M11164)

9.9.2 Belastingen en premies sociale verzekeringen (M11164)
KORTLOPENDE SCHULDEN 12/31/2019 12/31/2018
Belastingen en premies sociale verzekeringen    
Te betalen vennootschapsbelasting 267 -
Te betalen BTW 983 1.105
Loonheffing en sociale lasten 147 171
Schulden ter zake van pensioenen 25 21
Stand per 31 december 1.422 1.297

9.9.3 Onderhanden projecten (M11110)

9.9.3 Onderhanden projecten (M11110)
ONDERHANDEN PROJECTEN 12/31/2019 12/31/2018
Onderhanden projecten    
Gerealiseerde projectkosten - 5.295
Gedeclareerde termijnen - -3.969
Verwerkte verliezen - -1.471
Stand per 31 december - 147

9.9.4 Overige schulden (M11167)

9.9.4 Overige schulden (M11167)
KORTLOPENDE SCHULDEN 12/31/2019 12/31/2018
Overige schulden    
Glasfonds 15 25
Serviceabonnement 176 175
Af te rekenen leveringen en diensten 258 175
Reserveringen vakantie uren 196 196
Diversen - 4
Stand per 31 december 645 575

9.9.5 Overlopende passiva (M11168)

9.9.5 Overlopende passiva (M11168)
KORTLOPENDE SCHULDEN 12/31/2019 12/31/2018
Overlopende passiva    
Niet vervallen rente 3.403 3.904
Vooruit ontvangen huren 624 675
Diversen 408 204
Stand per 31 december 4.435 4.783

9.10. Financiële instrumenten

9.10.1 Algemeen

Dudok Wonen maakt in de normale bedrijfsuitoefening conform haar treasurystatuut gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die Dudok Wonen blootstellen aan markt- en/of kredietrisico’s en derivaten die deze afdekken. Het betreft financiële instrumenten die in de balans zijn opgenomen en interest derivaten om toekomstige kasstromen af te dekken.

Dudok Wonen handelt niet in deze financiële instrumenten en heeft procedures en gedragslijnen om de omvang van het kredietrisico bij elke tegenpartij of markt te beperken; de instrumenten zijn defensief ingezet. Bij het niet nakomen door een tegenpartij van de aan Dudok Wonen verschuldigde betalingen blijven eventuele daaruit voortvloeiende verliezen beperkt tot de marktwaarde van de desbetreffende instrumenten. De contractwaarde of fictieve hoofdsommen van de financiële instrumenten zijn slechts een indicatie van de mate waarin van dergelijke financiële instrumenten gebruik wordt gemaakt en niet van het bedrag van de krediet- of marktrisico’s.

9.10.2 Kredietrisico

Dudok Wonen loopt kredietrisico over financiële vaste activa en vorderingen.

Het maximale kredietrisico inzake vorderingen bedraagt € 1,5 miljoen. De vorderingen van Dudok Wonen uit hoofde van huurdebiteuren ad € 0,4 miljoen zijn gespreid over een groot aantal huurders.

De liquide middelen per 31 december 2019 zijn verdeeld over BNG Bank, Rabobank en ING Bank. Er staat € 22,3 miljoen op rekeningen bij BNG Bank. Bij Rabobank staat € 9,3 miljoen uit en bij ING staat € 0,3 miljoen uit. Deze banken hadden alle per 31 december 2019 een rating van A of hoger bij de kredietbeoordelaars S&P, Moody’s en Fitch.  

9.10.3 Renterisico en kasstroomrisico

Dudok Wonen loopt renterisico over de rentedragende vorderingen en schulden. Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt Dudok Wonen risico ten aanzien van de toekomstige kasstromen, met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt Dudok Wonen risico’s over de marktwaarde. Met betrekking tot een bepaalde variabel rentende schuld heeft Dudok Wonen in het verleden een rentederivaat afgesloten, waarbij de variabele rente wordt omgezet naar een vaste rente.

De gemiddelde rentevoet op de leningenportefeuille bedraagt 3,32%. In de periode 2020- 2024 wordt € 40 miljoen afgelost. Op basis van de gemiddelde rentevoet dalen de rentelasten in 2023 met circa € 1,3 miljoen. Daarnaast wordt in dezelfde periode voor € 29,4 miljoen de rente herzien. De herfinancieringsbehoefte 2020- 2024 bedraagt € 98,8 miljoen. Bij een structurele stijging van de rentevoet met 1% ten opzichte van de gemiddelde rentevoet, dus naar 4,32%, bedragen de rentelasten van herfinancieringsbehoefte in 2024 € 4,3 miljoen. Het renterisico over de renteherzieningen bedraagt € 0,29 miljoen.

In 2021 vindt de aflossing plaats van de hypothecaire geldlening in Goois Wonen B.V. De aflossingsverplichting bedraagt € 9,2 miljoen. Herfinanciering wordt niet voorzien, omdat deze binnen de meerjarenbegroting niet nodig is voor de continuïteit. Er zijn alsdan voldoende liquide middelen beschikbaar om de geldlening in zijn geheel af te lossen. De jaarlijkse rentelast bij de huidige rente is € 0,25 miljoen.

Zie voor een nadere toelichting inzake de renteherzienings- en aflossingsmomenten, ‘concentratie liquiditeitsrisico’ onder punt 9.8.1. en de onderpandverplichtingen inzake rente-instrumenten punt 9.11.4.

9.10.4 Concentratie liquiditeitsrisico

Uit onderstaande opstelling blijkt dat het liquiditeitsrisico is geconcentreerd bij N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) en de Nederlandse Waterschapsbank N.V. (NWB Bank). BNG Bank is als structuurvennootschap een bank van en voor overheden en instellingen van maatschappelijk belang. De aandeelhouders van de bank zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen en de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. De NWB Bank is een financiële dienstverlener voor de overheidssector. Alle aandelen van de bank zijn in handen van overheden. Het liquiditeitsrisico is hiermee vrijwel gelijk aan dat van de Nederlandse staat. Per ultimo van 2019 hadden beide banken de hoogste credit rating van Moody’s en Standard en Poor’s (Aaa respectievelijk AAA). BNG Bank heeft voorts een AA+ credit rating van Fitch.

9.10.5 Reële waarde

De reële waarde van de in de balans verantwoorde financiële instrumenten zoals vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan.

De reële waarde van de schulden aan overheid en kredietinstellingen bedraagt ultimo 2019 € 297,3 miljoen (2018: € 268 miljoen) en is daarbij gebaseerd op de kasstromen van de leningenportefeuille (exclusief rentederivaten). De disconteringsvoet is gebaseerd op de rentecurve van de 6-maands Euribor. Het schuldrestant bedraagt ultimo 2019 € 241 miljoen (2018: € 252 miljoen).

De reële waarde van de vorderingen op deelnemingen is niet voldoende betrouwbaar te bepalen. Voor nadere informatie wordt verwezen naar punt 9.3.1.

De reële waarde van de afgeleide financiële instrumenten is in paragraaf 9.11.4 opgenomen.

De reële waarde van de overige langlopende schulden benadert de boekwaarde ervan.

9.10.6 Valutarisico

Dudok Wonen is alleen werkzaam in Nederland en loopt geen valutarisico’s.

9.11. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Niet in de balans opgenomen activa

​​​​​​9.11.1 Terugkooprecht verkochte woningen

In het navolgende overzicht is het aantal verkochte woningen opgenomen, waarvoor Dudok Wonen het terugkooprecht heeft.

TERUGKOOPRECHT VERKOCHTE WONINGEN    
Verkoopproduct Aantal 2019 Aantal 2018
Koop Goedkoop 1.179 1.176
Kopen naar Wens 529 501
  1.708 1.677

Het terugkooprecht houdt in dat de woning bij verkoop door de koper eerst aan Dudok Wonen te koop dient te worden aangeboden voor de dan geldende marktwaarde. Indien Dudok Wonen geen gebruik maakt van het terugkooprecht, kan de koper de woning te koop aanbieden op de vrije markt.

9.11.2 Opstalrechten Verenigingen v Eigenaren

Op 61 VvE-complexen heeft Dudok Wonen het recht van opstal gevestigd. Dudok Wonen heeft de bevoegdheid tot het in eigendom hebben, het aanbrengen, beheren/onderhouden en (indien nodig) vernieuwen en vervangen van energieopwekkende en/of milieubesparende installaties en toebehoren op, in, aan en boven het gebouw.

Niet in de balans opgenomen verplichtingen

9.11.3 Obligoverplichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw

​​​​​​​Het obligo uit hoofde van geborgde leningen door de borgsteller bedraagt ultimo 2019 € 8,0 miljoen (2018: € 9,2 miljoen). De hoogte van het obligotarief is vastgesteld op 3,85% (2018: 3,85%) over het schuldrestant van de geborgde lening, met uitzondering van het leningtype variabele hoofdsom en voor collegiale financiering. Dit obligo is opeisbaar indien blijkt dat het totale garantievermogen van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw niet voldoende is om de afspraken op het Waarborgfonds Sociale Woningbouw te dekken.

9.11.4 Afgeleide financiële instrumenten

Dudok Wonen heeft de volgende afgeleide financiële instrumenten:

RENTE DERIVATEN  
Rente derivaten Aantal
Renteswaps ('plain vanilla') 1
Leningen in de vorm van extended leningen 1

Renteswaps

Renteswaps
RENTE DERIVATEN                
Swap nr. Tegen-partij Bedrag lening Rentepercentage   Startdatum Einddatum Hedge Marktwaarde
      Variabel Vast        
1. ING 25.000 3mnd Euribor 4,52 11/30/2007 11/30/2027 25.000 -9.179
    25.000         25.000 -9.179

In 2019 is een swapcontract beëindigd met een leningsbedrag en een hedge van € 25 miljoen en een negatieve marktwaarde ultimo 2018 van € 10,5 miljoen. Hiervoor is de ultimo 2018 onder overige vorderingen opgenomen colleteral retour ontvangen.

In 2019 heeft Dudok Wonen geen nieuwe afgeleide financiële instrumenten aangetrokken.

Effectiviteit hedgerelaties:

De wijzigingen in reële waarde van renteswaps waarop kostprijs hedge accounting wordt toegepast en de in de winst-en-verliesrekening verwerkte ineffectiviteit, is ultimo boekjaar als volgt:

HEDGERELATIE Wijzigingen in reële waarde sinds eerste verwerking
Renteswaps in een hedgerelatie € 25 miljoen
Effectieve deel van de hedgerelatie € 25 miljoen
Totale ineffectiviteit € -
In de winst-en-verliesrekening 2018 verwerkte ineffectiviteit € -

Toezicht belemmerende bepalingen:

Er was in 2019 geen sprake van toezicht belemmerende bepalingen uit hoofde van het bepaalde in de beleidsregels financiële derivaten toegelaten instellingen volkshuisvesting.

9.11.5 Investeringsverplichtingen

Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor nieuwbouw, aankoop van woningen en herstructurering van woningen tot een bedrag van € 11,4 miljoen (2018: € 0,3 miljoen). Dit heeft betrekking op een aantal (grootschalige) projecten welke in uitvoering zijn gegaan.

9.11.6 Contractonderhoudsverplichtingen

In het kader van onderhoud aan gebouwen en individuele woningen zijn met verschillende onderhoudsbedrijven verplichtingen aangegaan. Het contractonderhoud bestaat voornamelijk uit:

  • Liftonderhoud;
  • CV/WW-onderhoud;
  • onderhoud aan brandmeldinstallaties;
  • onderhoud aan mechanische ventilatie;
  • centrale deuropeners.

Alle verplichtingen zijn 1-jarig. De totale verplichting voor 2019 wordt becijferd op € 1,2 miljoen (2018: € 1,1 miljoen).

9.11.7 Verplichtingen Verenigingen van Eigenaren

De Verenigingen van Eigenaren (VvE) zijn zelfstandige juridische entiteiten en beschikken elk over een reservefonds of onderhoudsvoorziening. Het totaal van de reservefondsen van deze VvE’s bedraagt ultimo 2019 € 9,0 miljoen tegen € 8,3 miljoen ultimo 2018.

Op basis van de eigendomsverhouding bedraagt het aandeel van Dudok Wonen in deze reservefondsen € 5,7 miljoen ultimo 2019 tegen € 5,5 miljoen ultimo 2018.

Ten behoeve van de verkoop van appartementen zijn deze VvE’s opgericht. Ter voorkoming van achterstallig onderhoud in de eerste jaren van het bestaan van de verenigingen, stelt Dudok Wonen aan de vereniging een ‘bruidsschat’ ter beschikking gebaseerd op de eerste 10 jaar van de meerjaren-onderhoudsbegroting.

9.11.8 Leaseverplichtingen

Dudok Wonen is leaseverplichtingen aangegaan voor een groot deel van haar wagenpark. De verplichting voor 2020 bedraagt circa € 0,1 miljoen.

9.11.9 Aansprakelijkheid bij een fiscale eenheid

Stichting Dudok Wonen vormt met de geeloranje gearceerde groepsmaatschappijen zoals opgenomen in het organisatieschema (paragraaf 4.5) een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting en voor de omzetbelasting. Op grond van de standaardvoorwaarden is Dudok Wonen en de met haar gevoegde dochterondernemingen ieder hoofdelijk aansprakelijk voor ter zake door de combinatie verschuldigde belasting.

9.11.10 Jubilea en pensioen

In de cao Woondiensten is geregeld dat de werknemers bij dienstjubilea of pensionering een gratificatie ontvangen. Ultimo boekjaar wordt de verplichting geschat op ongeveer € 0,2 miljoen.

9.11.11 Loopbaanontwikkeling

In de cao Woondiensten is geregeld dat de werknemers recht hebben op een budget voor loopbaanontwikkeling. Werknemers hebben naar rato van FTE recht op een budget van € 0,9 per jaar voor loopbaanontwikkeling tot een maximum saldo van € 4,5. Medewerkers die het maximum saldo van € 4,5 nog niet hebben bereikt ontvangen jaarlijks een dotatie van € 0,9 tot het maximum saldo is bereikt. Ultimo boekjaar wordt de verplichting becijferd op ongeveer € 0,1 miljoen.

9.12. Verbonden partijen

Met een aantal van haar deelnemingen heeft Dudok Wonen naast haar aandelenbelang ook een zakelijke relatie, waarbij producten (veelal onroerende zaken bestemt voor de verhuur) en/of diensten van de betreffende deelnemingen worden afgenomen. Deze transacties zijn steeds gebaseerd op gebruikelijke contractuele afspraken waarbij marktconforme condities zijn overeengekomen.

Goois Wonen B.V. (als rechtsopvolger van Dudok Wonen B.V.) heeft aan Stichting Woonzorg Theodotion-Dudok een lening verstrekt met een hoofdsom van € 3,5 miljoen met een looptijd van 50 jaar en een rentepercentage van 5,5%. Als zekerheid is er een volmacht gegeven tot het vestigen van hypotheek en/of pandrecht op een complex met 26 luxe appartementen.

9.13. Gebeurtenissen na balansdatum

In maart 2020 is een overeenkomst met de belastingdienst over het fiscale boekjaar 2014 van Stichting Dudok Wonen gesloten. Hierdoor is een fiscaal verlies ontstaan van € 3 miljoen bovenop het ingerekende verlies van dat boekjaar. Het belastbare bedrag over boekjaar 2014 wordt hierdoor verlaagd met een bedrag van € 3 miljoen. Dit verlies van € 3 miljoen wordt toegevoegd aan de verliesverrekening en in de commerciële jaarrekening over 2020 in de cijfers verwerkt.

In het vroege voorjaar van 2020 zijn we als samenleving terechtgekomen in een crisissituatie veroorzaakt door het coronavirus (COVID-19). Dit heeft ook de nodige impact op onze huurders en op onze organisatie. We hebben onze bedrijfsprocessen aangepast en afgestemd op de door het RIVM en de Rijksoverheid afgegeven richtlijnen en maatregelen. Nieuwe richtlijnen en ontwikkelingen monitoren we continu en volgen we op. Onze maatregelen zijn erop gericht om de gezondheid van onze medewerkers, huurders en relaties te beschermen en waar mogelijk de dienstverlening aan onze huurders te continueren. De crisis veroorzaakt door het Coronavirus zal naar de toekomst toe ook impact hebben voor 2020. Bijvoorbeeld ten aanzien van ons investeringsprogramma waarbij we ook sterk afhankelijk zijn van anderen zoals bouwers, gemeenten en in het geval van renovatie ook onze huurders. Op het moment van schrijven is nog onduidelijk wat de impact precies zal zijn. De huidige inschatting is dat dit voor 2020 niet zal leiden tot onoverkomelijke financiële problemen.

10. Toelichting op de geconsolideerde winst-en-verliesrekening

10.1. Exploitatie vastgoedportefeuille

10.1.1 Huuropbrengsten

10.1.1 Huuropbrengsten
EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE 2019 2018
Huren    
Netto huur 48.010 47.624
Kortingen -5 -26
Derving wegens leegstand en oninbaarheid -1.308 -1.510
  46.697 46.088
     
Huurderving in % van de netto huur 2,72% 3,17%
Huurachterstand in % van de netto huur 1,14% 1,36%
Erfpacht    
Erfpacht 2.444 2.398
Kortingen -1.193 -1.269
  1.251 1.129
TOTAAL 47.948 47.217

De verandering in huuropbrengsten komt door:

  • de algemeen jaarlijkse huurverhoging per 1 juli 2019;
  • huurharmonisatie;
  • huurverhoging wegens woningverbeteringen;
  • oplevering en aankoop van woningen in 2019;
  • verdwijnen van woningen als gevolg van verkoop, sloop en herstructurering.

De erfpachtopbrengsten zijn van de onder het regime van “Koop Goedkoop” verkochte woningen. Hierop wordt in de eerste tien jaar na verkoop een aflopende korting verstrekt. Indien de woning door de eigenaar weer wordt verkocht, gaat de korting weer opnieuw afbouwen.

10.1.2 Opbrengsten servicecontracten

Onder de post opbrengsten servicecontracten zijn begrepen alle op grond van de huurovereenkomst aan huurders doorberekende kosten, die betrekking hebben op leveringen en diensten.

10.1.3 Lasten servicecontracten

Dit betreft de kosten die betrekking hebben op leveringen en diensten (zie 10.1.2).

10.1.4 Lasten verhuur en beheeractiviteiten

10.1.4 Lasten verhuur en beheeractiviteiten
EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE 2019 2018
Lasten verhuur en beheer-activiteiten    
Erfpacht -2 -2
Toegerekende afschrijvingen -155 -176
Toegerekende personeelskosten -1.585 -1.692
Toegerekende overige bedrijfslasten -2.479 -3.036
  -4.221 -4.906

10.1.5 Lasten onderhoudsactiviteiten

10.1.5 Lasten onderhoudsactiviteiten
EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE 2019 2018
Lasten onderhoudsactiviteiten    
Contractonderhoud -1.118 -1.150
Planmatig onderhoud -3.382 -2.803
Dagelijks onderhoud (klachten en mutatie) -6.154 -5.259
VVE bijdragen onderhoud -1.611 -1.612
Geactiveerde productie 374 369
Toegerekende afschrijvingen -126 -127
Toegerekende personeelskosten -1.512 -1.224
Toegerekende overige bedrijfslasten -1.695 -1.838
  -15.224 -13.644

10.1.6 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

10.1.6 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE 2019 2018
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit    
Overige bedrijfsopbrengsten 57 413
Verhuurderheffing -4.133 -4.362
Onroerende zaakbelastingen -1.073 -1.078
Heffing Centraal Fonds Volkshuisvesting - -454
Belastingen en heffingen -658 -651
Overige -209 -55
  -5.916 -6.187

10.2. Verkoop vastgoedportefeuille

10.2.1 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

10.2.1 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille
BEDRIJFSOPBRENGSTEN 2019 2018
Verkoop onroerende zaken    
Opbrengst verkopen 17.116 20.738
Direct toerekenbare kosten -483 -761
  16.632 19.977
Per soort opbrengst:    
Koop Goedkoop 3.980 9.382
Kopen naar Wens 11.433 9.408
Vrije verkoop 1.703 1.948
  17.116 20.738
Per soort aantal (woningen):    
Koop Goedkoop 26 65
Kopen naar Wens 44 34
Vrije verkoop 5 10
  75 109

10.2.2 Toegerekende organisatiekosten

10.2.2 Toegerekende organisatiekosten
VERKOOP VASTGOEDPORTEFEUILLE 2019 2018
Toegerekende organisatiekosten    
Geactiveerde productie ten behoeve van het eigen bedrijf 278 347
Toegerekende personeelskosten -653 -545
Toegerekende afschrijvingen -55 -57
Toegerekende overige bedrijfslasten -749 -820
  -1.179 -1.075

10.3. Overige activiteiten

10.3.1 Overige organisatiekosten

10.3.1 Overige organisatiekosten
OVERIGE ACTIVITEITEN 2019 2018
Overige organisatiekosten    
Toegerekende personeelskosten -1.390 -1.481
Overige bedrijfslasten 259 -
  -1.649 -1.481

10.3.2 Leefbaarheid

10.3.2 Leefbaarheid
OVERIGE ACTIVITEITEN 2019 2018
Leefbaarheid    
Leefbaarheid -204 -127
Toegerekende afschrijvingen -30 -18
Toegerekende personeelskosten -303 -171
Toegerekende overige bedrijfslasten - -
  -537 316

Leefbaarheid is onder andere gericht op energieprestatieverbetering van een gebouw en/of het beperken van aan een gebouw gebonden milieubelastende factoren met als doel de leefomgeving te verbeteren.

10.4. Bedrijfslasten

10.4.1 Afschrijvingen op materiële vaste activa (M1143)

10.4.1 Afschrijvingen op materiële vaste activa (M1143)
BEDRIJFSLASTEN 2019 2018
Afschrijving op (im)materiële vaste activa    
Afschrijvingskosten kantoorgebouw -251 -251
Afschrijvingskosten inventaris -5 -4
Afschrijvingskosten automatisering -110 -123
  -366 -378

10.5. Personeelskosten

BEDRIJFSLASTEN 2019 2018
Personeelskosten    
Lonen en salarissen -4.081 -3.831
Sociale lasten -698 -664
Pensioenlasten -664 -620
  -5.443 -5.115

10.5.1 Lonen en salarissen (M1140)

Bij de ‘overige informatie’ in hoofdstuk 11 wordt er verder ingegaan op het personeelsbestand, de bestuurders en commissarissen.

10.5.2 Pensioenlasten (M1142)

Naar de stand van ultimo december 2019 was de dekkingsgraad van het pensioenfonds (SPW) 113,1% (2018: 115,9%). Vanaf 2015 diende het pensioenfonds een dekkingsgraad van ten minste 125% te hebben. Het pensioenfonds heeft dus een reservetekort. Zolang er een reservetekort is wordt jaarlijks een herstelplan bij de toezichthouder ingediend waarmee wordt aangetoond dat SPW binnen 10 jaar uit reservetekort kan komen. Dudok Wonen heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij SPW, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. Het is op dit moment echter niet het beleid van SPW om het reservetekort te financieren met premieverhogingen.

10.5.3 Allocatie personeelskosten

De personeelskosten zijn als volgt gealloceerd:

PERSONEELSKOSTEN 2019 2018
Allocatie personeelskosten    
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -1.585 -1.470
Lasten onderhoudsactiviteiten -1.512 -1.224
Toegerekende organisatiekosten (verkoopactiviteiten) -653 -769
Overige organisatiekosten -1.390 -1.481
Leefbaarheid -303 -171
  -5.443 -5.115

10.5.4 Overige bedrijfslasten (M1148)

10.5.4 Overige bedrijfslasten (M1148)
BEDRIJFSLASTEN 2019 2018
Overige bedrijfslasten    
Huisvestingskosten -218 -185
Transportkosten -119 -110
Communicatiekosten -138 -138
Kantoorkosten -1.521 -1.543
Algemene kosten -917 -1.544
Overige personeelskosten -1.880 -2.059
Directe bedrijfskosten -6.463 -6.714
  -11.256 -12.293

10.6. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

10.6.1 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

10.6.1 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
NIET-GEREALISEERDE WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE 2019 2018
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille    
Vrijval / dotatie voorziening onrendabele investeringen -5.581 -279
Overige -1.513 -
  -7.094 -279

10.6.2 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

10.6.2 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
NIET-GEREALISEERDE WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE 2019 2018
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille    
Waardeverandering DAEB vastgoed in exploitatie 24.486 83.022
Waardeverandering niet-DAEB vastgoed in exploitatie 44.202 22.731
  68.688 105.753

10.6.3 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

10.6.3 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden
NIET-GEREALISEERDE WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE 2019 2018
 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille    
- Indexering 6.825 6.002
- Herwaardering Eigendomsparticipaties 2.436 -4.251
  9.261 1.751

10.6.4 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop

Dit betreffen verwerkte winsten/verliezen van onderhanden projecten.

10.7. Financiële baten en lasten

10.7.1 Rentebaten en soortgelijke opbrengsten (M1190)

10.7.1 Rentebaten en soortgelijke opbrengsten (M1190)
FINANCIELE BATEN EN LASTEN 2019 2018
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten    
Geactiveerde rente projecten in ontwikkeling 296 804
Rente te vorderen BWS subsidies - 2
Rente op overige financiële vaste activa 191 225
  487 1.031

10.7.2 Rentelasten en soortgelijke kosten

10.7.2 Rentelasten en soortgelijke kosten
FINANCIELE BATEN EN LASTEN 2019 2018
Rentelasten en soortgelijke kosten    
Effect in contracten besloten afgeleide instrumenten -4.388 -589
Rente langlopende schulden -7.903 -8.975
Rente kortlopende schulden -163 -171
  -12.454 -9.736

10.8. Belastingen

Stichting Dudok Wonen vormt samen met Dudok Wonen B.V., Dudok Ontwikkeling B.V. en Goois Wonen B.V. per 01-01-2015 een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. De vennootschapsbelasting is in elk van de rechtspersonen opgenomen voor dat deel dat de desbetreffende rechtspersoon als zelfstandig belastingplichtige verschuldigd zou zijn, rekening houdend met voor de vennootschap geldende fiscale faciliteiten.

Het gewogen gemiddelde toepasselijke belastingtarief bedraagt 25% (2018: 25%). De belasting­last in de winst-en-verliesrekening over 2019 bedraagt € 535.

BELASTINGEN 2019 2018
Vennootschapsbelasting    
Mutatie latente belastingen -268 -2.992
Acute belastingen boekjaar -267 -
  -535 -2.992

BELASTINGEN 2019 2018
Berekening vennootschapsbelasting    
Resultaat voor vennootschapsbelasting 82.339 123.037
Resultaat deelneming    
     
Permanente en tijdelijke verschillen:    
Afschrijvingen -638 -1.134
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille -70.855 -107.225
Verkoop bestaand bezit 1.780 607
Onderhoudslasten (commercieel geactiveerd) -493 570
Geactiveerde bouwrente -222 -552
(Dis)agio leningen -467 -494
Extendible lening 4.312 -589
Overige 5.671 463
Belastbaar bedrag 21.427 14.683
Herinvesteringsreserve -5.932 -5.475
Compensabele verliezen -14.125 -9.208
Belastbaar bedrag na verliescompensatie 1.370 -
     
Acute belastingen boekjaar 267 -

Bij de fiscale eenheid van Stichting Dudok Wonen resteren er na verliesverrekening geen verrekenbaar verliezen.

11. Overige informatie

11.1. Werknemers

Gedurende het boekjaar 2019 bedroeg het gemiddeld aantal werknemers bij Dudok Wonen 73,2 (2018: 72,5).

WERKNEMERS 2019 2018
Gemiddeld    
Directeur-bestuurder & Staf 13,9 13,3
Wonen 41,2 44,1
Informatiemanagement & Financiën 18,1 15,1
  73,2 72,5

Per 31-12-2019 had Dudok Wonen 71,9 (2018: 71,3) werknemers in dienst. Het aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten.

Naast de werknemers in dienst had Dudok Wonen per 31-12-2019 8,5 (2018: 5,6) aan ingehuurd personeel. Het aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten.

WERKNEMERS 12/31/2019 12/31/2018
Ultimo    
Werknemers in dienst 71,9 71,3
Ingehuurd personeel 8,5 5,6
  80,4 76,9

Alle personeelsleden zijn werkzaam in Nederland.

11.2. Bestuurders en commissarissen

Aan bezoldigingen met inbegrip van pensioenlasten als bedoeld in artikel 2:383, lid1, BW, is in het boekjaar ten laste van Dudok Wonen en groepsmaatschappijen gekomen voor:

BESTUURDERS EN COMMISSARISSEN 2019 2018
Bezoldiging    
Bestuurders 173 166
Commissarissen en voormalige commissarissen 82 79
  255 245

De bezoldiging van de bestuurder omvat:

  • periodiek betaalde beloningen (zoals salarissen, sociale lasten, vakantiegeld, doorbetaling bij vakantie en ziekte en presentiegelden);
  • beloningen betaalbaar op termijn (zoals pensioenlasten en jubileumuitkeringen);

De bezoldiging van de Raad van Commissarissen kan als volgt worden gespecificeerd:

COMMISSARISSEN 2019 2018
Specificatie bezoldiging    
Mw. A.Y. Sanson 10,2 21,8
Dhr. W.D. van Leeuwen 11,3 -
Dhr. W.A.C. Fentener van Vlissingen - 7,9
Dhr. H.M. De Loor 15,1 14,5
Dhr. J.H.A. Vaags - 14,2
Mw. F.R.M. Rieter 15,1 14,5
Mw. E.L. Özyenici 15,1 4,8
Dhr. B.G.M. Moesbergen 15,1 1,2
  81,9 78,9

De weergegeven beloning is inclusief sociale lasten en BTW.

11.3. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

Vanaf 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht.

De informatie in het kader van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector is als volgt:

Leidinggevende functionarissen

Leidinggevende functionarissen
  2019 2018
     
  H.A. Zanting H.A. Zanting
Functie Directeur - Bestuurder Directeur - Bestuurder
Voorzitters-clausule van toepassing Ja Ja
Duur dienstverband in 2019 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Omvang dienstverband 1 1
(Fictieve) dienstbetrekking Ja ja
Beloning en belastbare onkostenvergoedingen 139.969 135.239
Beloningen betaalbaar op termijn 21.702 20.661
Totaal bezoldiging 161.671 155.900
Toepasselijk WNT-maximum 162.000 156.000
Overschrijding - -
Motivering indien overschrijding van de norm - -

Toezichthoudende functionarissen

Toezichthoudende functionarissen
  2019  2019  2019 
       
  Mw. A.Y. Sanson Dhr. W.D. van Leeuwen Dhr. H.M. de Loor
Functie Voorzitter Raad van Commissarissen Voorzitter Raad van Commissarissen Lid
      Raad van Commissarissen
Voorzitters-clausule van toepassing ja ja Nee
Duur dienstverband in 2019 1/1 - 14/6 15/6 - 31/12 1/1 - 31/12
Bezoldiging 8.415 9.350 12.500
Toepasselijk WNT-maximum (naar rato) 10.985 13.315 16.200
Overschrijding - - -
Motivering indien overschrijding van de norm - - -
Gegevens 2018      
Functie Voorzitter Raad van Commissarissen   Voorzitter Raad van Commissarissen
       
Duur dienstverband in 2018 1/1 - 31/12 - 1/1 - 31/12
Totaal bezoldiging 18.000 - 12.000
Toepasselijk WNT-maximum (naar rato) 23.400 - 15.600

       
  2019  2019  2019
       
  Mw. F.R.M. Rieter Mw. E.L. Özyenici Dhr. B.G.M. Moesbergen
Functie Lid Raad van Commissarissen Lid Raad van Commissarissen Lid Raad van Commissarissen
Voorzitters-clausule van toepassing nee nee nee
Duur dienstverband in 2019 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Bezoldiging 12.500 12.500 12.500
Toepasselijk WNT-maximum (naar rato) 16.200 16.200 16.200
Overschrijding - - -
Motivering indien overschrijding van de norm      
Gegevens 2018      
Functie Lid Raad van Commissarissen Lid Raad van Commissarissen Lid Raad van Commissarissen
Duur dienstverband in 2018 1/1 - 31/12 1/9 - 31/12 1/12 - 31/12
Totaal bezoldiging 12.000 4.000 1.000
Toepasselijk WNT-maximum (naar rato) 15.600 5.200 1.300
  1. Bestuurdersbeloning:

De bestuurdersbeloningen in 2019 van de heer H.A. Zanting is conform de WNT.

  1. Raad van Commissarissen (RvC) beloning:

De RvC beloning in 2019 is conform de WNT.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen die in 2018 een bezoldiging boven het toepasselijke WNT-maximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WOPT of de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2019 geen ontslaguitkeringen aan functionarissen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd.

Dudok Wonen stelt dat alleen de bestuurder en de RvC-leden als topfunctionaris worden aangemerkt. In het vigerende bestuursreglement is vastgelegd hoe besluitvorming in de organisatie plaatsvindt. De bestuurder neemt in aanwezigheid van het directieteam (DT), in volledige transparantie en waarbij alle belangen zijn overwogen en de beraadslaging van het DT is gehoord, een bestuursbesluit. In de situatie dat de bestuurder tijdelijk niet op kantoor kan komen door bijvoorbeeld vakantie of andere redenen, dan wordt voor deze periode een volmacht afgegeven aan één van de directieleden om de dagelijkse operaties te leiden. Daarbij is de bestuurder altijd beschikbaar voor dringende zaken.

11.4. Accountantshonoraria

De volgende honoraria van BDO Audit & Assurance B.V. zijn in het boekjaar ten laste gebracht van de toegelaten instelling, haar dochtermaatschappijen en andere maatschappijen die zij consolideert, een en ander zoals bedoeld in artikel 2:382a BW.

HONORARIA VAN DE ACCOUNTANT 2019 2018
Uitsplitsing:    
Onderzoek van de jaarrekening 84 98
Andere controleopdrachten - -
Adviesdiensten op fiscaal terrein - -
Andere niet controlediensten 10 14
  94 112

12. Enkelvoudige balans per 31 december 2019

ACTIVA

(Bedragen x € 1.000 voor resultaatbestemming)

ACTIVA
  ACTIVA 12/31/2019 12/31/2018
Ref. VASTE ACTIVA    
M1102 Vastgoedbeleggingen    
M11028 DAEB vastgoed in exploitatie 712.868 679.339
M11020 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 297.720 258.998
M11024 Onroerende zaken – Kopen naar Wens 64.511 61.981
M11021 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 557 22.501
    1.075.656 1.022.819
M1102 Materiële vaste activa    
M11022 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 9.599 9.769
    9.599 9.769
M1103 Financiële vaste activa    
M11031 Deelnemingen in groepsmaatschappijen 92.306 77.135
M11033 Andere deelnemingen 2 2
M11035 Latente belastingvordering(en) 4.093 4.431
M11036 Leningen u/g - -
M11038 Te vorderen BWS-subsidies - 17
M11039 Overige vorderingen 25.242 5.136
    121.643 84.873
       
    1.206.898 1.119.309
       
  VLOTTENDE ACTIVA    
M1111 Onderhanden projecten - -
       
M1112 Vorderingen    
M11120 Huurdebiteuren 349 368
M11126 Overige vorderingen 957 8.510
M11127 Overlopende activa 135 110
    1.441 8.988
       
M1114 Liquide middelen 20.767 25.773
       
    22.208 34.761
       
  TOTAAL 1.229.106 1.154.070

PASSIVA

(Bedragen x € 1.000 voor resultaatbestemming)

PASSIVA
  PASSIVA 12/31/2019 12/31/2018
Ref. VERMOGEN LANG    
M1105 Eigen vermogen    
M11053 Herwaarderingsreserve 602.466 534.027
M11053 Overige reserves 249.867 198.261
M11054 Onverdeeld resultaat 81.804 120.045
    934.137 852.333
       
M1107 Voorzieningen    
M11074 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 1.454 -
M11074 Overige voorzieningen 349 410
    1.803 410
       
M1108 Langlopende schulden    
M11081 Schulden/leningen kredietinstellingen 208.533 224.014
M11084 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken - Kopen naar Wens 38.612 40.337
M11083 Overige schulden 14.780 10.355
    261.925 274.706
       
    1.197.865 1.127.449
       
  VERMOGEN KORT    
M1116 Kortlopende schulden    
M11160 Schulden aan kredietinstellingen 22.605 17.521
M11162 Schulden aan leveranciers 2.268 2.347
M11163 Schulden aan groepsmaatschappijen - -
M11164 Belastingen en premies sociale verzekeringen 1.394 1.287
M11110 Onderhanden projecten - 147
M11167 Overige schulden 573 575
M11168 Overlopende passiva 4.401 4.744
    31.241 26.621
       
  TOTAAL 1.229.106 1.154.070

13. Enkelvoudige winst- en verliesrekening over 2019

(Bedragen x € 1.000) functioneel model

  2019 2018
EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE    
Huuropbrengsten 44.477 43.890
Opbrengsten servicecontracten 1.635 1.544
Lasten servicecontracten -1.635 -1.544
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -4.204 -4.881
Lasten onderhoudsactiviteiten -14.834 -13.277
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -5.555 -5.830
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 19.884 19.902
     
VERKOOP VASTGOEDPORTEFEUILLE    
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 16.632 19.802
Toegerekende organisatiekosten -1.177 -1.073
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -12.335 -13.749
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 3.120 4.980
     
NIET-GEREALISEERDE WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE    
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -7.094 -279
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 56.196 103.517
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarde 9.621 1.751
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop -72 -1.254
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 58.291 103.735
     
OVERIGE ACTIVITEITEN    
Opbrengst overige activiteiten 102 403
Kosten overige activiteiten -97 -365
Netto resultaat overige activiteiten 5 38
     
Overige organisatiekosten -1.649 -1.481
Leefbaarheid -535 -316
FINANCIELE BATEN EN LASTEN    
Waardeveranderingen financiële vaste activa en effecten - -
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 297 806
Rentelasten en soortgelijke kosten -12.187 -9.460
Saldo financiële baten en lasten -11.890 -8.654
     
RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING VOOR BELASTINGEN 67.226 118.204
Belastingen -593 -6.201
Resultaat deelnemingen 15.171 4.955
RESULTAAT NA BELASTINGEN 81.804 116.958
Rechtstreekste mutaties in het eigen vermogen van de rechtspersoon - -
TOTAALRESULTAAT VAN DE RECHTSPERSOON 81.804 116.958

14. Toelichting op de enkelvoudige balans

14.1. Algemeen

14.1.1 Grondslagen van waardering en bepaling van het resultaat

De grondslagen van waardering en van resultaatbepaling voor de vennootschappelijke jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening zijn gelijk. Deelnemingen in groepsmaatschappijen worden gewaardeerd op de nettovermogenswaarde in overeenstemming met paragraaf 5.4.1 in de geconsolideerde jaarrekening.

Voor de grondslagen van de waardering van activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat wordt verwezen naar de in hoofdstuk 4 t/m 8 opgenomen toelichting op de geconsolideerde balans en winst-en-verliesrekening. Waar de toelichting geconsolideerd en enkelvoudig gelijk is, wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde jaarrekening.

Voor de grondslagen van de waardering van activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat wordt verwezen naar de in hoofdstuk 4 t/m 8 opgenomen toelichting op de geconsolideerde balans en winst-en-verliesrekening. Waar de toelichting geconsolideerd en enkelvoudig gelijk is, wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde jaarrekening.

14.2. Vastgoedbeleggingen (M1104)

14.2.1 DAEB vastgoed in exploitatie (M11028) en niet-DAEB vastgoed in exploitatie gekwalificeerd als vastgoedbelegging (M11020)

De mutaties in de vastgoedbeleggingen zijn in het navolgende schema samengevat:

VASTGOEDBELEGGINGEN 12/31/2019 12/31/2018
DAEB vastgoed in exploitatie    
Marktwaarde per 1 januari 679.339 598.425
     
Mutaties    
- Investeringen 3.759 3.077
- Desinvesteringen -11.808 -13.266
- Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling -3.134 -
- Overboeking gereedgekomen activa ontwikkeling 15.383 3.978
- Overboeking DAEB vastgoed - niet-DAEB vastgoed 362 1.144
- Aankopen 4.332 2.959
- Overige mutaties - -
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 24.635 83.022
Totaal mutaties 33.529 80.914
     
Marktwaarde per 31 december 712.868 679.339
DAEB vastgoed in exploitatie (aantal)    
Aantal per 1 januari 5.541 5.543
     
Toe- of afname 14 -2
Aantal per 31 december 5.555 5.541

VASTGOEDBELEGGINGEN 12/31/2019 12/31/2018
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie    
Marktwaarde per 1 januari 258.998 239.238
     
Mutaties    
- Investeringen 1.432 720
- Desinvesteringen -2.201 -3.447
- Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling   -
- Overboeking gereedgekomen activa ontwikkeling 8.145 2.884
- Overboeking DAEB vastgoed - niet-DAEB vastgoed -362 -1.144
- Aankopen en overig - 235
- Overige mutaties - -
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 31.708 20.512
Totaal mutaties 38.722 19.760
     
Boekwaarde per 31 december 297.720 258.998
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie (aantal)    
  2.448 2.470
Toe- of afname 17 -22
     
Aantal per 31 december 2.465 2.448

14.3. Financiële vaste activa (M1103)

14.3.1 Deelnemingen in groepsmaatschappijen (M11031)

Het verloop van de post deelnemingen gedurende 2019 is als volgt:

FINANCIELE VASTE ACTIVA 12/31/2019 12/31/2018
Deelnemingen    
Goois Wonen B.V.    
Beginwaarde per 1 januari 75.293 70.338
- Dividend - -
- Resultaat 15.171 4.955
- Kapitaalstorting    
Eindwaarde per 31 december 90.464 75.293
     
Dudok Ontwikkeling B.V.    
Beginwaarde per 1 januari 1.842 1.842
- Resultaat - -
- Kapitaalstorting - -
Eindwaarde per 31 december 1.842 1.842
Eindwaarde per 31 december na voorziening 1.842 1.842
TOTAAL 92.306 77.135

14.4. Eigen vermogen (M1105)

14.4.1 Herwaarderingsreserve (M11053)

Het verloop van de herwaarderingsreserve is als volgt:

Eigen vermogen 12/31/2019 12/31/2018
Herwaarderingsreserve    
Herwaarderingsreserve per 1 januari 534.027 438.361
     
Mutaties    
- Realisatie verkoop -9.659 -11.319
- Mutatie door herwaardering 78.098 106.984
Totaal mutaties 68.439 95.666
     
Herwaarderingsreserve per 31 december 602.466 534.027

14.4.2 Overige reserves (M11053)

Het verloop van de overige reserves is als volgt:

Eigen vermogen 12/31/2019 12/31/2018
Overige reserves    
Overige reserves per 1 januari 198.261 197.481
Effect stelselwijziging   -1.239
Overige reserves per 1 januari na stelselwijziging 198.261 196.242
     
Mutaties    
- Effect stelselwijziging 3.087  
- Resultaat voorgaand boekjaar 116.958 97.685
- Vorming herwaarderingsreserve -78.098 -106.984
- Realisatie uit herwaarderingsreserves 9.659 11.319
Totaal mutaties 51.606 2.019
     
Overige reserves per 31 december 249.867 198.261

14.5. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

14.5.1 Obligoverplichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Het obligo uit hoofde van geborgde leningen door de borgsteller bedraagt ultimo 2019 € 8,0 miljoen (2018: € 9,2 miljoen). De hoogte van het obligotarief is vastgesteld op 3,85% (2018: 3,85%) over het schuldrestant van de geborgde lening, met uitzondering van het leningtype variabele hoofdsom en voor collegiale financiering. Dit obligo is opeisbaar indien blijkt dat het totale garantievermogen van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw niet voldoende is om de afspraken op het Waarborgfonds Sociale Woningbouw te dekken.

14.5.2 Afgeleide financiële instrumenten

Voor toelichting wordt verwezen naar paragraaf 9.11.4 Afgeleide financiële instrumenten

15. Toelichting op de enkelvoudige winst- en verliesrekening

15.1. Resultaat deelnemingen (M1195)

RESULTAAT DEELNEMINGEN 2019 2018
Resultaat deelnemingen    
Goois Wonen B.V. 15.171 4.955
Dudok Ontwikkeling B.V. - -
  15.171 4.955

Voor nadere toelichting van de deelnemingen in groepsmaatschappijen wordt verwezen naar paragraaf 14.3.1.

15.2. Enkelvoudige balans DAEB/niet-DAEB gescheiden per 31 december 2019

ACTIVA

(Bedragen x € 1.000, na resultaatbestemming)

ACTIVA
  ACTIVA DAEB Niet-DAEB Elimi- naties Totaal DAEB Niet-DAEB Elimi- naties Totaal
                   
     2019 2019 2019 2019  2018 2018 2018 2018
Ref. VASTE ACTIVA                
M1102 Vastgoedbeleggingen                
M11028 DAEB vastgoed in exploitatie 712.868 - - 739.350 679.339 - - 679.339
M11020 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie - 297.720 - 303.906 - 258.998 - 258.998
M11024 Onroerende zaken – 36.056 28.455 - 64.511 33.877 28.104 - 61.981
  Kopen naar Wens                
M11021 Vastgoed in ontwikkeling bestemd 188 369 - 557 15.248 7.253 - 22.501
  voor eigen exploitatie                
    749.112 326.544 - 1.075.656 728.464 294.355 - 1.022.819
M1102 Materiële vaste activa                
M11022 Onroerende en roerende zaken 9.599 - - 9.599 9.769 - - 9.769
  ten dienste van de exploitatie                
    9.599 - - 9.599 9.769 - - 9.769
M1103 Financiële vaste activa                
M11031 Deelnemingen in groeps- 345.125 92.306 -345.125 92.306 286.691 77.135 -286.691 77.135
  maatschappijen                
M11033 Andere deelnemingen - 2 - 2 - 2 - 2
M11035 Latente belastingvordering(en) 2.835 1.258 - 4.093 1.792 791 - 2.583
M11036 Leningen u/g - - - - - - - -
M11036 Interne lening 71.466 - -71.466 - 78.144 - -78.144 -
M11038 Te vorderen BWS-subsidies   - - - 17 - - 17
M11039 Overige vorderingen 20.815 4.427 - 25.242 2.454 2.682 - 5.136
    440.241 97.993 -416.591 124.643 369.097 80.610 -364.835 84.873
                   
    1.198.952 424.537 -416.591 1.206.898 1.107.330 374.965 -364.835 1.117.461
                   
  VLOTTENDE ACTIVA                
M1112 Vorderingen                
M11120 Huurdebiteuren 271 78 - 349 288 80 - 368
M11164 Belastingen en premies - - - - - 112 -112 -
  sociale verzekeringen                
M11126 Overige vorderingen 547 410   957 6.158 2.352 - 8.510
M11127 Overlopende activa 135 - - 135 110 - - 110
    953 488 - 1.441 6.556 2.544 -112 8.988
                   
M1114 Liquide middelen 9.225 11.542 - 20.767 17.635 8.138 - 25.773
                   
    10.179 12.030 - 22.208 24.191 10.682 -112 34.762
                   
  TOTAAL 1.209.130 436.567 -416.591 1.229.106 1.131.522 385.647 -364.947 1.152.222

PASSIVA

(Bedragen x € 1.000 na resultaatbestemming)

PASSIVA
  PASSIVA DAEB Niet-DAEB Elimi- naties Totaal DAEB Niet-DAEB Elimi- naties Totaal
                   
     2019 2019 2019 2019  2018 2018 2018 2018
Ref. VERMOGEN LANG                
M1105 Eigen vermogen                
M11053 Herwaarderingsreserve 415.366 156.629 30.471 602.466 393.186 122.411 18.430 534.027
M11053 Overige reserves 436.967 130.628 -317.728 249.867 340.341 133.287 -274.128 199.500
M11054 Onverdeeld resultaat 81.804 57.868 -57.868 81.804 116.958 30.993 -30.993 116.958
    934.137 345.125 -345.125 934.137 850.583 286.563 -286.691 850.485
                   
M1107 Voorzieningen                
M11074 Voorziening onrendabele 1.454 - - 1.454 - - - -
  investeringen en                
  herstructureringen                
M11074 Overige voorzieningen 215 134 - 349 223 187 - 410
    1.669 134 - 1.803 223 187 - 410
                   
M1108 Langlopende schulden                
M11081 Schulden/leningen 208.533 - - 208.533 224.014 - - 224.014
  kredietinstellingen                
M11084 Verplichtingen uit hoofde 20.285 18.327 - 38.612 20.832 19.505 - 40.337
  van onroerende zaken –                
  Kopen naar Wens                
  Interne lening - 71.466 -71.466 0 - 78.144 -78.144 -
M11083 Overige schulden 14.250 530 - 14.780 9.862 493 - 10.355
    243.068 90.323 -71.466 261.925 254.708 98.142 -78.144 274.706
                   
    1.178.874 435.582 -416.591 1.197.865 1.105.416 385.020 -364.835 1.125.699
                   
  VERMOGEN KORT                
M1116 Kortlopende schulden                
M11160 Schulden aan kredietinstellingen 22.605 - - 22.605 17.521 - - 17.521
M11162 Schulden aan leveranciers 2.268 - - 2.268 2.347 - - 2.347
M11164 Belastingen en premies 1.357 99 - 1.456 1.399 - -112 1.287
  sociale verzekeringen                
M11110 Onderhanden projecten - - - - - 147 - 147
M11167 Overige schulden 108 465 - 573 295 280 - 575
M11168 Overlopende passiva 3.960 441 - 4.401 4.544 200 - 4.744
    30.256 1.005 - 31.301 26.106 627 -112 26.621
                   
  TOTAAL 1.209.130 436.567 -416.591 1.229.106 1.131.522 385.647 -364.847 1.152.222

15.3. Enkelvoudige winst- en verliesrekening DAEB / niet-DAEB gescheiden 2019

(Bedragen x € 1.000)

  DAEB Niet-DAEB Elimi- naties Totaal DAEB Niet-DAEB Elimi- naties Totaal
                 
   2019 2019 2019 2019  2018 2018 2018 2018
EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE                
Huuropbrengsten 31.621 12.856 - 44.477 31.514 12.376 - 43.890
Opbrengsten servicecontracten 1.296 339 - 1.635 1.273 271 - 1.544
Lasten servicecontracten -1.296 -339 - -1.635 -1.273 -271 - -1.544
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -3.221 -983 - -4.204 -3.779 -1.102 - -4.881
Lasten onderhoudsactiviteiten -10.642 -4.192 - -14.834 -10.059 -3.218 - -13.277
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -4.614 -941 - -5.555 -4.877 -954 - -5.830
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 13.144 6.740 - 19.885 12.799 7.103 - 19.902
                 
VERKOOP VASTGOEDPORTEFEUILLE                
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 13.983 2.649 - 16.632 15.793 4.009 - 19.802
Toegerekende organisatiekosten -906 -271 - -1.177 -832 -241 - -1.073
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -10.131 -2.204 - -12.335 -10.543 -3.206 - -13.749
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 2.946 174 - 3.120 4.418 442 - 4.980
                 
NIET-GEREALISEERDE WAARDE-VERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE                
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -8.673 1.579 - -7.094 856 -1.135 - -279
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 24.486 31.710 - 56.196 83.022 20.495 - 103.517
vastgoedportefeuille                
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 4.731 4.530 - 9.261 708 1.043 - 1.751
vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarde                
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen   -72 - -72 - -1.254 - -1.254
vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop                
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 20.544 37.747 - 58.291 84.856 19.149 - 103.735
                 
OVERIGE ACTIVITEITEN                
Opbrengst overige activiteiten 63 40 - 103 340 63 - 403
Kosten overige activiteiten -60 -38 - -98 -309 -56 - -365
Netto resultaat overige activiteiten 3 2 - 5 31 7 - 38
                 
Overige organisatiekosten -1.281 -368 - -1.649 -1.141 -340 - -1.481
Leefbaarheid -414 -121 - -535 -249 -67 - -316
FINANCIELE BATEN EN LASTEN                
Waardeveranderingen financiële vaste activa en effecten - -   - - - -  
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 1.551 54 -1.308 297 1.925 311 -1.430 806
Rentelasten en soortgelijke kosten -12.143 -1.352 1.308 -12.187 -9.412 -1.478 1.430 -9.460
Saldo financiële baten en lasten -10.592 -1.298 - -11.890 -7.487 -1.167 - 8.654
                 
RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING VOOR BELASTINGEN 24.350 42.876 - 67.226 92.957 25.247 - 118.204
Belastingen -414 -179 - -593 -6.992 791 - -6.201
Resultaat deelnemingen 57.868 15.171 -57.868 15.171 30.993 4.955 -30.993 4.955
RESULTAAT NA BELASTINGEN 81.804 57.868 -58.868 81.804 116.958 30.993 -30.866 116.958
Rechtstreekste mutaties in het - - - - - - - -
eigen vermogen van de rechtspersoon                
TOTAALRESULTAAT VAN DE RECHTSPERSOON 81.804 57.868 -58.868 81.804 116.958 30.993 -30.866 116.958

15.4. Enkelvoudige kasstroomoverzicht DAEB / niet-DAEB gescheiden 2019

Volgens de directe methode (Bedragen x € 1.000)

  DAEB Niet-DAEB Elimi- naties Totaal DAEB Niet-DAEB Elimi- naties Totaal
                 
   2019 2019 2019 2019  2018 2018 2018 2018
KASTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN                
Ontvangsten                
Huren 32.121 12.825 - 44.946 32.192 12.320 - 44.512
Vergoedingen 1.451 580 - 2.031 1.319 552 - 1.871
Overheidsontvangsten - - - 0 299 - - 299
Renteontvangsten 1.308 - -1.308 0 1.430 - -1.430 0
Overige bedrijfsontvangsten 73 248 - 321 328 257 - 585
  34.953 13.653 -1.308 47.298 35.568 13.129 -1.430 47.267
Uitgaven                
Erfpacht 2 - - 2 2 - - 2
Personeelsuitgaven 4.535 1.253 - 5.788 4.293 1.177 - 5.470
Onderhoudsuitgaven 8.196 3.262 - 11.458 8.507 2.496 - 11.003
Overige bedrijfsuitgaven 7.139 2.178 - 9.317 6.618 2.074 - 8.692
Renteuitgaven 8.192 1.308 -1.308 8.192 9.160 1.430 -1.430 9.160
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 48 14 - 62 384 114 - 498
Verhuurderheffing 3.380 720 - 4.100 3.614 714 - 4.328
Leefbaarheid (externe uitgaven niet 166 44 - 210 110 23 - 133
investeringsgebonden)                
Vennootschapsbelasting - - - 0 - - - -
  31.659 8.779 -1.308 39.130 32.688 8.029 -1.430 39.286
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN 3.294 4.874 - 8.168 2.880 5.100 - 7.981
                 
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN                
Materiële vaste activa - ingaande kasstroom                
Verkoopontvangsten bestaande huur, 11.248 5.144 -1.466 14.926 14.494 5.052 -1.330 18.342
woon- en niet woongelegenheden                
Verkoopontvangsten na inkoop - - - 0 - - - -
(verkocht onder voorwaarden)                
Verkoopontvangsten nieuwbouw, - 3.406 -364 3.042 - 4.424 - 4.424
woon- en niet woongelegenheden                
Verkoopontvangsten grond en overig - 1.848 -1.848 0 - - - -
  11.248 10.398 -3.678 17.968 14.494 9.476 -1.330 22.640
Materiële vaste activa - uitgaande kasstroom                
Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden 4.663 2.707 -2.697 4.673 7.325 6.687 - 14.012
Nieuwbouw koop, woon- en niet woongelegenheden   570 485 1.055   4.161 - 4.161
Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden 3.577 1.361 - 4.938 3.467 945 - 4.412
Aankoop woongelegenheden (inclusief VOV) 3.672 552 -1.466 2.758 1.953 113 -1.330 736
Investeringen overig 161 - - 161 71 27 - 98
  12.073 5.190 -3.678 13.585 12.816 11.933 -1.330 23.419
Financiële vaste activa - in en -uitgaande kasstroom                
- Ontvangsten verbindingen en overig 6.678 - -6.678 - 6.681 - -6.678 3
- Uitgaven verbindingen en overig 71 0 - 71 1.645 92 - 1.737
  6.607 0 -6.678 -71 5.036 -92 -6.678 -1.734
                 
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN 5.782 5.208 -6.678 4.312 6.714 -2.549 -6.678 -2.513
                 
FINANCIERINGSACTIVITEITEN                
Opgenomen door WSW geborgde leningen 25.000 - - 25.000 15.000 - - 15.000
Opgenomen niet door WSW geborgde leningen - - - 0 - - - -
Aflossing door WSW geborgde leningen -48.176 - - -48.176 22.082 - - 22.082
Aflossing niet door WSW geborgde leningen -410 - - -410 392 - - -
Aflossing interne lening - -6.678 6.678 0 - 6.678 -6.678 6.678
                 
KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN -23.586 -6.678 6.678 -23.586 -7.474 -6.678 6.678 -7.474
                 
MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN -14.510 3.404 - -11.106 2.120 -4.126 - -2.006
WIJZIGING KORTGELDMUTATIES 6.100 - - 6.100 200 - - 200
(Collateral (margin call verplichting))                
                 
Liquide middelen begin periode 17.635 8.138 0 25.773 15.315 12.264 - 27.579
Liquide middelen eind periode 9.225 11.542 0 20.767 17.635 8.138 - 25.773
MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN -8.410 3.404 0 -5.006 2.320 -4.126 - -1.806

16. Ondertekening

Hilversum, 21 april 2020

Stichting Dudok Wonen

Directeur-bestuurder,

H.A. Zanting

Raad van Commissarissen,

W.D. van Leeuwen, voorzitter

F.R.M. Rieter   

H.M. de Loor

E.L. Özyenici

B.G.M. Moesbergen

Dudok Wonen

Larenseweg 32

Hilversum

17. Overige gegevens

17.1. Voorstel resultaatbestemming

Voorstel resultaatbestemming is om het resultaat ter grootte van positief € 81.804 miljoen onder aftrek van de vorming aan de herwaarderingsreserve, in 2019 ten gunste van de overige reserves van Dudok Wonen te brengen.

17.2. Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2019

Ons oordeel

Wij hebben de jaarrekening 2019 van Stichting Dudok Wonen te Hilversum gecontroleerd.

Naar ons oordeel geeft de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting Dudok Wonen op 31 december 2019 en van het resultaat over 2019 in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT).

De jaarrekening bestaat uit:

  1. de (geconsolideerde en enkelvoudige) balans per 31 december 2019;
  2. de (geconsolideerde en enkelvoudige) winst-en-verliesrekening over 2019; en
  3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en de Regeling Controleprotocol WNT 2019. 

Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij zijn onafhankelijk van Stichting Dudok Wonen zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties, de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Benadrukking van de waarderingsgrondslag van (een deel van) het vastgoed in exploitatie

Wij vestigen de aandacht op de grondslagen voor balanswaardering van DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie zoals opgenomen in de jaarrekening. Hierin staat beschreven dat een deel van haar vastgoed in exploitatie op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet in overeenstemming met bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (verslagjaar 2019) in het huidige en het voorgaande boekjaar waardeert tegen actuele waarde onder toepassing van de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Daarnaast is vermeld dat deze actuele waarde de basis is voor het berekenen van de beleidswaarde. Ons oordeel is niet aangepast als gevolg van deze aangelegenheid.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd

In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2019 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub j Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

B. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit:  

  • bestuursverslag (inclusief volkshuisvestelijke aspecten);
  • overige gegevens.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
  • alle informatie bevat die op grond van artikel 36 en 36a van de Woningwet is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten uit rubriek A van het accountantsprotocol zoals opgenomen in bijlage 4 bij de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met artikel 36 en 36a van de Woningwet.

C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het bestuur en de raad van commissarissen voor de jaarrekening

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de vereisten voor de jaarrekening bij en krachtens artikel 35 van de Woningwet en de WNT.

In dit kader is het bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de toegelaten instelling in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van artikel 35 van de Woningwet moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de toegelaten instelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de toegelaten instelling.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, rubriek A van het accountantsprotocol zoals opgenomen in bijlage 4 bij de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de toegelaten instelling;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
  • het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de toegelaten instelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een toegelaten instelling haar continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en
  • het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Wij communiceren met de raad van commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.


Utrecht, 22 april 2020

BDO Audit & Assurance B.V.

namens deze,

W.G.

drs. G.J. Verwoert RA