Duurzaam vastgoed- en vermogensbeheer

5.1 Bedrijfsmodel

We willen onze doelgroepen zo goed mogelijk van dienst zijn. Dit vraagt om een juiste samenstelling van producten en diensten. En om een duurzaam en gezond bedrijfsmodel. We zetten het vermogen van de stichting in als revolving fund. Door het vermogen in te zetten als revolving fund staat het principe van de financiële continuïteit voorop.

In het Financieel Management Beleid is de koppeling tussen de strategische doelstellingen en de inzet van financiële middelen beschreven.    

Duurzaam en gezond bedrijfsmodel

Ons vermogen

Het grootste deel van ons vermogen is geïnvesteerd in onze vastgoedportefeuille. Een kleiner deel is geïnvesteerd in sociale koopproducten en mede-investeringen met de klant. Als we ons vermogen in beweging brengen, maken we het mogelijk om zoveel mogelijk huishoudens te huisvesten. We kijken vanuit onze volkshuisvestelijke taken daarom naar het bedrijfsmodel van een vastgoedbelegger. Dit bestaat uit de basiscomponenten investeren, exploiteren, desinvesteren en het werkzame vermogen: eigen vermogen en vreemd vermogen (geleend geld). Dit model geven we weer in figuur 14.

Figuur 14: bedrijfsmodel Dudok Wonen
Figuur 14: bedrijfsmodel Dudok Wonen

De investeringen verdelen we over vier categorieën. Dit zijn:

  • nieuwbouw en herstructurering van huurwoningen;
  • participatiedeelneming (Kopen Naar Wens Andere Woning);
  • renovatie, verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad;
  • het eigen werkapparaat, waaronder huisvesting en ICT.

De investeringsuitgaven betalen we uit inkomsten uit de componenten exploitatie, desinvesteren (verkopen) en financiering. Het vermogensbeheer moet voldoende robuust zijn om de risico’s op te kunnen vangen. Goed vastgoed- en portefeuillebeheer zijn belangrijk voor het behalen van voldoende rendement. Alleen zo kunnen we investeringsuitgaven blijven doen. Dit uit zich in stabiele en gezonde kasstromen.

Stabiele en gezonde kasstromen

Investeringscategorieën en inkomstenbronnen

Om deze stabiele kasstromen te kunnen bereiken, kijken we naar verschillende investeringscategorieën en de inkomstenbronnen. In ons financiële beleid bepalen we welke middelen we inzetten voor welke investeringscategorieën. In figuur 15 is deze samenhang weergegeven. Het is een schematische staat van herkomst en besteding van middelen.

Figuur 15: kasstromen bedrijfsmodel Dudok Wonen
Figuur 15: kasstromen bedrijfsmodel Dudok Wonen

5.2 Opbouw vastgoedportefeuille naar gemeente

Eind 2019 bestaat onze totale portefeuille uit:

  • 6.090 huurwoningen. Hieronder verstaan we sociale huurwoningen, vrijesectorhuurwoningen, onzelfstandige huurwoningen en intramurale woningen: dat zijn woningen in een zorgcomplex;
  • 1.708 kooparrangementen;
  • 1.219 overige objecten, zoals maatschappelijk onroerend goed, kantoren, winkels en parkeerplaatsen.

In tabel 6 is te zien hoe onze vastgoedportefeuille is uitgesplitst per gemeente. Ons bezit is geconcentreerd in de gemeente Hilversum en Gooise Meren.

  Hilversum Gooise Meren Overige gemeenten Totaal 2019 Totaal 2018
Sociale huurwoningen zelfstandig  2.720   2.137   27   4.884   4.965 
Vrijesectorhuurwoningen zelfstandig  521   231   26   778   724 
Onzelfstandige woongelegenheden  115   70   185   224 
Intramuraal  179   27   37   243   334 
Totaal huurwoningen  3.535   2.465   90   6.090   6.247 
Koop Goedkoop  657   511   11   1.179   1.173 
Kopen naar Wens  271   229   29   529   509 
Garages en parkeerplaatsen  831   276   17   1.124   1.129 
Bedrijfsonroerend goed  63   18   81   73 
Maatschappelijk onroerend goed  14   14   12 
Eindtotaal  5.371   3.499   147   9.017   9.143 

Tabel 6: samenstelling vastgoedportefeuille naar contract per gemeente in bezit van Dudok Wonen, 31 december 2019

5.2.1 Huurwoningen per gemeente

Om wat voor soort huurwoningen gaat dat dan? In tabel 7 ziet u de huurwoningen per type, uitgesplitst naar gemeente.

  Hilversum Gooise Meren Overige gemeenten Totaal 2019   Totaal 2018  
A: Zelfstandige huurwoningen  3.241   2.368   53   5.662  93%  5.689  91%
B1: Onzelfstandig wooneenheden  115   70  -  185  3%  224  4%
B2: Intramuraal zorgvastgoed  179   27   37   243  4%  334  5%
Eindtotaal  3.535   2.465   90   6.090  100%  6.247  100%

Tabel 7: huurwoningen naar type per gemeente, 31 december 2019

In 2019 werden 40 sociale zelfstandige huurwoningen opgeleverd in het nieuwbouwproject Bensdorp. Ook verkochten we woningen met een sociaal kooparrangement. In tabel 8 zijn alle mutaties in de sociale huurvoorraad voor het jaar 2019 weergegeven. De oplevering van de woningen in project Nieuw Zuid in Hilversum zijn niet opgenomen in deze tabel. Deze 46 woningen zijn namelijk gelabeld als intramuraal zorgvastgoed.

  Hilversum Gooise Meren Overige gemeenten Totaal
Stand 1-1-2019  2.792   2.137   36   4.965 
         
Mutaties        
Aankopen  6   6  -  12 
Nieuwbouw -  40  -  40 
Verkopen  -37   -30  -  -67 
Sloop  -25  - -  -25 
Overige  4  -  -3   1 
         
Sociaal naar vrije sector  -25   -18   -6   -49 
Vrije sector naar sociaal  5   2  -  7 
         
Stand 31-12-2019  2.720   2.137   27   4.884 

Tabel 8: mutatie sociale huurwoningen zelfstandig per gemeente, 2019

5.2.2 Huurprijsklasse per gemeente

In tabel 9 is te zien hoe onze huurwoningvoorraad is verdeeld naar huurprijsklasse per gemeente. De genoemde huurprijsgrenzen zijn de grenzen die gelden in 2019. De aantallen in de kolom 2018 zijn volgens de prijsgrenzen 2018. De verdeling is op basis van subsidiabele huur.

Kijken we naar de ontwikkeling in prijsklasse, dan vallen 2 verschuivingen het meest op:

  • Het aantal woningen tot de aftoppingsgrenzen is licht gedaald.
  • Het aantal woningen boven de liberalisatiegrens is licht gestegen.

Deze verschuivingen passen binnen het beleid om voldoende aanbod te hebben binnen de vastgestelde verhouding van woonproducten.

  Hilversum Gooise Meren Overige gemeenten Totaal 2019   Totaal 2018  
Tot en met € 424,44 (kwaliteitskortingsgrens)  256   269   2   527  9%  564  9%
€ 424,45 tot en met € 651,03 (aftoppingsgrens laag en hoog)  1.659   1.369   2   3.030  50%  3.044  49%
€ 651,04 tot en met 720,42 (maximale huurgrens)  457   317   20   794  13%  825  13%
Vanaf € 720,43 (maximale huurgrens)  869   413   29   1.311  22%  1.256  20%
Onzelfstandig  115   70     185  3%  224  4%
Intramurale zorg  179   27   37   243  4%  334  5%
Eindtotaal  3.535   2.465   90   6.090  100%  6.247  100%

Tabel 9: samenstelling woningvoorraad naar huurprijsklasse per gemeente, 31 december 2019 en 31 december 2018

5.2.3 Kooparrangementen per gemeente

In 2019 hadden we 1.708 kooparrangementen in ons bezit. In vergelijking met 2018 is het aantal kooparrangementen gestegen met 26. Zie ook tabel 10. Het verschil komt hier vandaan:

  • Bij 74 van de afgesloten Koop Goedkooparrangementen gaat het om een doorverkoop. Dat heeft geen invloed op de stand van het aantal arrangementen.
  • In 42 gevallen verdween het belang van Dudok Wonen. Dat komt door het bijkopen van de grond (bij Koop Goedkoop) of het aflossen van de vordering (bij Kopen naar Wens). In één geval is een woning verkocht met Kopen naar Wens totaal. Ook hier is geen sprake van een belang van Dudok Wonen. Daardoor tellen deze huishoudens niet langer mee in onze gehuisveste huishoudens.

  Hilversum Gooise Meren Overige gemeenten Totaal 2019   Totaal 2018  
Koop Goedkoop  657   511   11   1.179  69%  1.173  70%
Kopen naar Wens  271   229   29   529  31%  509  30%
Eindtotaal  928   740   40   1.708   1   1.682  100%

Tabel 10: aantal kooparrangementen per gemeente en totaal, 2018-2019

5.3 Vastgoedportefeuille naar entiteit

Sinds 1 januari 2017 hebben we onze portefeuille gescheiden over twee entiteiten: Stichting Dudok Wonen en Goois Wonen BV. Binnen de stichting is het vastgoed gescheiden naar de administraties Stichting Dudok Wonen-DAEB en Stichting Dudok Wonen-niet DAEB. Goois Wonen BV is volledig niet-DAEB. In tabel 11 is te zien hoe onze vastgoedportefeuille is uitgesplitst naar de entiteiten.

  Stichting Dudok Wonen DAEB Stichting Dudok Wonen niet DAEB Totaal Stichting Dudok Wonen Goois Wonen B.V.
Sociale huurwoningen zelfstandig  4.116   674   4.790   94 
Vrijesectorhuurwoningen zelfstandig  18   572   590   188 
Onzelfstandige woongelegenheden  185   185 
Intramuraal  234   6   240   3 
Totaal huurwoningen  4.553   1.252   5.805   285 
Koop Goedkoop  1.077   102   1.179 
Kopen naar Wens  321   208   529 
Garages en parkeerplaatsen  1   1.033   1.034   90 
Maatschappelijk onroerend goed  79   79   2 
Bedrijfsonroerend goed  14   14 
Eindtotaal  5.966   2.674   8.640   377 

Tabel 11: vastgoedportefeuille naar type en entiteit, 31 december 2019

5.3.1 Huurwoningen per entiteit

In tabel 12 zoomen we nog specifiek in naar de type huurwoningen per entiteit.

  Stichting Dudok Wonen DAEB Stichting Dudok Wonen niet DAEB Totaal Stichting Dudok Wonen Goois Wonen B.V.
A: Zelfstandige huurwoningen  4.134   1.246   5.380   282 
B1: Onzelfstandig wooneenheden  185   185 
B2: Intramuraal zorgvastgoed  234   6   240   3 
Eindtotaal  4.553   1.252   5.805   285 

Tabel 12: huurwoningen naar type en entiteit, 31 december 2019

In tabel 13 ziet u de mutaties van de zelfstandige sociale huurwoningen verdeeld over de entiteiten. In Goois Wonen B.V. is in 2019 één van de 96 aanwezige sociale huurwoningen geliberaliseerd naar de vrije sector. Goois Wonen B.V. is bestemd voor de dure vrije sector. Deze woningen behoren ook tot dit segment en zijn niet geschikt voor verhuur aan de lagere en middeninkomens.

  Stichting Dudok Wonen Goois Wonen BV Totaal
Stand 1-1-2019  4.869   96   4.965 
       
Mutaties      
Aankopen  12   12 
Nieuwbouw  40   40 
Verkopen  -67   -67 
Sloop  -25   -25 
Overige  2   -1   1 
       
Sociaal naar vrije sector  -48   -1   -49 
Vrije sector naar sociaal  7   7 
       
Stand 31-12-2019  4.790  94   4.884 

Tabel 13: mutatie sociale huurwoningen zelfstandig per entiteit, 2019

5.3.2 Huurprijsklasse naar entiteit

  • 77% van de zelfstandige huurwoningen met een contracthuur tot maximaal de liberalisatiegrens van € 720,42 zijn onderdeel van Stichting Dudok Wonen en Goois Wonen B.V.
  • 22% van de zelfstandige huurwoningen met een huur boven de liberalisatiegrens, dus vanaf € 720,42, zijn onderdeel van Stichting Dudok Wonen en Goois Wonen B.V.

  Stichting Dudok Wonen DAEB Stichting Dudok Wonen niet DAEB Totaal Stichting Dudok Wonen Goois Wonen B.V.
Tot en met € 424,44 (kwaliteitskortingsgrens)  491   36   527  -
€ 424,45 tot en met € 651,03 (aftoppingsgrens laag en hoog)  2.586   379   2.965   65 
€ 651,04 tot en met 720,42 (maximale huurgrens)  657   125   782   12 
Vanaf € 720,43 (maximale huurgrens)  400   706   1.106   205 
Onzelfstandig  185  -  185  -
Intramurale zorg  234   6   240   3 
Eindtotaal  4.553   1.252   5.805   285 

Tabel 14: woningportefeuille naar huurprijsklasse en entiteit

5.3.3 Kooparrangementen naar entiteit

In 2019 had Stichting Dudok Wonen 1.708 kooparrangementen in haar bezit. En 82% hiervan zit in de DAEB-omgeving. Goois Wonen B.V. heeft geen sociale kooparrangementen.

  Stichting Dudok Wonen DAEB Stichting Dudok Wonen niet DAEB Totaal Stichting Dudok Wonen Goois Wonen B.V.
Koop Goedkoop  1.077   102   1.179  -
Kopen naar Wens  321   208   529  -
Eindtotaal  1.398   310   1.708  -

Tabel 15: aantal kooparrangementen per entiteit

5.4 Waardesturing

Een hogere waarde van ons bezit leidt tot een hoger budget dat beschikbaar is voor onze maatschappelijke doelstellingen. In 2019 trokken we daarom de ingezette lijn uit 2018 door om op een professionele manier te sturen op waarde.

Uitvoering portefeuillestrategie 2017-2026

In 2017 stelden we de definitieve portefeuillestrategie voor de periode 2017-2026 vast. Deze strategie beschrijft de gewenste ontwikkeling van onze vastgoedportefeuille. Ook sluit de strategie aan bij onze gewenste verdeling van aan te bieden woonproducten: sociale huur, (betaalbare)vrijesectorhuur, Koop Goedkoop en Kopen Naar Wens. In het portefeuilleplan maken we de verbinding tussen het strategische en het tactische niveau. Of we dit plan kunnen realiseren, hangt af van factoren waar we niet altijd invloed op hebben. Denk bijvoorbeeld aan de mutatiegraad, de beschikbaarheid van bouwlocaties, de ontwikkeling van de demografie enzovoort.

onze complexplannen zijn geactualiseerd in 2019

Assetmanagement

Het portefeuilleplan helpt ons bij het assetmanagement, bijvoorbeeld het maken van complexplannen en de begroting. Deze complexplannen zijn in 2018 opgesteld en geactualiseerd in 2019. Op deze manier zorgen we ervoor dat de plannen input leverden en aansloten op de begroting van 2020. In combinatie met de complexplannen werken we dit beleid verder uit in 2020.

Visie op duurzaamheid

Nederland onderschrijft het klimaatakkoord van Parijs uit 2015 en doet mee aan de doelstelling om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden. De landelijke overheid heeft bepaald dat we in 2050 CO2-neutraal zijn. Ook wij nemen onze verantwoordelijkheid op het gebied van wonen en verduurzamen. Dat doen we door niet alleen te streven naar CO2-neutrale woningen: ook kijken we naar materiaalgebruik en de directe woonomgeving. Draagvlak van onze bewoners is daarbij belangrijk. Daarnaast sluiten we ons aan bij het Uitvoeringsprogramma Energietransitie Gooi en Vechtstreek en participeren we in het Bestuurlijk Overleg Energietransitie Gooi en Vechtstreek (BOEG) en het Regionaal Energietransitie Team (RET).

we streven naar CO2-neutrale woningen

Implementatieplan duurzaamheid

Onze visie is: een duurzame woningvoorraad in 2050. Dit is opgenomen in de duurzaamheidsvisie ‘Samen op pad naar een duurzame woningvoorraad in 2050’. In oktober 2019 is deze visie goedgekeurd door het Directieteam, de Raad van Commissarissen en de Huurders Belangen Vereniging. De volgende stap is het implementeren van deze visie. En dat doen we niet zomaar. In 2019 werkten we aan een implementatieplan voor de duurzaamheidsvisie. We maakten hierbij gebruik van kennis en expertise in onze omgeving en vroegen stakeholders een bijdrage te leveren. Het implementatieplan is meer dan een set aan maatregelen: het vraagt een aanpak waarmee duurzaamheid landt in de genen van onze medewerkers en de bewoners.

Het implementatieplan is een levend document. Vanuit ontwikkelingen wordt het de komende jaren continu geactualiseerd. Uitvoering van isolatiemaatregelen vindt al plaats: onze woningvoorraad heeft eind 2021 een gemiddelde energie-index van minder dan 1,4.

5.5 Investeringsopgave

De beschikbare investeringscapaciteit verdelen we over verschillende investeringscategorieën: verbetering, verduurzaming, herstructurering en nieuwbouw, terugkopen en mee-investeren met de klant. Daarnaast investeren we beperkt in onze eigen organisatie. Denk hierbij aan ICT, meubilair enzovoort. Hieronder leest u meer over de diverse investeringscategorieën.

Verbeteringen: investeringen bij verhuurmutatie

Komt er een woning leeg, dan bekijken we welke werkzaamheden nodig zijn om de woningen weer geschikt te maken voor verhuur of verkoop. We kijken daarbij ook welk label de woning heeft vanuit onze portefeuillestrategie: sociale verhuur, vrijesectorhuur of verkoop. Enkele cijfers voor 2019:

  • We investeerden € 2 miljoen bij mutatie: in Hilversum €1,2 miljoen en in Gooise Meren €0,8 miljoen.
  • Het ging om 524 woningen: 338 in Hilversum, 181 in Gooise Meren en 5 in Huizen.

Naast investeringen bij mutatie, investeerden we ook in de veiligheid van balkons in sommige complexen. We onderzochten de balkons van onze appartementen uit de bouwperiode 1950 – 1970. Deze balkons waren mogelijk niet veilig. Daardoor konden 220 huishoudens voor langere tijd hun buitenruimte niet of niet volledig gebruiken. We hebben alle ‘verdachte’ complexen laten onderzoeken. Uiteindelijk bleek dat we bij 8 complexen versterkingen aan moesten brengen. Het aanbrengen van de versterkingen loopt door in 2020.

balkons waren niet veilig

Verduurzamen van onze woningvoorraad

In onze portefeuillestrategie is vastgelegd dat we in de periode 2017-2020 ongeveer €12 miljoen investeren in verduurzaming van de bestaande voorraad. Uiterlijk in 2021 heeft onze woningvoorraad gemiddeld een energielabel B. Dit is een energie-index tussen 1,21 en 1,40. We voldoen daarmee aan het Aedesconvenant.

Deze ambitie bereiken wij door de uitvoering van onze duurzaamheidskavels. We brengen isolatiepakketten aan, zoals spouwmuurisolatie, dak en vloerisolatie. Ook worden CO2-gestuurde ventilatieroosters aangebracht. In 2019 hebben we het project om open geisers te vervangen door hoogrendementsketels afgerond. Dit was een langjarig en complex project.

Herstructurering en nieuwbouw

In Hilversum leverden we 2 nieuwe gebouwen op: Saphira in januari 2019 en Rubina in maart 2019. Met deze 2 gebouwen is de ontwikkeling van Nieuw Zuid weer een stap verder gevorderd. En ontstaat er een nieuwe wijk met goede stedelijke kwaliteiten. In 2020 start de bouw van het vierde gebouw, Alporti. Dit gebouw verhuren we aan een zorginstelling. Hier bouwen we 44 zelfstandige eenheden en 5 huiskamers voor dementerende cliënten. Ook bereidden we het project Orchidee voor in Hilversum. In 2020 wordt gestart met de vervangende nieuwbouw in een monumentaal pand van 18 woningen. Daarnaast realiseren we door sloop/nieuwbouw 12 studio’s. Alle woningen worden gasloos.

vervangende nieuwbouw in een monumentaal pand

In Gooise Meren is het project Bensdorp opgeleverd. Dit project is gerealiseerd op het terrein van de voormalige chocoladefabriek in Bussum. Het Centrumplan Keverdijk in Naarden is ook een stap verder in de ontwerpfase. In 2020 zal een het eerste gedeelte van de oude woningen worden gesloopt zodat er ruimte in het plangebied ontstaat voor de nieuwbouw. In totaal gaat het hier om 57 sociale huurwoningen.

We werkten aan de voorbereiding van het project De Driehoek in Almere. In 2020 starten we hier met de bouw van 46 sociale huurwoningen. Een deel hiervan verhuren we via het tijdelijke verhuurconcept In Between Places.

Terugkopen

In 2019 zijn we gestart met het terugkopen van woningen. In 2019 hebben we 13 woningen teruggekocht: 7 in de gemeente Hilversum en 6 in de gemeente Gooise Meren. Al deze teruggekochte woningen zijn vervolgens verhuurd als sociale huurwoning. In de aktes van de verkochte woningen met een sociaal koopproduct is opgenomen dat we het eerste terugkooprecht hebben. We hebben daar eerder nooit gebruik van gemaakt. Waarom kozen we voor terugkopen?

  • Met terugkoop houden we onze sociale huurvoorraad op peil. Dit lukt niet met het aantal nieuwbouwwoningen dat we op dit moment jaarlijks realiseren. In de prestatieafspraken met onze stakeholders spraken we af om jaarlijks een aantal verkochte woningen terug te kopen.
  • Door de woningen weer in ons bezit te krijgen, is het makkelijker om het planmatig onderhoud uit te voeren en duurzaamheidsmaatregelen door te voeren.

Mee-investeren met de klant via Kopen naar Wens Andere Woning

Met Kopen naar Wens Andere Woning koopt een huurder een woning buiten ons woningbezit met Kopen naar Wens. Dit betekent dat investeringscapaciteit beschikbaar moet zijn. Sinds de scheiding tussen DAEB en niet-DAEB vallen deze investeringen in de niet-DAEB-tak van de Stichting. Dit jaar zijn we geen Kopen naar Wens Andere Woning-arrangement aangegaan. Dat komt omdat de beschikbare investeringscapaciteit 2019 niet ruim genoeg was.

een jaarlijks gewenst aanbod aan sociale huurwoningen

5.6 Exploiteren

Ons huurbeleid zorgt voor de juiste match tussen de huur van de woning en het inkomen van de nieuwe huurder. Dit huurbeleid bestaat uit een jaarlijks gewenst aanbod aan sociale huurwoningen in een huurprijscategorie (figuur 16).

Huurprijsbeleid sociale huurwoningen

Figuur 16: Huurprijsbeleid sociale huurwoningen

Passend toewijzen

Met passend toewijzen bij nieuwe verhuringen zorgen we ervoor dat nieuwe huurders een huurwoning heeft waarbij woning past bij de huishoudensgrootte en de huurprijs  past bij het inkomen. We voldoen hieraan door een gewenste verdeling te maken van het aanbod sociale huurwoningen per jaar in een huurprijscategorie:

  • 65% van het jaarlijkse aanbod willen we aanbieden onder de lage aftoppingsgrens tot en met €607,46. We bieden hierbij voorrang aan één- en tweepersoonshuishoudens met recht op huurtoeslag.
  • Circa 15% van het jaarlijkse aanbod bestaat uit huurwoningen met een huurprijs vanaf de lage aftoppingsgrens tot onder de hoge aftoppingsgrens (€607,46 - €651,03). In deze categorie bieden we voorrang aan meerpersoonshuishoudens met recht op huurtoeslag.
  • 20% van de nieuwe verhuringen valt in het segment tussen de hoge aftoppingsgrens en de liberalisatiegrens (€651,04 - €720,42). Deze woningen verhuren we uitsluitend aan de secundaire doelgroep. Dit zijn huishoudens met een inkomen tussen €30.826 en €38.035, afhankelijk van de samenstelling van het huishouden. Zij komen in aanmerking voor een sociale huurwoning, maar niet voor huurtoeslag.

Huurverhoging

Elk jaar stellen we de jaarlijkse huurverhoging vast. We voerden hier meerdere gesprekken over met onze Huurders Belangen Vereniging en vragen hen om advies. Bij het bepalen van de huurverhoging voor 2019 speelden de volgende zaken een rol:

  • In 2016 voerde de overheid de huursombenadering in. De stijging van al onze huurinkomsten mag sindsdien niet meer zijn dan inflatie + 1,0%. Voor de huurverhoging van 2019 is de toegestane huursom dus inflatie (1,6% over 2018) + 1% = 2,6%.
  • Net als in voorgaande jaren streefden we in 2019 naar een juiste match tussen het inkomen van de huurder en de huurprijs: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. In 2019 pasten we een inkomensafhankelijke huurverhoging toe. De huren in de gereguleerde huur bij het doorvoeren van de huurverhoging werden niet afgetopt op de liberalisatiegrens van €720,42. De huurverhoging in 2019 was 1,4% voor al onze sociale huurders van een zelfstandige sociale huurwoning met een huishoudensinkomen lager dan €42.436. Aan de inkomens vanaf €42.436 rekenden we 4,2% door aan huurverhoging – behalve als deze huishoudens behoorden tot een van de vier uitzonderingscategorieën.

Bruto huishoudensinkomen per jaar Wettelijk max % Huurverhoging
<=€ 42.436 4,1% (inflatie + 2,5%) 1,40%
>€ 42.436 5,6% (inflatie + 4,0%) 4,20%
A.     Pensioengerechtigden 4,1% (inflatie + 2,5%) 1,40%
B.     Gezinnen met vier of meer personen 4,1% (inflatie + 2,5%) 1,40%
C.     Chronisch zieken en gehandicapten 4,1% (inflatie + 2,5%) 1,40%

Tabel 16: huurverhoging gereguleerde contracten Stichting Dudok Wonen en gereguleerde contracten Goois Wonen B.V. in 2019

Bezwaren en huurcommissiezaken

In 2019 ontvingen we 36 bezwaren over de huurverhoging. Hiervan honoreerden we 19 bezwaren. Bezwaren hadden vooral betrekking op de inkomensafhankelijke huurverhoging, waarbij het inkomen lager was of waarbij de uitzonderingscategorie op de inkomensafhankelijke huurverhoging van toepassing was. Er kwamen 3 bezwaren van huurders met een vrijesectorcontract. Zij kunnen niet bij de huurcommissie terecht. Er zijn geen bezwaren doorgestuurd naar de Huurcommissie.

5.6.2 Voorkomen huurachterstanden

De huurachterstand bij onze zittende huurders was eind 2019 €426 duizend euro. Dat is 0,84 % van de netto huur op jaarbasis. Hiermee zitten we onder onze doelstelling om het percentage van de huurachterstand onder de 1% te houden.

De huurachterstand van vertrokken huurders is per 31 december 2019 met €268 duizend 0,53% van de netto huur op jaarbasis. Het behaalde percentage van 0,53% realiseerden we onder meer door oudere achterstanden op te schonen. Ook droegen we achterstanden over aan onze schuldbewakingspartner, die de achterstanden vervolgens inde. 

voorkomen dat huurachterstanden oplopen

Acties incassoteam

Betalingsproblemen signaleren we in een vroeg stadium. Zo willen we voorkomen dat de huurachterstanden van bewoners verder oplopen. Een lage huurachterstand is immers nog relatief eenvoudig op te lossen.

Onze aanpak

Ons incassoteam benadert huurders met een betalingsachterstand persoonlijk. Zo proberen we op zo min mogelijk achterstanden te komen en extra kosten voor onze klanten te voorkomen. Daarnaast stimuleren we bewoners met een betalingsachterstand contact met ons op te nemen via persoonlijk contact, e-mail, social media en WhatsApp. In 2019 startten we samen met gemeente Hilversum en andere corporaties met de pilot ‘Vroeg-er-op-af’. Deze pilot draagt bij aan onze aanpak: mensen blijven huisvesten en ontruimingen voorkomen. We gaan bij deze aanpak uit van de eigen kracht van de huurders: ‘wat is er wél mogelijk’ in plaats van ‘wat kan er niet’.

we startten de pilot ‘Vroeg-erop -af’

Woonfraude

Huur- en koopwoningen willen we op een eerlijke manier aanbieden. Daarom pakken we woonfraude actief aan. Ook dragen we op deze manier bij aan een veilige een leefbare woonomgeving voor onze huurders. We spreken van woonfraude in het geval van onderhuur, onrechtmatige bewoning en hennepkwekerijen. Eind 2019 waren er 98 adressen in onderzoek en zijn er 18 woonfraudedossiers afgehandeld. Hierdoor kwamen 9 woningen beschikbaar voor verhuur of verkoop. In 2019 is er één hennepkwekerij ontmanteld.

Onze aanpak van woonfraude

Onze medewerkers Incasso Woonfraude onderzoeken de meldingen en handelen de woonfraudedossiers af. Het doel hiervan is de woonfraudesituatie te beëindigen. Soms zeggen we hierbij de huurovereenkomst op of moet de woning worden ontruimd. Dit doen we bijvoorbeeld bij hennepteelt in de woning. Soms keert een huurder terug in de woning.

er vonden 6 ontruimingen plaats

Woningontruimingen

Ontruimingen voorkomen we het liefst zoveel mogelijk. We willen immers mensen huisvesten en dakloosheid voorkomen. Helaas is er soms geen andere uitweg. Huurders moeten hun maandelijkse huur- en servicekosten voldoen. Ook wordt er van een huurder verwacht dat hij overlast of vervuiling van de woning voorkomt.

In 2019 waren er in totaal 26 ontruimingen gepland op basis van huurachterstand, overlast en woonfraude. Er vonden uiteindelijk 6 ontruimingen plaats: 4 woningen, een garage en een bedrijfsruimte. Daarnaast zijn er in een overlastzaak voor de datum van de ontruiming sleutels ingeleverd, naar aanleiding van een ontruimingsvonnis.

Onze aanpak

Komt een huurder (betaal)afspraken niet na, dan gaan we een intensief traject in. Het dossier wordt uiteindelijk overgedragen aan de deurwaarder. Dit kan leiden tot een ontruimingsvonnis.

5.6.3 Leegstand

Woningen die leegkomen, willen we  zo snel mogelijk doorverhuren of verkopen. Lukt dit niet meteen, dan is er sprake van leegstand en ontstaat huurderving. In 2019 was de huurderving 2,7%. In 2018 was dit nog 3,2%.

De huurderving is aanzienlijk gedaald ten opzichte van 2018. Dat komt doordat we in 2019 verder zijn gegaan met het verbeteren van het mutatieproces. Onze huurderving is nog steeds relatief hoog. Dat komt vooral vanwege niet aansluitend verhuren. Een andere belangrijke reden is, dat het verkoopproces lang duurt. In 2019 zijn we verder gegaan met het verbeteren van het mutatieproces, bijvoorbeeld door digitaliseren. De aanpassingen moeten leiden tot het sneller verhuren en verkopen van de woningen en daardoor tot minder leegstand.

5.6.4 Onderhoud

Dit jaar hebben intensief met onze stakeholders gesproken over ons onderhoudsbeleid. Hieruit zijn goede handvatten gekomen om ons onderhoudsbeleid duurzaam in te richten. In de aankomende jaren gaan we dit beleid ‘Bewoner en Onderhoud’ implementeren in onze activiteiten.

Renovatie

In de Bloemenbuurt in Hilversum is de planvorming van het project de Orchidee weer een fase veder. Volgend jaar gaan we hier 30 mooie gasloze woningen realiseren. Gedeeltelijk in het monumentale pand en 18 nieuwe appartementen in een apart gebouw.

Planmatig onderhoud

Bij planmatig en contractonderhoud gaat het vooral om periodiek schilderwerk. Soms plaatsen we dubbel glas of vervangen we een kozijn. Ook het onderhoud en de vervanging van installaties hoort soms bij het planmatig onderhoud.

Service- en reparatieonderhoud

In 2019 is er een verfijning van het service- & reparatieonderhoud doorgevoerd. Dit deden we omdat we door ‘regisserend opdrachtgeverschap’ nog efficiënter en klantvriendelijker willen werken. De kern van de veranderingen is:

  • We werken met twee gespecialiseerde onderhoudsbedrijven.
  • Onze klanten kunnen gebruikmaken van een reparatieportal.
  • De reparatieverzoeken gaan rechtstreeks naar de onderhoudsbedrijven.

nog efficiënter en klantvriendelijker werken

Mutatieonderhoud

Bij het proces voor mutatieonderhoud maken we onderscheid in 3 soorten woningen:

  • A-woning: de investering mutatieonderhoud is maximaal circa €1.000 per woning.
  • B-woning: de investering mutatieonderhoud is tussen de €1.000 en €5.000 per woning.
  • C-woning: de investering mutatieonderhoud is meer dan €5.000.

De twee geselecteerde onderhoudsbedrijven die ook het dagelijks onderhoud doen, voeren de A-mutaties uit. Het mutatieonderhoud van de B- en de C-woningen wordt uitgevoerd door twee geselecteerde onderhoudsbedrijven.

Kosten renovatie en onderhoud

In vergelijking met voorgaande jaren is het mutatieonderhoud bij relatief grotere woningen uitgevoerd. Daarnaast was het aantal mutaties hoger. De kosten waren hierdoor hoger. In tabel 17 ziet u welke kosten we maakten.

Onderhoud 2019 2018
Contractonderhoud € 1,1 miljoen € 1,2 miljoen
Planmatig onderhoud € 3,4 miljoen € 2,8 miljoen
Service & Reparatie onderhoud € 2,1 miljoen € 1,7 miljoen
Mutatieonderhoud € 4,1 miljoen € 3,5 miljoen
VVE bijdragen onderhoud € 1,6 miljoen € 1,6 miljoen
(inclusief investeringsfonds & bruidschat)    
Totaal € 12,3 miljoen € 10,8 miljoen

Tabel 17: kosten onderhoud woningen en VVE-bijdragen 2019 en 2018

5.7 Desinvesteren

Ons belangrijkste doel is onze doelgroep van dienst zijn met de sociale koopproducten Koop Goedkoop en Kopen naar Wens. Een ander doel van de koopproducten is het verversen van onze portefeuille. Dit doen we door verkoopopbrengsten te ontvangen en deze weer in te zetten voor nieuwe investeringen.

Inkomsten uit desinvesteringen

De totale inkomsten uit desinvesteringen waren in 2019 ruim €17,1 miljoen. In 2018 was dit ruim €20,7 miljoen. De inkomsten uit deze desinvesteringen kwamen voort uit:

  • verkoop van mutatiewoningen met Koop Goedkoop (€3,5 miljoen);
  • bestaande Koop Goedkoop-bewoners die de grond bijkochten (€0,5 miljoen). Kopers met een contract gesloten tussen 2011 en 2015 hebben contractueel het recht de grond bij te kopen en maken daar soms gebruik van. In 2019 kochten 7 kopers met een dergelijk contract de grond bij;
  • verkoop van mutatiewoningen verkocht met Kopen naar Wens, inclusief aan zittende huurders (ruim €11,3 miljoen) en Kopen naar Wens Totaal (€0,1 miljoen);
  • verkoop van woningen vrij op de markt, zonder sociaal koopproduct, inclusief grond en garages (€ 1,7 miljoen).

5.8 Vermogensbeheer

Onze financiële positie blijft solide. Dat heeft twee oorzaken:

  • ons vermogen stijgt door de waarderingsgrondslag van marktwaarde in verhuurde staat;
  • de daling van onze leningenportefeuille in de afgelopen jaren en de daling van de gemiddelde rentevoet was van grote invloed. Het draagt bij aan onze continuïteitsdoelstelling en aan de maximale inzet van ons vermogen.

Financieel beleid en beheer

Met ons financiële beleid stellen we onze financiële continuïteit en financierbaarheid zeker. Deze borgen we door de kasstromen te bewaken. In het algemeen en de ingaande en uitgaande kasstromen in hun onderlinge verhouding: investeren, exploiteren en desinvesteren. We doen dit verder door de gewenste ontwikkeling van het werkzame vermogen en de verhouding tussen vreemd en eigen vermogen te bewaken. Deze verhouding moet zo zijn, dat we financiële risico’s kunnen opvangen. Op de korte termijn zorgen we voor voldoende liquiditeit en sturen we op kasstromen.

Realisatie Vermogensontwikkeling 2019

De winst-en-verliesrekening laat het jaarresultaat zien. Dit resultaat is per definitie gelijk aan de ontwikkeling van het eigen vermogen. Het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen is € 81,8 miljoen. In 2018 was dit € 120 miljoen. Als gevolg van dit resultaat is het eigen vermogen in 2019 gestegen van € 852,3 miljoen naar € 934,1. miljoen. De niet-gerealiseerde waardeveranderingen dragen met € 70,8 miljoen (2018: € 106 miljoen) het meeste bij aan het  positieve resultaat.

5.8.2 Financiële continuïteit

We bewaken onze financiële continuïteit op korte en middellange termijn door:

  • Voldoende liquiditeit passend bij ons bedrijfsmodel. Zo kunnen we voldoen aan de verplichtingen op de korte termijn.
  • Adequate solvabiliteit: vermogensstructuur passend bij het risicoprofiel van onze activiteiten voor de (middel)lange termijn. Daarbij lenen we minder dan maximaal mogelijk is en kijken we goed naar de verdiencapaciteit van het vastgoed.
  • We voldoen blijvend aan de normen die Aw en WSW hieraan stellen.

In 2019 waren de kasstromen uit exploitatie en verkoop van bestaand bezit € 25,7 miljoen. Het vreemd vermogen nam met € 23,9 miljoen af. Aan middelen voor investeringen zetten we € 12,6 miljoen in. Hiervan werd € 7,4 miljoen besteed aan nieuwbouw en aankoop, € 4,9 miljoen aan bestaand bezit en € 0,2 miljoen aan ons eigen apparaat.

Het saldo van opbrengsten nieuwbouw verkoop en uitgaven nieuwbouw verkoop bedroeg € 2 miljoen. De liquide middelen namen in 2019 met € 8,8 miljoen af.

Autoriteit Woningcorporaties

De Aw beoordeelt ons functioneren jaarlijks. Dit doet zij op basis van de jaarrekening en het jaarverslag, de verantwoordingsinformatie (dVi) en de prognosegegevens (dPi). Het integrale toezicht is gericht op de aspecten governance, integriteit, rechtmatigheid en de bescherming van het maatschappelijk vermogen. Op basis van deze beoordeling zag de AW in 2019 geen aanleiding om in actie te komen.

we voldoen aan de eisen die het WSW stelt

Waarborgfonds Sociale Woningbouw

De jaarlijkse beoordeling door het WSW leidde in 2019 tot de gewenste borgbaarheidsverklaring voor de jaren 2019-2021. Dat betekent dat we voldoen aan de eisen die het WSW stelt. Met deze borgbaarheidsverklaring kunnen we gebruikmaken van de faciliteiten van het WSW. Ook zijn we in staat om in de verwachte financieringsbehoefte voor 2020 en 2021 te voorzien.

Kengetallen voor beoordeling financiële continuïteit

Het gemeenschappelijk oordeelskader van Aw en WSW bevat kwalitatieve vragen over het bedrijfsmodel en de governance. Ook staan er in dit oordeelskader financiële kengetallen voor de beoordeling van de financiële continuïteit. Er zijn vier financiële kengetallen:

  • Interest Coverage Ratio (ICR)
  • Loan to Value (LTV)
  • Solvabiliteit
  • Dekkingsratio

De normen voor deze kengetallen zijn gesteld door het WSW en de Aw.

Interest Coverage Ratio (ICR)

De ICR is de rentedekkingsgraad. Dit kengetal geeft weer hoeveel keer de rentelast kan worden voldaan uit de operationele kasstroom vóór rente. Als het kengetal lager is dan 1, dan is de operationele kasstroom na rente negatief. Deze norm is een minimum. Wij hanteren eigen signaalwaarden: 1,7 voor DAEB en 4,0 voor niet-DAEB.

ICR norm 2019 2020 2021 2022 2023 2024 voldaan
Daeb 1,4 1,5 1,7 1,9 1,9 1,8 1,7 ja
niet-Daeb 1,8 4,7 5,5 5,8 5,2 5,5 4,1 ja
niet-Daeb verbindingen 1,8 9,2 8,8 17,2 100,0 100,0 100,0 ja
enkelvoudig 1,4 2,3 2,4 2,5 2,4 2,4 2,0 ja
geconsolideerd 1,4 2,5 2,6 2,8 2,7 2,8 2,3 ja

Tabel 18: ICR

Loan to Value (LTV)

De LTV geeft de verhouding aan tussen de nominale schuld en beleidswaarde. De nominale schuld mag maximaal 75% zijn van de beleidswaarde voor DAEB en niet-DAEB.

LTV norm 2019 2020 2021 2022 2023 2024 voldaan
Daeb 75% 39% 42% 47% 47% 48% 52% ja
niet-Daeb 75% 31% 28% 25% 24% 24% 24% ja
niet-Daeb verbindingen 75% 13% 13% 0% 0% 0% 0% ja
enkelvoudig 75% 36% 37% 39% 39% 39% 42% ja
geconsolideerd 75% 33% 34% 35% 35% 36% 38% ja

tabel 19: Loan To Value

Solvabiliteit

De solvabiliteit meet de verhouding tussen eigen vermogen en de totale balanswaarde op basis van beleidswaarde. Deze mag niet lager zijn dan 20% voor DAEB en 40% voor niet- DAEB .

Solvabiliteit norm 2019 2020 2021 2022 2023 2024 voldaan
Daeb 20% 67% 67% 66% 66% 66% 64% ja
niet-Daeb 40% 74% 76% 78% 79% 79% 80% ja
niet-Daeb verbindingen 40% 88% 88% 99% 99% 99% 99% ja
enkelvoudig 20% 67% 67% 66% 66% 65% 63% ja
geconsolideerd 20% 89% 75% 72% 70% 69% 67% ja

Dekkingsratio

De dekkingsratio meet de verhouding tussen de nominale schuld en de marktwaarde in verhuurde staat. De nominale schuld mag niet hoger zijn dan 70% van de marktwaarde in verhuurde staat voor DAEB en niet-DAEB .

Dekkingsratio norm 2019 2020 2021 2022 2023 2024 voldaan
Daeb 70% 21% 23% 25% 26% 26% 29% ja
niet-Daeb 70% 26% 23% 20% 20% 19% 19% ja
niet-Daeb verbindingen 70% 12% 11% 0% 0% 0% 0% ja
enkelvoudig 70% 23% 23% 24% 24% 24% 26% ja
geconsolideerd 70% 22% 22% 22% 22% 23% 24% ja

Tabel 21 dekkingsratio

Voor aanvullende sturing op onze vermogensverhouding hanteren we een streefwaarde voor het gemiddelde leenbedrag per huurwoning. Dit heet average loan amount. Hiermee wordt het aantal verhuureenheden (kasstroomgenererende eenheden) gekoppeld aan de omvang van de leningenportefeuille. In 2019 was de gemiddelde lening per verhuureenheid € 40.000. Voor 2020 -2024 is de streefwaarde gesteld op € 49.000 vanwege de structureel gedaalde lange rente.

de leningenportefeuille is gedaald

Financiering

In 2019 werd een groter bedrag op de leningenportefeuille afgelost dan aan nieuwe leningen werd aangetrokken. De nominale waarde van de leningenportefeuille is hierdoor gedaald. In totaal werd €25 miljoen aangetrokken aan door WSW geborgde financiering. Het totaal aan aflossingen in 2019 was €48,2 miljoen. Het schuldrestant van de leningenportefeuille daalde in 2018 met €23,2 miljoen.

De herstructurering van de derivatenportefeuille heeft geleid tot een herwaardering van een onderliggende lening met een nominale waarde van € 25 miljoen. De reële waarde van deze lening is € 43 miljoen en als zodanig verantwoord in de jaarrekening. Deze herwaardering heeft geen financiële gevolgen.

Onze leningenportefeuille bestaat volledig uit DAEB-financiering en is vrijwel volledig door het WSW geborgd. Het verloop vindt u in tabel 22.

Stichting Dudok Wonen Totaal 2019
Schuldrestant 1 januari 241.860
Aflossing 48.176
Opname 25.000
Schuldrestant 31 december 218.684

Tabel 22: schuldrestant, aflossing en opname 2019 (x €1.000) Stichting Dudok Wonen

De leningenportefeuille van Goois Wonen B.V. bestond uit een hypothecaire geldlening. Het verloop van de portefeuille vindt u in tabel 23.

Goois Wonen B.V. Totaal 2019
Schuldrestant 1 januari 9.900
Aflossing 360
Opname 0
Schuldrestant 31 december 9.540

Tabel 23: schuldrestant, aflossing en opname 2019 (x €1.000) Goois Wonen B.V.

Liquiditeit

De kaspositie van Dudok Wonen en Goois Wonen B.V. is voldoende om de verplichtingen op de korte termijn op te vangen.

  • De kaspositie van de stichting kwam uit op €20,8 miljoen per 31 december 2019.
  • De kaspositie van Goois Wonen B.V. kwam uit op €9,3 miljoen per 31 december 2019.

Sinds 2017 geldt een administratieve scheiding tussen de DAEB-tak en niet-DAEB-tak in de toegelaten instelling. Ook de kasstromen moeten we scheiden. Deze scheiding passen we toe. Het liquiditeitssaldo van de DAEB-tak was eind 2019 € 9,2 miljoen en van de niet-DAEB-tak € 11,6 miljoen.

Vooruitblik

De financieringsbehoefte van Stichting Dudok Wonen wordt hierna gescheiden weergegeven voor het Daeb-deel en het niet-Daeb-deel. Vervolgens wordt de financieringsbehoefte van Goois Wonen B.V. weergegeven.

Toekomstige financieringsbehoefte SDW, Daeb

Toekomstige financieringsbehoefte SDW, Daeb
Financieringsbehoefte (€ x 1 miljoen)            
Stichting Dudok Wonen Daeb 2020 2021 2022 2023 2024 2020-2024
Liquide middelen Daeb per 1-1  9,2   0,5   0,6   0,7   0,9   9,2 
Exploitatie  4,3   5,0   5,3   4,5   4,2   23,4 
Desinvesteringen  14,4   13,2   11,3   11,3   11,2   61,4 
Inkomsten  18,8   18,3   16,6   15,8   15,5   84,8 
Investeringen nieuwbouw  -28,8   -28,9   -8,8   -15,4   -31,9   -113,8 
Investeringen bestaand bezit  -9,6   -8,6   -9,1   -8,0   -6,3   -41,6 
Aankoop en FVA  -3,5   -4,4   -3,6   -4,3   -3,5   -19,3 
Overige  -0,4   -0,4   -0,4   -0,4   -0,4   -1,8 
Uitgaven  -42,2   -42,3   -21,9   -28,1   -42,0   -176,5 
Saldo inkomsten en uitgaven  -23,4   -24,1   -5,3   -12,3   -26,5   -91,6 
Aflossingsverplichtingen Daeb financiering  -22,3   -2,3   -2,2   -2,0   -2,0   -30,7 
Ontvangsten aflossingen interne lening  6,7   6,7   0,7   0,6   0,6   15,2 
Daeb financiering o/g  30,3   19,8   6,9   13,8   28,0   98,9 
Saldo financieringskasstromen  14,7   24,1   5,4   12,5   26,6   83,4 
Saldo kasstromen totaal  -8,7   0,1   0,1   0,1   0,1   -8,3 
Liquide middelen Daeb per 31-12  0,5   0,6   0,7   0,9   1,0   1,0 

Tabel 24: toekomstige financieringsbehoefte Stichting Dudok Wonen, DAEB

Tabel 24 laat zien dat het saldo aan inkomsten en uitgaven in de Daeb € 91,6 miljoen negatief is in de periode 2020-2024. Inclusief de aflossingsverplichtingen van € 30,7 miljoen bedraagt de financieringsbehoefte € 122,3 miljoen. Deze financieringsbehoefte wordt ingevuld door € 15,2 miljoen aan ontvangsten uit aflossing interne lening van de niet-Daeb, € 98,9 miljoen aan nieuw aan te trekken door WSW geborgde Daeb financiering en € 8,2 miljoen uit liquide middelen.  De leningenportefeuille stijgt met € 68,2 miljoen. Aan nieuwe financiering wordt € 98,9 miljoen aangetrokken, terwijl € 30,7 miljoen op bestaande leningen wordt afgelost. Deze stijging van de leningenportefeuille noemen we uitbreidingsfinanciering. Uitbreidingsfinanciering wordt alleen aangetrokken bij nieuwbouw of aankoop. Van de investeringen nieuwbouw is een gedeelte nog niet gecommitteerd, waardoor we nog kunnen bijsturen in onze investeringsuitgaven.

Toekomstige financieringsbehoefte SDW, niet Daeb

Toekomstige financieringsbehoefte SDW, niet Daeb
Financieringsbehoefte (€ x 1 miljoen)            
Stichting Dudok Wonen niet-Daeb 2020 2021 2022 2023 2024 2020-2024
Liquide middelen niet-Daeb per 1-1  11,5   9,4   9,9   13,7   19,1   11,5 
Exploitatie  5,4   5,2   4,4   4,8   3,4   23,1 
Desinvesteringen  1,7   3,8   2,5   4,1   1,5   13,6 
Inkomsten  7,1   9,0   6,9   8,8   4,9   36,7 
Investeringen nieuwbouw  -0,0   -0,0   -0,3   -0,8  -  -1,1 
Investeringen bestaand bezit  -2,8   -1,5   -2,1   -1,7   -3,3   -11,5 
Nieuwbouw koop en FVA - - - - - -
Overige  0,2   -0,2   -0,0   -0,3   0,0   -0,3 
Uitgaven  -2,6   -1,8   -2,5   -2,8   -3,3   -12,9 
Saldo inkomsten en uitgaven  4,5   7,2   4,4   6,0   1,6   23,8 
Aflossingsverplichtingen niet-Daeb financiering - - - - - -
Aflossingen interne lening  -6,7   -6,7   -0,7   -0,6   -0,6   -15,2 
niet-Daeb financiering o/g - - - - - -
Saldo financieringskasstromen  -6,7   -6,7   -0,7   -0,6   -0,6   -15,2 
Saldo kasstromen totaal  -2,2   0,5   3,8   5,5   1,0   8,6 
Liquide middelen niet-Daeb per 31-12  9,4   9,9   13,7   19,1   20,1   20,1 

Tabel 25: toekomstige financieringsbehoefte Stichting Dudok Wonen, niet-DAEB

Uit tabel 25 blijkt, dat het saldo aan inkomsten en uitgaven in de niet-Daeb € 23,8 miljoen positief is in de periode 2020-2024. De financiering in de niet-Daeb bestaat uit de interne lening die door Daeb is verstrekt. Hierop wordt € 15,2 miljoen afgelost. Niet-Daeb heeft een positieve invloed op de financiële positie en de kengetallen van Stichting Dudok Wonen als geheel.

Uit tabel 26 blijkt, dat het saldo aan inkomsten en uitgaven in Goois Wonen B.V. € 11,3 miljoen positief is in de periode 2020-2024. De aflossingsverplichting in 2021 kan plaatsvinden met de aanwezige financiële middelen in Goois Wonen. 

Goois Wonen heeft een positieve invloed op de geconsolideerde financiële positie en kengetallen van Dudok Wonen.

Toekomstige financieringsbehoefte SDW, niet Daeb

Toekomstige financieringsbehoefte SDW, niet Daeb
Financieringsbehoefte (€ x 1 miljoen) Verbindingen          
Goois Wonen B.V. 2020 2021 2022 2023 2024 2020-2024
Liquide middelen verbindingen per 1-1  9,3   11,1   4,2   6,5   9,1   9,3 
Exploitatie  2,2   2,2   2,4   2,6   2,0   11,3 
Desinvesteringen - - - - - -
Inkomsten  2,2   2,2   2,4   2,6   2,0   11,3 
Investeringen nieuwbouw - - - - - -
Investeringen bestaand bezit - - - - - -
Aankoop en FVA - - - - - -
Overige - - - - - -
Uitgaven - - - - - -
Saldo inkomsten en uitgaven  2,2   2,2   2,4   2,6   2,0   11,3 
Aflossingsverplichtingen  -0,4   -9,2  - - -  -9,5 
Financiering o/g - - - - - -
Saldo financieringskasstromen  -0,4   -9,2  - - -  -9,5 
Saldo kasstromen totaal  1,8   -7,0   2,4   2,6   2,0   1,8 
Liquide middelen verbindingen per 31-12  11,1   4,2   6,5   9,1   11,1   11,1 

Tabel 26: toekomstige financieringsbehoefte Goois Wonen B.V.

Interne financiering

Vanwege de scheiding DAEB en niet-DAEB verstrekte de DAEB-tak op 1 januari 2017 aan de niet-DAEB-tak een interne lening van € 101,5 miljoen. De niet-DAEB tak lost deze interne lening volledig af aan de DAEB-tak volgens een intern schema. In 2019 is € 6,7 miljoen afgelost op de interne lening. Het saldo van de interne lening is € 71,4 miljoen per 31 december 2019.

5.8.3 Treasury

Alle kaders en activiteiten op het gebied van treasury zijn beschreven in ons Reglement Financieel Beleid en Beheer (RFBB). We hebben dit nader uitgewerkt in ons Treasury Statuut. De financiering op de korte en de lange termijn is geborgd. Hierbij blijven we binnen de wettelijke, door ons aanvaarde risicogrenzen.

Soorten financiële risico’s

We lopen renterisico, herfinancieringsrisico, liquiditeitsrisico en tegenpartijrisico. Het renterisico is het grootst. We willen bij herfinanciering jaarlijks niet meer dan 15% renterisico lopen. Hiermee sluiten we aan het maximumpercentage dat WSW hanteert voor de gehele sector. Het WSW hanteert overigens geen expliciet maximumpercentage voor een individuele woningcorporatie.

bij herfinanciering jaarlijks niet meer dan 15% renterisico lopen

Derivaten en renteswaps

We sloten in 2006 met BNG een extendible lening van €25 miljoen af. Deze lening bevat een af te scheiden embedded derivaat. We hebben het recht verkocht dat de bank in de laatste periode (2023 tot 2038) een vaste rente kan ontvangen. Dit heet een receiver swaption. De bank heeft dit recht gekocht met een gekochte receiver swaption. De premie is verwerkt in een verlaging van de rentecoupon over de eerste renteperiode.

We hebben een renteswap. Deze is in 2007 afgesloten en is één op één gekoppeld aan een variabele lening met een gelijke looptijd en gelijke hoofdsom. De reële waarde (marktwaarde) van de renteswap is €9,2 miljoen negatief per eind 2019. Dit is weergegeven in tabel 27.

Tegenpartij Bedrag nominaal Rentepercentage   startdatum einddatum marktwaarde 31-12-2019 Clausule marktwaarde verrekening
    variabel vast        
ING Bank N.V. 25.000 3-mnd euribor 4,52% 11/30/2007 11/30/2027  -9.179  Nee

Tabel 27: rentederivaten per 31-12-2018 (bedragen x €1.000)

Derivaten gebruiken we alleen om financiële (rente)risico’s te verkleinen. Na 2010 hebben we geen nieuwe rentederivaten meer afgesloten. Dus ook in 2019 niet. We weten wat de mogelijkheden zijn van het gebruik van rentederivaten. Toch geven we de voorkeur aan het spreiden en beperken van renterisico’s met traditionele instrumenten. De bestaande derivatencontracten houden we aan voor zover ze niet leiden tot een ongewenst beslag op de liquiditeit.

Bepalingen die het toezicht belemmeren

De genoemde derivatencontracten bevatten geen bepalingen die het toezicht belemmeren.

Herstructurering

In 2019 hebben we bij BNG Bank een herstructurering van de derivatenportefeuille doorgevoerd. Voor dit traject is voorafgaand een plan van aanpak opgesteld. Dit plan is beoordeeld door een onafhankelijk deskundige en goedgekeurd door Aw en WSW.

De herstructurering betrof een doorzak van een renteswap in een lening met een vaste rente. De hoofdsom van de lening was €25 miljoen. Door het uitvoeren van deze herstructurering hebben we deze doelen gerealiseerd:

  • verlaging van het liquiditeitsrisico van het rentederivaat in het kader van de 2%-stresstest;
  • mogelijkheid tot afbouw liquiditeitenbuffer in het kader van de 2%-stresstest;
  • verlaging van de omvang van de derivatenportefeuille met €25 miljoen.

Beleggingen

We hebben tegoeden op bankrekeningen bij enkele Nederlandse banken. Deze banken voldoen per 31 december 2019 aan de minimale credit rating (A) voor uitstaande middelen. In 2019 ontplooiden we buiten de kortlopende uitzettingen geen nieuwe beleggingsactiviteiten.

Treasury Statuut

Het Treasury Statuut is ondergeschikt aan het RFBB en geldt voor ons en onze dochterondernemingen. In ons Treasury Statuut is vastgelegd hoe de planning, uitvoering en administratie moeten verlopen. Het gaat hierbij om zaken die samenhangen met beleggingen, financiering en rentemanagement, inclusief financiële derivaten. Aanpassingen worden op voordracht van het bestuur en na overleg met de auditcommissie vastgesteld. De Raad van Commissarissen keurt het statuut goed.

autorisatie door twee functionarissen: het ‘vier-ogen-principe’

Interne organisatie financiële derivaten en beleggingen

Onze treasury-organisatie over het aangaan en de beheersing van financiële derivaten en beleggingen hebben we ingericht volgens de wettelijke bepalingen uit de Woningwet. Deze bepalingen zijn neergelegd in het RFBB en nader uitgewerkt in het Treasury Statuut. Er is een scheiding tussen de beschikkende, uitvoerende, registrerende en controlerende functies. Dit heet een controletechnische functiescheiding. Bij iedere financiële transactie vindt autorisatie plaats door twee functionarissen: het ‘vier-ogen-principe’. In het Treasury Statuut staat hoe besluiten op basis van een transactievoorstel worden genomen en uitgevoerd. De volgende functionarissen functionarissen hebben een rol in de treasury-organisatie:

  • de directeur-bestuurder neemt op basis van het Treasury Jaarplan transactiebesluiten die door de Directeur Financiën en Informatiemanagement worden opgesteld;
  • de directeur Financiën stelt de transactiebesluiten op;
  • de adviseur Financieel Management bereidt de transactiebesluiten voor en draagt zorg voor de uitvoering van genomen besluiten;
  • de externe treasury-deskundige heeft uitsluitend een adviserende rol bij de voorbereiding;
  • de administratief medewerker heeft de registrerende functie.

Treasury rapportages

De directeur-bestuurder ontvangt drie keer per jaar een Treasury Rapportage. Deze rapportages zijn onderdeel van de P&C-cyclus. Ze worden voorbereid door de Adviseur Financieel Management en opgesteld door de directeur financiën. In 2019 zijn drie Treasury Rapportages opgesteld. De Audit Commissie van de Raad van Commissarissen bespreekt deze rapportages in haar vergaderingen. De accountant heeft een controlerende rol. In 2019 is met de accountant overleg geweest over de doorzak van het rentederivaat.

Besluitvorming

Minimaal 3 keer per jaar overlegt de Treasury Commissie over treasury-aangelegenheden. De directeur-bestuurder ontvangt schriftelijke verslagen van de bijeenkomsten van de Treasury Commissie. In 2019 zijn 3 vergaderingen van de Treasury Commissie gehouden. Een van deze vergaderingen was de jaarlijkse Treasury risicosessie, waaraan ook de directeur-bestuurder en de organisatiecontroller deelnemen.

De Treasury Commissie bestaat uit deze functionarissen:

  • de directeur Financiën en Informatiemanagement;
  • de adviseur Financieel Management;
  • de externe treasury-deskundige.

5.8.4 Verbindingen

We hebben een verbindingenstatuut. Hierin staat beschreven:

  • wat onze kaders en beleidsuitgangspunten zijn voor het aangaan, besturen en opheffen van verbindingen;
  •  hoe we het risicomanagement en het toezicht op onze verbindingen hebben geregeld.

Jaarlijks worden de verbindingen getoetst. Meer over de verbindingen leest u in hoofdstuk 10.

Governance verbindingen

De RvC is verantwoordelijk voor het interne toezicht op onze organisatie en onze verbindingen. Als het gaat om verbindingen leggen we deze voorstellen ter goedkeuring aan de RvC voor:

  • de vaststelling en wijziging van het verbindingenstatuut;
  • het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking met een verbinding;
  • de overdracht of overgang van de onderneming of een overwegend deel van de onderneming aan een derde.

Voor een verdere toelichting op de verbindingen verwijzen we naar hoofdstuk 10 van dit jaarverslag.

Volgend hoofdstuk: Organisatie